|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 1997

Het koninklijk besluit van 20.01.1997 tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 1995 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 18.03.1997) bepaalt dat voor de berekening van het pensioen voor mannen en vrouwen in de beoogde gevallen, voor het jaar 1995 een forfaitair - fictief loon van 3.348 BEF per dag, in aanmerking moet worden genomen.

Het koninklijk besluit van 30.01.1997 betreffende het pensioenstelsel der zelfstandigen met toepassing van de artikelen 15 en 27 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels en van artikel 3, § 1, 4°, van de wet van 26.07.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese en Monetaire Unie (B.S. van 06.03.1997) past het pensioenstelsel voor zelfstandigen aan, wat betreft de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 01.07.1997 ingaan, en brengt het, rekening houdend met de eigen specificiteit, in overeenstemming met het stelsel der werknemers. Dit besluit werd bekrachtigd bij de wet van 26.06.1997 (B.S. van 28.06.1997)

Het koninklijk besluit van 07.02.1997 houdende maatregelen tot het verzekeren van de financiële leefbaarheid van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood in toepassing van de artikelen 18 en 49 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 28.02.1997) voegt een artikel 9bis toe aan de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood.

De wet van 17.02.1997 houdende bepaalde wijzigingen aan de wet van 21.05.1991 tot vaststelling van een zeker verband tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht (B.S. van 28.02.1997) breidt de bestaande reglementering uit tot de zelfstandigen en past de reglementering aan.

Het koninklijk besluit van 20.02.1997 tot wijziging van artikel 1410, § 4 van het Gerechtelijk Wetboek, in toepassing van de artikelen 2 en 3, § 1, 3° en 4° en § 2 van de wet van 26.07.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (B.S. van 25.03.1997) maakt de terugvordering ten belope van 10 % van iedere latere prestatie uitgekeerd aan de debiteur van het onverschuldigd bedrag of aan zijn rechthebbenden mogelijk en voegt een vierde lid toe aan artikel 1410, § 4.

Het koninklijk besluit van 21.03.1997 (B.S. van 29.03.1997) wijzigt het bovenvermeld koninklijk besluit van 30.01.1997 (regeling voor zelfstandigen).

Het koninklijk besluit van 21.03.1997 (B.S. van 29.03.1997) wijzigt het koninklijk besluit van 23.12.1996, bovenvermeld (regeling voor werknemers). Dit besluit werd bekrachtigd bij de wet van 26.06.1997 (B.S. van 28.06.1997).

Het koninklijk besluit van 21.03.1997 (B.S. van 29.03.1997) voert enerzijds de artikelen 4, § 2, tweede lid, 7, § 1, tiende en elfde lid en 8, § 7, vierde lid van vermeld koninklijk besluit van 23.12.1996 uit en wijzigt het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.

Het koninklijk besluit van 21.03.1997 (B.S. van 29.03.1997) voert artikel 4, § 2, vijfde lid, van bovenvermeld koninklijk besluit van 23.12.1996 uit.

Het koninklijk besluit van 21.03.1997 (B.S. van 11.04.1997) voegt bepalingen toe aan het koninklijk besluit n°33 van 30.03.1982 betreffende een inhouding op invaliditeitspensioenen en brugpensioenen.

Het koninklijk besluit van 23.04.1997 tot uitvoering van artikel 18 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 08.05.1997) voegt een artikel 41sexies toe aan het koninklijk besluit n°50 en wijzigt de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood.

Het koninklijk besluit van 23.04.1997 (B.S. van 16.05.1997) wijzigt het koninklijk besluit n°50 en het koninklijk besluit van 23.12.1996.

Een koninklijk besluit van 23.04.1997 (B.S. van 02.07.1997) wijzigt het koninklijk besluit van 07.05.1987 tot wijziging van sommige bepalingen inzake de pensioenen van de vrijwillig verzekerden. Voordelen gevestigd door stortingen van vrijwillig verzekerden, die niet worden uitbetaald door een enige storting overeenstemmend met de contante waarde van de pensioenen gelegen tussen 4.799 en 6.000 frank per jaar, worden uitbetaald driemaandelijks na vervallen termijn. Zo het samengevoegd bedrag minstens 6.000 frank bedraagt wordt het voordeel maandelijks betaald na vervallen termijn.

Bij koninklijk besluit van 25.04.1997 (B.S. van 08.05.1997) wordt een Infodienst pensioenen ingesteld. Deze dienst levert op vraag van de toekomstig gepensioneerden, op basis van de regels van toepassing op het ogenblik van de aanvraag, een raming van het rustpensioen dat op de gekozen ingangsdatum kan worden bekomen. De aanvraag is ontvankelijk zo ze wordt ingediend in de loop van vijf jaar voorafgaand aan de datum waarop recht op rustpensioen of vervroegd pensioen kan ontstaan.

Bij koninklijk besluit van 27.04.1997 (B.S. van 16.05.1997) wordt een Ombudsdienst Pensioenen ingesteld, die tot taak heeft klachten te onderzoeken die betrekking hebben op de behandeling of werking van de pensioendiensten, evenals klachten over vaststelling van de rechten, de uitbetaling en het bedrag der uitkeringen.

De wet van 13.06.1997 tot bekrachtiging van de koninklijk besluiten genomen in toepassing van de wet van 26.07.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie, en de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 19.06.1997) bekrachtigt het koninklijk besluit van 23.12.1996 (regeling pensioenen voor werknemers die ingaan vanaf 01.07.1997) en verklaart de regeling voorzien in artikel 13 van dat besluit van toepassing op cumulaties die zich voordoen vanaf 01.01.1987 (artikel 13 voormeld vervangt artikel 25 van het koninklijk besluit n°50).

Dezelfde wet bekrachtigt het koninklijk besluit van 16.12.1996 tot wijziging van de wet van 30.03.1994 en bepaalt dat de afhoudingen die werden gedaan met toepassing van artikel 68 van de wet van 30.03.1994 zoals dat luidde vóór zijn vervanging en met toepassing van het koninklijk besluit van 28.10.1994 vanaf 01.01.1995 tot 10.08.1996 op geldige wijze zijn verricht, in de mate dat zij overeenstemmen met de bepalingen van het herziene artikel 68.

Het koninklijk besluit van 25.06.1997 (B.S. van 31.07.1997) wijzigt het koninklijk besluit van 03.11.1969 houdende vaststelling voor het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het pensioenrecht en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit n°50 en voert een regularisatiemogelijkheid in voor perioden gelegen na 31.12.1963.

Een koninklijk besluit van 25.06.1997 (B.S. van 31.07.1997) wijzigt eveneens vermeld koninklijk besluit van 03.11.1969 en vervangt o.m. artikel 22 (betreffende de bijzondere bijdrage voor het vliegend personeel) en artikel 23, § 1.

Het koninklijk besluit van 09.07.1997 (B.S. van 09.08.1997) wijzigt verschillende bepalingen van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers.

Het koninklijk besluit van 09.07.1997 (B.S. van 09.08.1997) wijzigt het koninklijk besluit van 21.03.1997 tot uitvoering van de artikelen 4, § 2, tweede lid, 7, § 1, tiende en elfde lid en 8, § 7, vierde lid van het koninklijk besluit van 23.12.1996 wat betreft de mannelijke gerechtigden op een overlevingspensioen (leeftijd en breuk).

Het koninklijk besluit van 08.08.1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en tot wijziging van sommige bepalingen inzake werknemerspensioenen (B.S. van 04.09.1997) wijzigt de koninklijk besluiten van 07.03.1975, van 29.04.1981, van 14.10.1983, van 21.12.1967, van 04.12.1990, van 03.11.1969 en van 27.07.1971.

De wet van 25.06.1997 tot wijziging van de wet van 11.04.1995 tot invoering van een handvest van de sociaal verzekerde (B.S. van 13.09.1997) preciseert bepaalde begrippen van het handvest en omschrijft beter de draagwijdte van een aantal rechten en verplichtingen teneinde een goede uitvoering ervan te verzekeren.

Het koninklijk besluit van 02.10.1997 tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 1996 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers (B.S. van 14.11.1997) bepaalt dat voor de berekening van de vermelde pensioenen het dagelijks forfaitair loon gelijk is aan 3.432 BEF voor mannen en vrouwen.

Het koninklijk besluit van 13.10.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29.04.1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 25.10.1997) wijzigt de artikelen 48 (vrijstelling pensioen) en 49 (bepaalt in welke gevallen het niet-verminderd pensioenbedrag in aanmerking wordt genomen) van vermeld koninklijk besluit van 29.04.1969.

De weerslag van de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen (spilindexcijfer 121,92 (basis 1988 = 100)) op de sociale uitkeringen (geneeskundige verzorging en uitkeringen, pensioenen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, tegemoetkomingen aan gehandicapten, bestaansminimum, gezinsbijslag), gepubliceerd in het Belgisch staatsblad van 18.10.1997, stelt de bedragen vast van de sociale uitkeringen die gelden vanaf 01.10.1997.

Het koninklijk besluit van 08.08.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 19.11.1997) vervangt Hoofdstuk II van vermeld koninklijk besluit, teneinde het aan te passen aan bepalingen van de wet van 11.04.1995 tot invoering van een "handvest" van de sociaal verzekerde.

Het koninklijk besluit van 02.12.1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 20.12.1997) stelt de personeelsformatie van de Rijksdienst vast.

Het ministerieel besluit van 04.12.1997 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 02.12.1997 tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 20.12.1997) bepaalt de onderverdeling van de betrekkingen opgenomen in artikel 1 van vermeld koninklijk besluit van 02.12.1997.

Het koninklijk besluit van 11.12.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 05.10.1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector (B.S. van 23.12.1997) bepaalt dat de Minister die de Pensioenen onder zijn bevoegdheid heeft en de Minister van Sociale Zaken de modaliteiten vastleggen voor het ten laste nemen van de werkingskosten van het Comité en, forfaitair, van de reiskosten van de leden van de plenaire vergadering en de secretariaatskosten van de leden van de plenaire vergadering die zitting hebben in het Bureau.

Het koninklijk besluit van 11.12.1997 tot uitvoering van artikel 1409, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 25.12.1997) bepaalt, in toepassing van artikel 1409, § 2 van het Gerechtelijk Wetboek, waarbij is bepaald dat de aangepaste bedragen die niet in beslag mogen worden genomen binnen de eerste vijftien dagen van december moeten worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad, op welke wijze de in artikel 1409, § 1 vermelde bedragen moeten worden aangepast vanaf 01.11.1997.

De wet van 12.12.1997 tot bekrachtiging van de koninklijk besluiten genomen met toepassing van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, en de wet van 26.07.1996 strekkende tot realisatie van de budgettaire voorwaarden tot deelname van België aan de Europese Economische en Monetaire Unie (B.S. van 18.12.1997) bekrachtigt o.m. het koninklijk besluit van 23.04.1997 tot uitvoering van artikel 18 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering (...), het koninklijk besluit van 23.04.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, en van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering (...), het koninklijk besluit van 25.04.1997 tot instelling van een "Infodienst Pensioenen", met toepassing van artikel 15, 5° van de wet van 26.07.1996 tot modernisering (...) en het koninklijk besluit van 25.04.1997 tot instelling van een Ombudsdienst Pensioenen, met toepassing van artikel 15, 5° van de wet van 26.07.1996 tot modernisering (...).

Het koninklijk besluit van 12.12.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit van 09.10.1981 tot uitvoering van de artikelen 20, 28, 28 en 38 van de herstelwet van 10.02.1981 inzake pensioenen van de sociale sector (B.S. van 23.12.1997) belast de Rijksdienst voor Pensioenen met de uitbetaling van de renten bedoeld in artikel 8, § 1, 1° van de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood en bepaalt dat de Rijksdienst de wiskundige reserves vaststelt die hem moeten worden overgedragen.

Het koninklijk besluit van 12.12.1997 tot uitvoering van artikel 4, derde lid van het koninklijk besluit van 25.04.1997 tot instelling van een "Infodienst Pensioenen", met toepassing van artikel 15, 5° van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 31.12.1997) regelt het indienen van een aanvraag met het oog op het bekomen van een raming van de pensioenrechten.

Het ministerieel besluit van 19.12.1997 tot uitvoering van artikel 64, § 5, van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23.01.1998) bepaalt dat de in artikel 64 van het vermelde besluit vastgestelde bedragen worden verhoogd met de coëfficiënt 1,02 voor het jaar 1997. Deze verhoging van de in artikel 64 vermelde basisbedragen resulteert in een behoud van de voor het jaar 1996 verhoogde basisbedragen.

Het ministerieel besluit van 19.12.1997 tot uitvoering van artikel 64, § 5, van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23.01.1998) bepaalt dat de in artikel 64 van het vermelde besluit vastgestelde bedragen worden verhoogd met 1,0404 voor het jaar 1998. Het voor de jaren 1996 en 1997 geldende bedrag wordt voor het jaar 1998 aldus verhoogd met 2 %.

Het koninklijk besluit van 19.12.1997 tot uitvoering van artikel 3, eerste lid en van artikel 7 van de wet van 11.04.1995 tot invoering van het "handvest" van de sociaal verzekerde (B.S. van 30.12.1997) betreft het ter beschikking stellen van nuttige informatie aan de sociaal verzekerde. Het bepaalt dat bijgewerkte documentatie die alle rechten en plichten van de sociaal verzekerde beschrijft, gratis en op aanvraag verkrijgbaar moet zijn ; het bepaalt eveneens in welke gevallen een kennisgeving niet is vereist.

Het koninklijk besluit van 19.12.1997 tot vaststelling van de taalkaders van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 14.01.1998) verdeelt de betrekkingen bij de Rijksdienst voor pensioenen tussen de taalkaders. In het Belgisch staatsblad van 28.02.1998 werd een erratum gepubliceerd bij dit koninklijk besluit.