|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 1998

Het koninklijk besluit van 27.01.1998 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 20.02.1998) wijzigt de modaliteiten betreffende het jaarlijks vacantiegeld dat aan gepensioneerden kan worden toegekend.

De wet van 22.02.1998 houdende sociale bepalingen (B.S. van 03.03.1998) bevat in zijn Titel 4 bepalingen die de werknemerspensioenen betreffen.

Artikel 234 van deze wet voegt in het koninklijk besluit n°50 een artikel 41septies in waarbij is bepaald dat de Rijksdienst voor Pensioenen de rechten en de verplichtingen overneemt van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas inzake de toepassing van de wet van 12.02.1963 betreffende de inrichting van een ouderdom- en overlevingspensioenregeling voor vrijwillig verzekerden.

Artikel 235 van dezelfde wet vult artikel 41 van hetzelfde koninklijk besluit n°50 aan zodat de Rijksdienst voor Pensioenen met betrekking tot de onroerende goederen bedoeld in artikel 16, eerste lid, e) van het koninklijk besluit van 13.09.1971 houdende uitvoering van hoofdstuk I van de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, dadingen, compromissen en minnelijke schikkingen kan afsluiten op voorwaarde dat de Ministers die bevoegd zijn voor de Pensioenen en voor de Begroting hun akkoord verlenen.

Artikel 236 bepaalt dat artikel 1 van het koninklijk besluit van 23.04.1997 tot wijziging van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 (...) en van het koninklijk besluit van 23.12.1996 (...) uitwerking heeft vanaf 01.01.1996. Het bedoelde artikel 1 vult artikel 7 van het koninklijk besluit n°50 aan, in die zin dat wat betreft de werknemer die een activiteit uitoefende zoals bedoeld bij artikel 5, § 3 van het koninklijk besluit van 23.12.1996 (zeevarende) het rustpensioen voor de jaren 1994, 1995 en 1996 wordt berekend op basis van de werkelijke lonen die hij tijdens deze jaren heeft verdiend ingevolge een werkelijke tewerkstelling.

Artikel 243 vult artikel 20 van de wet van 11.04.1995 tot invoering van een handvest van de sociaal verzekerde, gewijzigd bij de wet van 25.06.1997, aan met een vierde lid, luidens hetwelk de intresten bedoeld in het eerste lid in ieder geval niet verschuldigd zijn indien er voorschotten worden uitbetaald en indien :

de definitieve beslissing afhankelijk is van inlichtingen die door de aanvrager zelf of door een niet in artikel 2 van deze wet bedoelde instelling moeten worden verstrekt ;
de definitieve beslissing afhangt van twee of meer pensioeninstellingen en voor zover de pensioenaanvragen werden ingediend binnen de acht maanden die voorafgaan aan de ingangsdatum van het pensioen ;
slechts bij de definitieve beslissing kan worden vastgesteld dat de sociaal verzekerde voldoet aan de voorwaarden om recht te hebben op een minimumuitkering.
Artikel 244 bepaalt dat in artikel 60bis, § 1, tweede lid, 2° en 3°, van het koninklijk besluit n°50 de woorden "onder zijn leden" worden geschrapt. Artikel 60bis betreft de samenstelling van de Raad voor uitbetaling der voordelen.

Het koninklijk besluit van 27.04.1998 tot wijziging van het koninklijk besluit n°33 van 30.03.1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen (B.S. van 12.05.1998) bepaalt dat de inhouding op de beoogde voordelen niet tot gevolg mag hebben dat het bedrag van de sociale uitkering wordt verminderd tot een bedrag lager dan 20.477 frank, verhoogd met 4.141 frank voor de rechthebbenden met gezinslast (bedragen gekoppeld aan spilindex 132,13).

In het Belgisch Staatsblad van 11.06.1998 werd de officieuze gecoördineerde Duitse versie - op 20.07.1991 - van de wet van 01.04.1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden, zoals achtereenvolgens gewijzigd, tot 20.07.1991, gepubliceerd.

Het koninklijk besluit van 12.10.1998 tot uitvoering van artikel 234 van de wet van 22.02.1998 houdende sociale bepalingen (B.S. van 24.10.1998) regelt de overname door de Rijksdienst voor Pensioenen van het beheer van het stelsel van de vrijwillig verzekerden.

Het koninklijk besluit van 12.10.1998 tot wijziging van sommige bepalingen inzake de pensioenen van de vrijwillig verzekerden (B.S. van 24.10.1998) rationaliseert het beheer van de renten en pensioenen ten behoeve van de vrijwillig verzekerden wegens de overname ervan door de Rijksdienst voor Pensioenen op 01.01.1999.

Het koninklijk besluit van 12.10.1998 tot uitvoering van artikel 11, 8° van de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroege dood (B.S. van 24.10.1998) bepaalt het voorschot op het winstsaldo van de winst- en verliesrekening van het jaar 1998 dat de opgesomde instellingen moeten storten aan de Rijksdienst voor Pensioenen (repartitiestelsel).

Het koninklijk besluit van 21.10.1998 betreffende de afhouding op de pensioenen, bedoeld in artikel 68 van de wet van 30.03.1994 houdende sociale bepalingen (B.S. van 30.10.1998) bepaalt dat voor de berekening van de solidariteitsafhouding verricht op de pensioenbedragen die betrekking hebben op de jaren 1995 en 1996, de vóór 01.01.1995 in de vorm van kapitaal uitbetaalde voordelen niet in aanmerking worden genomen. Het gedeelte van de afhouding dat, rekening houdend met bedoelde kapitalen werd verricht, wordt van ambtswege terugbetaald, verhoogd met de intrest (berekend op basis van de wettelijke intrestvoet geldig op de datum van bekendmaking van het besluit).

Het koninklijk besluit van 21.10.1998 tot vaststelling van de forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 1997 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoewerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 14.11.1998) stelt de bedragen vast die voor het jaar 1997 in aanmerking moeten worden genomen.

Het koninklijk besluit van 02.12.1998 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 29.12.1998) wijzigt artikel 6 van het algemeen pensioenreglement.

Het koninklijk besluit van 10.12.1998 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het Algemeen reglement betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor werknemers (B.S. van 29.12.1998) vult artikel 21ter van het algemeen pensioenreglement aan, zodat het recht op pensioen van ambtwege wordt onderzocht zo de vereiste pensioenleeftijd is bereikt, wanneer omtrent het recht op vervroegd pensioen een weigerende beslissing werd genomen om reden dat de voorwaarden inzake te bewijzen loopbaan niet zijn vervuld.