|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 1999

De wet van 15.01.1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen (B.S. van 26.01.1999) vervangt artikel 41, derde lid, van het koninklijk besluit n°50, waarbij is bepaald dat de Rijksdienst voor Pensioenen mits machtiging van de minister van Financiën en volgens door de Koning vastgestelde voorwaarden en modaliteiten, leningen kan aangaan, behalve voor de regeling, bedoeld in artikel 21, § 2, 3°, van de wet van 29.06.1981 houdende algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.

Het koninklijk besluit van 15.01.1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15.09.1980 tot uitvoering van artikel 191, eerste lid, 7°, van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14.07.1994 (B.S. van 30.01.1999) vult artikel 3 van het koninklijk besluit van 15.09.1980 aan met een § 6, waarbij wordt bepaald dat in afwijking van § 1 en 3 het Ministerie van Financiën en de Rijksdienst voor Pensioenen, van zodra zij weten dat het bedrag van pensioenen en voordelen dat door verschillende uitbetalingsinstellingen aan een zelfde persoon is toegekend, hoger ligt dan de drempel, ambtshalve en voorlopig de inhouding verrichten die elk van hen berekent op de pensioenen en voordelen die hij uitbetaalt (eerste lid).

Tevens is bepaald dat, in afwijking van het vierde lid, het Ministerie van Financiën en de Rijksdienst voor Pensioenen de voorlopige inhoudingen ambtshalve terugbetalen wanneer zij onrechtmatig zijn verricht (tweede lid).

De wet van 25.01.1999 houdende sociale bepalingen (B.S. van 06.02.1999) voegt een artikel 4bis toe aan het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 (...), vult de artikelen 16, § 1, eerste lid en 60bis, § 1, van het koninklijk besluit n°50 aan, vervangt de artikelen 31, eerste lid, 5°, 37, 49bis en 60bis, § 3, 4° van het koninklijk besluit n°50, vervangt artikel 21 van de wet van 13.06.1966 en wijzigt artikel 1 van de wet van 05.08.1968 (artikelen 213 tot 221 van de wet).

Dezelfde wet vervangt artikel 1410, § 4, van het Gerechtelijk Wetboek en vult gezegd artikel aan met een § 5 en een § 6 (artikelen 223 tot 225 van de wet).

Deze wet wijzigt tevens artikel 16, § 1, tweede lid, van de wet van 01.04.1969 tot instelling van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden, wat betreft de beroepstermijn die wordt gebracht op drie maanden. (artikel 226 van de wet)

Het koninklijk besluit van 15.03.1999 tot vaststelling van het administratief en geldelijk statuut van de leden van de Ombudsdienst Pensioenen (B.S. van 27.03.1999) regelt het statuut van de leden van de Ombudsdienst Pensioenen.

Het koninklijk besluit van 15.03.1999 tot uitvoering van artikel 2 van het koninklijk besluit van 27.04.1997 tot instelling van een Ombudsdienst Pensioenen met toepassing van artikel 15, 5°, van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 27.03.1999) stelt de regelen vast inzake het personeel dat ter beschikking wordt gesteld van de Ombudsdienst Pensioenen.

Het koninklijk besluit van 18.03.1999 houdende uitvoering van artikel 29, § 4, van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 31.03.1999, 2de uitgave) stelt een herwaarderingspremie in voor gerechtigden op een werknemerspensioen dat is ingegaan vóór 01.01.1991.

Het koninklijk besluit van 18.03.1999 tot uitvoering van artikel 22bis van de wet van 01.04.1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 31.03.1999, 2de uitgave) kent een forfaitaire bijzondere verwarmingstoelage toe aan de gerechtigden op een gewaarborgd inkomen.

Het koninklijk besluit van 18.03.1999 tot uitvoering van artikel 7, tiende lid, van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 31.03.1999, 2de uitgave) vermenigvuldigt, voor de jaren 1999 en volgende, het loonplafond dat in aanmerking wordt genomen met het oog op het berekenen van het werknemerspensioen, met 1,029.

Het koninklijk besluit van 19.03.1999 tot wijziging van het koninklijk besluit n°33 van 30.03.1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen (B.S. van 31.03.1999, 2de uitgave) stelt het maximumbedrag vast van deze inhouding.

Het koninklijk besluit van 29.04.1999 strekkende tot het in overeenstemming brengen van sommige teksten met betrekking tot de betalingen per overschrijving verzekerd door de Rijksdienst voor pensioenen (B.S. van 10.09.1999) brengt de reglementering inzake de betaling per overschrijving van voordelen door de Rijksdienst in overeenstemming met de wet van 22.03.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen.

Het koninklijk besluit van 30.04.1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 10.09.1999) wijzigt artikel 20, § 3 van vermeld algemeen reglement.

De wet van 03.05.1999 houdende budgettaire en diverse bepalingen (B.S. van 04.05.1999), artikel 18, vervangt artikel 20 van de bij het besluit van de Regent van 12.09.1946 samengeordende wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, waarbij is bepaald dat de Rijksdienst voor Pensioenen met ingang van 01.01.1999 een gemeenschappelijk beheer organiseert voor de gezamenlijke verrichtingen beoogd, enerzijds, bij titel II van de samengeordende wetten en, anderzijds, bij artikel 18, § 1, van de wet van 12.02.1963 betreffende de inrichting van een ouderdoms- en overlevingspensioenregeling ten behoeve van de vrijwillig verzekerden.

Artikel 19 van de wet vervangt in artikel 21 van dezelfde wetten de woorden "Algemene Spaar- en Lijfrentekas" door "Rijksdienst voor pensioenen".

Bij koninklijke besluiten van 04.05.1999 (B.S. van 21.05.1999) worden de heren Guido Schuermans, nederlandstalig, en Jean-Marie Hannesse, franstalig, benoemd tot leden van de Ombudsdienst Pensioenen, met ingang van 01.06.1999, voor een duur van zes jaar.

Het ministerieel besluit van 01.06.1999 tot wijziging van het ministerieel besluit van 29.09.1982 tot uitvoering van het koninklijk besluit van 24.09.1982 tot uitvoering van het koninklijk besluit n°33 van 30.03.1982 betreffende een inhouding op invaliditeitsuitkeringen en brugpensioenen, gewijzigd bij koninklijk besluit n°52 van 02.07.1982 (B.S. van 04.08.1999) past de te gebruiken formulieren aan gelet op de overgang naar de EURO.

Weerslag van de schommeling van het indexcijfer van de consumptieprijzen (spilindexcijfer 103.14 (basis 1996 = 100)) op de sociale uitkeringen (geneeskundige verzorging en uitkeringen, pensioenen, arbeidsongevallen en beroepsziekten, tegemoetkomingen aan gehandicapten, bestaansminimum, gezinsbijslag). Officieel bericht (B.S. van 02.09.1999) geeft de bedragen, in BEF en in EURO, van de sociale uitkeringen en van de toegelaten inkomengrenzen voor tewerkstelling na de pensionering.

De wet van 13.06.1999 houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, en Administratieve Schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 09.09.1996 (B.S. van 23.11.1999) is o.a. van toepassing op de wetgevingen betreffende rust- en overlevingspensioenen voor werknemers en zelfstandigen.

Het koninklijk besluit van 27.10.1999 tot wijziging van het koninklijk besluit van 03.11.1969 houdende vaststelling voor het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het pensioenrecht en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van 20.07.1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn en van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 04.01.2000) brengt de bepalingen van het koninklijk besluit van 03.11.1969 die een voor vrouwelijke gerechtigden geldende breuk van 1/40 vermelden of het getal 40 (maximaal aantal jaren) in overeenstemming met deze van het koninklijk besluit van 23.12.1996, waarbij de pensioenleeftijd voor vrouwen wordt bepaald op 65 jaar, rekening houdend met de voorziene overgangsperiode.