|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2000

Het koninklijk besluit van 14.12.1999 tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 1998 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens - en de seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 15.03.2000 - Ed. 2) bepaalt de vermelde lonen op 3.600 frank zowel voor mannen als voor vrouwen.

Het koninklijk besluit van 21.01.2000 tot wijziging van de artikelen 66, 67 en 72 van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 18.02.2000) vervangt artikel 66 van het algemeen pensioenreglement en schrijft de mogelijkheid het pensioen uit te betalen op een persoonlijke rekening geopend bij een financiële instelling in de tekst in. Artikel 72 van het algemeen pensioenreglement dat de uitbetaling van bij het overlijden vervallen achterstallen betreft, wordt eveneens vervangen en maakt de uitbetaling mogelijk van de uitkering voor de maand van overlijden voor zover de gerechtigde niet was overleden op de uitgiftedatum van de postassignatie of, bij betaling op een rekening, op de in het nationaal compensatiesysteem geldende uitvoeringsdatum.

Het koninklijk besluit van 17.02.2000 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29.04.1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 31.03.2000) vult artikel 54, § 1, 2°, aan met de bepaling dat, wanneer wordt vastgesteld dat teveel wordt betaald ingevolge onregelmatigheid of mateAriële vergissing, de uitbetaling bij bewarende maatregel kan worden beperkt en dat de nieuwe beslissing alsdan uitwerking heeft op de eerste dag van de maand waarin de bewarende maatregel werd genomen.

Het koninklijk besluit van 01.03.2000 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 17.03.2000) vult artikel 21bis, § 1, aan met de bepaling dat vult artikel 21bis, § 1, aan met de bepaling dat, wanneer wordt vastgesteld dat teveel wordt betaald ingevolge onregelmatigheid of materiële vergissing, de uitbetaling bij bewarende maatregel kan worden beperkt en dat in dat geval de nieuwe beslissing uitwerking heeft de eerste dag van de maand waarin de bewarende maatregel werd genomen.

Het koninklijk besluit van 06.04.2000 tot wijziging van het artikel 1, § 1, 1ste lid, en § 2, van het koninklijk besluit van 17.10.1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen en van het artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 28.02.1993 betreffende de betaling per overschrijving van sommige uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 29.04.2000) bepaalt dat de betaling kan worden gevraagd van een uitkering op een persoonlijke rekening bij een financiële instelling op voorwaarde dat deze met de Rijksdienst voor Pensioenen één of meer overeenkomsten heeft gesloten waarvan het model is goedgekeurd door het beheerscomité van de Rijksdienst en dat het aanvraagformulier, dat ter beschikking is bij de Rijksdienst, in het bijzonder de verplichtingen van de gerechtigde ten opzichte van de Rijksdienst bepaalt.

Het koninklijk besluit van 16.04.2000 tot wijziging van het koninAklijk besluit van 05.11.1971 tot uitvoering van de artikelen 8, 13, § 2, en 14 van de wet van 05.08.1968 tot vaststelling van een zeker verband tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privé-sector (B.S. van 28.04.2000) wijzigt artikel 10, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 05.11.1971.

Het ministerieel besluit van 10.05.2000 tot uitvoering van artikel 64, § 5, van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23.05.2000) bepaalt dat de in artikel 64 vastgestelde bedragen voor het jaar 1999 worden verhoogd met de coëfficiënt 1,0404.

Het ministerieel besluit van 10.05.2000 tot uitvoering van artikel 64, § 5, van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23.05.2000) bepaalt dat de in artikel 64 vastgestelde bedragen voor het jaar 2000 worden verhoogd met de coëfficiënt 1,0612.

Het koninklijk besluit van 14.05.2000 houdende verhoging van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 03.06.2000 - Ed. 2) verhoogt vanaf 01.07.2000 de basisbedragen van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en bepaalt in welke gevallen deze verhoging van ambtswege wordt toegepast.

Het koninklijk besluit van 14.05.2000 tot verhoging van het gewaarborgd minimumbedrag van het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 14.06.2000) verhoogt vanaf 01.07.2000 de basisbedragen van het gewaarborgd minimumpensioen en heft de vorige besluiten betreffende hetzelfde onderwerp op.

De wet van 12.08.2000 houdende budgetaire, sociale en andere bepalingen (B.S. van 31.08.2000) voegt een artikel 9ter in de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels ingericht in het raam van de wetten betreffende de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood, luidens hetwelk de rente die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 01.01.2001 ingaat, ongeacht alle andersluidende bepalingen, wordt uitbetaald door een enige storting gelijk aan de constante waarde van die rente (artikel 16).

Artikel 19 van dezelfde wet vervangt het zesde en zevende lid van artikel 49 van het koninklijk besluit n°50 en betreft de mogelijkheid om de bevoegdheid de instelling te vertegenwoordigen voor de gewone en administratieve gerechten over te dragen aan één of meer leden van het personeel.

Artikel 23 van dezelfde wet wijzigt artikel 68 van de wet van 30.03.1984 houdende sociale bepalingen en betreft de zgn. solidariteitsinhouding. Deze wijziging heeft uitwerking van 01.01.1995 tot 31.12.1996.

Het koninklijk besluit van 12.08.2000 tot wijziging van het koninklijk besluit van 03.11.1969 houdende vaststelling voor het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het pensioenrecht en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 01.09.2000) vervangt in artikel 23, § 1, tweede lid, de woorden "tot en met 30.06.2000" door de woorden "tot en met 30.06.2005". Dit houdt in dat de werkgevers vrijgesteld zijn van het betalen van de bijzondere werkgeversbijdragen tot vermelde datum.

Het koninklijk besluit van 12.08.2000 tot wijziging van hetA koninklijk besluit van 29.04.1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 01.09.2000) wijzigt de artikelen 48, 49 en 49quater van vermeld besluit. Deze wijziging houdt in dat bij de berekening van het gewaarborgd inkomen rekening wordt gehouden met de werkelijk uitbetaald pensioenbedrag en niet langer met het bedrag dat vóór de vermindering wegens vervroeging zou uitbetaald geweest zijn.

Het koninklijk besluit van 07.11.2000 tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 1999 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 22.11.2000 - Ed. 2) bepaalt de lonen op 3.680 frank voor mannen en vrouwen.