|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2002

Het koninklijk besluit 18.01.2002 tot vaststelling van de voorwaarden en de nadere regelen voor de raming overlevingspensioenen door de Infodienst Pensioenen (B.S. van 31.01.2002) bepaalt dat de Infodienst Pensioenen, wanneer de raming van wezenlijk belang is voor de betrokkene en op voorwaarde dat de aanvraag uitsluitend door hem wordt ingediend, ook een raming kan maken van het overlevingspensioen, ongeacht de leeftijd van de aanvrager.

Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de maand na die waarin het is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

Ter herinnering: de Infodienst Pensioenen werd ingesteld bij koninklijk besluit van 25.04.1997, getroffen met toepassing van artikel 15, 5° van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.

Het koninklijk besluit van 22.01.2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 29.04.1969 houdende algemeen reglement betreffende het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (B.S. van 27.02.2002) wijzigt de bepalingen aangaande het "Werkelijk verblijf in België".

Bepaald is thans dat geacht wordt zijn werkelijke verblijfplaats in België te hebben, de gerechtigde die er bestendig en daadwerkelijk verblijft en dat, met het oog op de betaling, met bestendig en daadwerkelijk verblijf in België wordt gelijkgesteld:

  • het verblijf in het buitenland gedurende minder dan dertig al dan niet opeenvolgende dagen per kalenderjaar ;
  • het verblijf in het buitenland gedurende dertig al dan niet opeenvolgende dagen per kalenderjaar of langer : ten gevolge van een toevallige en tijdelijke opname in een ziekenhuis of een andere instelling voor zorgenverstrekking of omdat uitzonderlijke omstandigheden dit verblijf wettigen en op voorwaarde dat het beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen hiertoe toelating verleende.

Bij overschrijding van de bepaalde perioden wordt de betaling van het gewaarborgd inkomen geschorst voor elke kalendermaand tijdens dewelke de betrokkene niet ononderbroken in België verblijft.

De gerechtigde die het Koninkrijk verlaat moet dit voorafgaandelijk meedelen aan de Rijksdienst met vermelding van de duur van zijn verblijf in het buitenland.

Het koninklijk besluit van 07.02.2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 02.03.2002) vervangt de bestaande tekst van artikel 10, § 3, waarbij is bepaald dat het recht op rustpensioen van de werknemer die wegens het bereiken van de leeftijdsgrens het recht op werkloosheids- of op ziekte- en invaliditeitsuitkeringen verliest, van ambtswege wordt onderzocht. Het rustpensioen gaat in de eerste dag van de maand volgend op het bereiken van de leeftijdsgrens.

Een gelijkaardige beslissing genomen in de regeling der zelfstandigen geldt als aanvraag in de regeling voor werknemers zo een activiteit als werknemer wordt vastgesteld tijdens het onderzoek, tijdens de behandeling van een beroep of bij de eerste uitbetaling.

Dit besluit is van toepassing op de personen die de bedoelde leeftijdsgrens ten vroegste op 01.12.2002 bereiken.

Het koninklijk besluit van 28.02.2002 tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 2000 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 30.03.2002) bepaalt het bedoelde loon op 94,50 EUR voor mannen en vrouwen.

Het koninklijk besluit van 04.03.2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 29.03.2002) vult artikel 56, § 1 van dit besluit aan, waarbij is bepaald dat het vakantiegeld volledig wordt toegekend vanaf het jaar waarin het pensioen ingaat indien de betrokkene tijdens het volledig eraan voorafgaand jaar vergoedingen heeft genoten ingevolge werkloosheid, ziekte of invaliditeit.

Bepaald wordt dat vergoedingen wegens onvrijwillige werkloosheid ten gevolge van een activiteit bedoeld bij artikel 5, § 7 van het koninklijk besluit van 23.12.1996 (grens- of seizoenarbeid) worden gelijkgesteld met in artikel 56, § 1, tweede lid, bedoelde vergoedingen voor onvrijwillige werkloosheid.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 01.01.2002.

Ter herinnering : artikel 5, § 7 van het koninklijk besluit van 23.12.1996 betreft de grens- en seizoenarbeid.

Het koninklijk besluit van 08.04.2002 tot goedkeuring van de eerste bestuursovereenkomst van de Rijksdienst voor Pensioenen en betreffende de vaststelling van de maatregelen tot rangschikking van bedoelde Rijksdienst bij de openbare instellingen van sociale zekerheid (B.S. van 04.06.2002) keurt de bij het besluit gevoegde bestuursovereenkomst goed.

Dit besluit en de bestuursovereenkomst hebben uitwerking met ingang van 01.01.2002.

Het koninklijk besluit van 26.05.2002 tot uitvoering van artikel 7, 10e lid van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 07.06.2002) bepaalt dat het het plafondbedrag van 382.082 frank voor de berekening van het pensioen voor de jaren na 2000 wordt vermenigvuldigd met 1,022. Het vermelde bedrag is gekoppeld aan spilindex 114,20 bepaald in artikel 2 van de wet van 02.08.1971 (indexcijfer der consumptieprijzen).

In het Belgisch Staatsblad van 25.07.2002 werd gepubliceerd de wet van 25.09.2000 houdende instemming met het Verdrag tot herziening van het Algemeen Verdrag tussen het Koninkrijk België en de Republiek Turkije betreffende de sociale zekerheid ondertekend te Brussel op 04.07.1966 en met de twee administratieve schikkingen, ondertekend te Ankara op 30.06.1997.

In het Belgisch Staatsblad van 17.09.2002 werd gepubliceerd de wet van 30.01.2002 houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, gedaan te Luxemburg op 21.06.1999.

De Bijlage II handelt over de Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.

Het koninklijk besluit van 11.07.2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23.05.2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 26.06.2002) vult artikel 19 van gezegd besluit aan, waarbij is bepaald met welke voordelen geen rekening wordt gehouden bij het bepalen van de bestaansmiddelen. Voortaan zijn daarbij eveneens begrepen de vergoedingen die door de Duitse overheid bij wijze van schadeloosstelling worden betaald voor de gevangenhouding tijdens de tweede wereldoorlog.

Dit besluit heeft uitwerking op 01.06.2001.

Het koninklijk besluit van 04.09.2002 betreffende het ambtshalve onderzoek van pensioenrechten voor werknemers en zelfstandigen (B.S. van 25.09.2002) voegt aan artikel 10 van het koninklijk besluit van 21.12.1967 (algemeen pensioenreglement) de § 3ter, 3quater en 3quinquies toe.

Bij § 3ter is bepaald dat het recht op rustpensioen van de persoon die zijn hoofdverblijfplaats heeft in België, op de eerste dag van de vijftiende maand die voorafgaat aan de datum waarop hij de pensioenleeftijd bereikt, en die ten vroegste op 01.12.2003 de pensioenleeftijd bedoeld in de artikelen 2, § 1 (65 jaar) en 3 (63 jaar - vrouwen) van het koninklijk besluit van 23.12.1996 bereikt, eveneens van ambtswege wordt onderzocht op voorwaarde dat de beroepsbezigheid die hij uitoefent de onderwerping aan de pensioenregeling voor werknemers tot gevolg heeft (artikel 1).

De beslissing van de Rijksdienst gaat in op de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de vereiste pensioenleeftijd wordt bereikt.

Bij § 3quater is bepaald dat het onderzoek van ambtswege, in toepassing van § 3, van het recht op rustpensioen, in voorkomend geval, het onderzoek van het overlevingspensioen tot gevolg heeft wanneer tijdens het onderzoek vastgesteld wordt dat de overleden echtgenoot een beroepsbezigheid als werknemer heeft gehad (artikel 2). De beslissing van de Rijksdienst gaat in op de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de leeftijdsgrens wordt bereikt (zie artikel 10, § 3, van het koninklijk besluit van 21.12.1967, zoals gewijzigd bij het koninklijk besluit van 07.02.2002, hiervoor vermeld)

Bij § 3quinquies wordt hetzelfde bepaald zo het rustpensioen van ambtswege wordt onderzocht in toepassing van § 3ter (artikel 3). De beslissing van de Rijksdienst kan niet ingaan vóór de eerste dag van de maand volgend op deze waarin de vereiste pensioenleeftijd wordt bereikt.

Het besluit treedt in werking de dag van zijn publicatie. artikel 2 treedt evenwel in werking op 01.01.2003.

Het koninklijk besluit van 05.11.2002 tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van diverse koninklijke besluiten (B.S. van 20.11.2002) bepaalt dat het koninklijk besluit van 10.06.2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot de arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 31.07.2002) en het koninklijk besluit van 10.06.2001 tot het in overeenstemming brengen van de sociale zekerheid met het koninklijk besluit van 10.06.2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdsgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, ... (B.S. van 31.07.2002), in werking treden op 01.01.2003.

Dit besluit is van toepassing op de pensioenen toegekend krachtens het koninklijk besluit n°50 (...), krachtens de wet van 20.07.1990 (...) en krachtens het koninklijk besluit van 23.12.1996 (...) die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste vanaf 01.01.2005 en op de ramingen van de pensioenen v oor werknemers, overeenkomstig het koninklijk besluit van 25.04.1997, met een ingangsdatum vanaf 01.01.2005.

Het koninklijk besluit van 05.11.2002 tot wijziging van sommige bepalingen, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 20.11.2002) wijzigt het hiervoor vermelde besluit van 10.06.2001 (eenvormige definiëring).

Het koninklijk besluit van 14.11.2002 tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 27.11.2002) vervangt artikel 64 van het koninklijk besluit van 21.12.1967.

Met ingang van 01.01.2002 werd het bedrag dat een gepensioneerde (bruto) mag bijverdienen uit een activiteit als werknemer vanaf 65 jaar (vrouwen 62 jaar) met de helft wordt verhoogd en aldus gebracht op 10.845,34 EUR.

Voor een activiteit als zelfstandige blijft het plafond vanaf dezelfde leeftijd afgestemd op het netto-inkomen en wordt het gebracht op 8.676,27 EUR.

Wanneer de gepensioneerde, die gerechtigd is op één of meer rustpensioenen of één of meer rust- en overlevingspensioenen, één der wettelijke pensioenleeftijden beoogd bij artikele 2 en 3 van het koninklijk besluit van 23.12.1996 niet heeft bereikt mag het inkomen niet meer bedragen dan 7.421,57 EUR (activiteit als werknemer) of 5.937,26 EUR (activiteit als zelfstandige).

De betrokkene die uitsluitend gerechtigd is op één of meer overlevingspensioenen en die de leeftijd van 65 jaar niet heeft bereikt mag een beroepsarbeid uitoefenen voor zover het inkomen niet meer bedraagt dan 14.843,13 EUR (activiteit als werknemer) of 11.874,50 EUR (activiteit als zelfstandige).

Wanneer de gerechtigde die een activiteit uitoefent als werknemer de hoofdzakelijke last heeft van ten minste één kind worden de plafonds verhoogd met 3.710,80 EUR. Voor de gerechtigde die een activiteit uitoefent als zelfstandige, wordt in dat geval het plafond verhoogd met 2.968,63 EUR.

Zoals voorheen het geval was, wordt de betaling van het pensioen voor het betrokken jaar volledig geschorst indien de toegelaten plafondbedragen met ten minste 15 % worden overschreden. Zo de overschrijding van het plafond minder dan 15 % bedraagt, wordt de betaling van het pensioen geschorst naar rata van een percentage dat gelijk is aan het percentage waarmee het plafond wordt overschreden.

Het koninklijk besluit van 21.11.2002 houdende uitvoering van artikel 2 9, § 4, van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 30.11.2002) kent een herwaardering van het maandelijks pensioenbedrag van 1 % toe, zo het pensioen daadwerkelijk en voor de eerste maal is ingegaan vóór 01.01.1993 en een herwaardering van 2 %, zo het pensioen is ingegaan na 31.12.1992 en vóór 01.01.1996.

Het besluit treedt in werking op 01.01.2003.

De programmawet van 24.12.2002 (B.S. van 31.12.2002) bevat een Hoofdstuk 13 - Verjaringstermijn inzake de uitbetaling van de pensioenen.

Deze wet bepaalt dat de uitbetaling van de in dit hoofdstuk bedoelde voordelen verjaart na verloop van tien jaar vanaf hun opeisbaarheid en dat, buiten de oorzaken vermeld bij artikel 2244 van het B.W., de verjaring wordt gestuit door een aanvraag per aangetekend schrijven verzonden aan de Rijksdienst voor Pensioenen of aan het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen, zo het voordelen betreft waarvan de betaling wordt verzekerd door de Rijksdienst voor Pensioenen, hetzij aan de sociale verzekeringsfondsen voor zelfstandigen, hetzij, wat betreft de renten, aan de bevoegde verzekeringsinstellingen zo het voordelen betreft die door deze instellingen worden betaald.

De bedoelde voordelen zijn : de rust- en overlevingspensioenen als werknemer (inbegrepen de verwarmingstoelage, het vakantiegeld en de aanvullende toeslag, de herwaarderingspremie) en als zelfstandige (inbegrepen de bijzondere bijslag voor zelfstandigen, de pensioenbijslag en de herwaarderingspremie), de ouderdoms- en de weduwerentebijslagen, de ouderdoms- en weduwenrenten gevestigd door de verplichte stortingen (wet 28.05.1971), het gewaarborgd inkomen voor bejaarden en de forfaitaire verwarmingstoelage, de inkomensgarantie voor ouderen, de onvoorwaardelijke pensioenen van zelfstandigen.

Voor de toepassing van artikel 2248 B.W. worden, naar gelang van het geval, de kennisgeving van een eerste beslissing, van een nieuwe beslissing en de verbetering van een juridische of materiële vergissing in de uitvoering van een beslissing gelijkgesteld met de erkenning door de schuldenaar van het recht van hem tegen wie de verjaring loopt.

De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze artikelen (187 en 188).