|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2003

02.08.2002 - Programmawet. - Errata (B.S. van 07.04.2003).

13.01.2003 - Koninklijk besluit tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 2001 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 28.01.2003).

21.01.2003 - Koninklijk besluit tot wijziging van de wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, gecoördineerd op 19.12.1939, de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen gecoördineerd op 14.07.1994, het koninklijk besluit van 30.03.1967 tot bepaling van de algemene uitvoeringsmodaliteiten van de wetten betreffende de jaarlijkse vakantie van de werknemers, het koninklijk besluit nr°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, en het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 03.02.2003).
De toekenning van het tijdskrediet verhindert de betaling van het pensioen. De perioden van inactiviteit wegens uitoefening van het recht op tijdskrediet, de perioden van inactiviteit vanaf de leeftijd van 50 jaar wegens uitoefening van het recht op loopbaanvermindering of vermindering van arbeidsprestaties, de laatste zeven dagen van het vaderschapsverlof en van het adoptieverlof worden gelijkgesteld met arbeidsperioden voor de berekening van het pensioen. Die wetgeving wordt van kracht op 01.01.2002, met uitzondering van de maatregelen betreffende het vadersverlof en het adoptieverlof die ingaan op 01.07.2002.

03.02.2003 - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de eerste aanpassing van de bestuursovereenkomst voor de periode 2002-2004 tussen de Belgische Staat en de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 11.09.2003).

10.02.2003 - Wet tot regeling van de overdracht van pensioenrechten tussen Belgische pensioenregelingen en die van instellingen van internationaal publiek recht (B.S. van 27.03.2003).
Het statuut van de Europese ambtenaren en de regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen voorzien de mogelijkheid om een bedrag dat overeenstemt met de actuariële tegenwaarde of met de afkoopwaarde van de wettelijke pensioenrechten opgebouwd vóór de indiensttreding bij een Europese instelling over te dragen aan de regeling voor de gemeenschapspensioenen. Wat België betreft, werd de uitvoering van dit statutair recht geregeld door de wet van 21.05.1991 die een subrogatiesysteem in de rechten van de betrokkene ten gunste van de Europese Commissie invoert. Dit subrogatiesysteem voorziet in de betaling van het Belgisch pensioen van de betrokkene via een maandelijkse storting aan de Commissie en dit vanaf de betaling van het gemeenschapspensioen van de betrokkene tot de uitdoving van het pensioenrecht. Het werd ingevoerd om rekening te houden met de bijzondere moeilijkheden naar aanleiding van het grote aantal Belgische ambtenaren in de instellingen en de lange perioden die moeten worden geregulariseerd binnen een beperkte termijn. In onderlinge overeenstemming werd er beslist om een nieuw systeem in te voeren voor de overdrachtsaanvragen ingediend vanaf 01.01.2002. Aldus kan de ambtenaar die de Gemeenschappen verlaat om een beroepsactiviteit uit te oefenen in België de overdracht naar de Belgische pensioenregeling aanvragen van de pensioenrechten die hij heeft opgebouwd in de pensioenregeling van de Gemeenschappen (in dit geval het bedrag dat overeenstemt met de actuariële tegenwaarde). De nieuwe wetgeving laat toe om de pensioenrechten over te dragen van de Belgische regeling naar de Europese regeling en omgekeerd. België opteert voor het bedrag dat overeenstemt met de afkoopwaarde van de opgebouwde pensioenrechten en de Rijksdienst voor pensioenen vervult de rol van centraliserende administratie ten aanzien van de Gemeenschappen. Die procedure wordt van kracht op 01.01.2002.

13.02.2003 - Wet tot openstelling van het huwelijk voor personen van hetzelfde geslacht en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek (B.S. van 28.02.2003).
Door de erkenning van die huwelijken zullen de betrokkenen uitkeringen kunnen genieten die voorzien zijn in de pensioenreglementering. Dit betekent onder meer de toekenning van een gezinspensioen indien dit pensioen voordeliger is dan de som van de pensioenen alleenstaande, van een gedeelte van het gezinspensioen aan de feitelijk gescheiden echtgenoot, van een overlevingspensioen aan de langstlevende echtgenoot én van een pensioen als gescheiden echtgenoot. Die wetgeving treedt in werking op 01.06.2003.

14.02.2003 - Koninklijk besluit tot vaststelling van het gewaarborgd minimumpensioen voor werknemers (B.S. van 10.03.2003).

14.02.2003 - Koninklijk besluit tot verhoging van het gewaarborgd minimumbedrag van het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 10.03.2003).

24.02.2003 - Wet betreffende de modernisering van het beheer van de sociale zekerheid (B.S. van 02.04.2003).
Die wetgeving treedt in werking op 01.01.2003 en regelt de voorwaarden voor de toegang tot en het gebruik van het informatiesysteem van de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid door de instellingen van sociale zekerheid en de wetgevers betreffende de mededeling van gegevens verricht door middel van een elektronische techniek.

24.02.2003 - Wet tot bekrachtiging van diverse koninklijke besluiten genomen met toepassing van de artikelen 38 en 39 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 02.04.2003).
Die bepalingen treden in werking op 01.01.2003 en hebben betrekking op een eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid.

09.03.2003 - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 6, § 1, van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 18.03.2003).
Dit besluit trekt het jaarlijks bedrag van de inkomensgarantie voor ouderen vanaf 01.04.2003 aan de basisspilindex 103,14 op tot 4.653,00 EUR. Aan de index 109,45 op 01.04.2003, bedraagt het basisbedrag aldus 4.937,76 EUR en het opgetrokken bedrag 7.406,64 EUR.

12.03.2003 - Koninklijk besluit tot wijziging van sommige koninklijke besluiten in het kader van de eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid (B.S. van 02.04.2003).

31.03.2003 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, tiende lid, van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van van 11.04.2003).
Dit besluit legt het limietbedrag vast van de werkelijke, fictieve en forfaitaire lonen voor de jaren na 2002 die in aanmerking moeten worden genomen voor de berekening van het pensioen ten laste van het regeling voor werknemers.

01.04.2003 - Wet houdende uitvoering van het interprofessioneel akkoord voor de periode 2003-2004 (B.S. van 16.05.2003).
Er wordt een bijzondere bijdrage ingevoerd ten laste van de werkgever voor elk conventioneel brugpensioen dat wordt toegekend krachtens hetzij een collectieve arbeidsovereenkomst, hetzij een collectief akkoord in het kader van de wetgeving op het conventioneel brugpensioen.

08.04.2003 - Programmawet (B.S. van 17.04.2003).
Het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers is gewijzigd en voorziet in de aanstelling door de Koning, bij een in Ministerraad overlegd besluit, van de titularis van een managementfunctie belast met het dagelijks beheer van de Rijksdienst voor Pensioenen en zijn adjunct én van de titularissen van managementfuncties, uitgezonderd de titularis belast met het dagelijks beheer, op voordracht van de minister waarvan de instelling afhangt én van het Beheerscomité van de instelling. De Koning legt het statuut en de aanstellingsprocedure vast bij een in Ministerraad overlegd besluit.

08.04.2003 - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 1409, §1, vierde lid, en 1409, §1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de beperking van het beslag wegens kinderen ten laste (B.S. van 15.05.2003).
Rijksdienst voor Pensioenen. - Beheerscomité Benoeming van de voorzitter (B.S. van 29.04.2003).
Bij koninklijk besluit van 03.04.2003, dat in werking treedt op 01.04.2003, wordt de heer Nollet Michel benoemd als voorzitter van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen.

Verhoging (buiten index) op 01.04.2003 van sommige sociale uitkeringen (spilindexcijfer 109,45 (basis 1996 = 100). - Pensioenen (B.S. van 25.04.2003).
1. Gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige loopbaan als werknemer (rekening houdende met het koninklijk besluit van 14.02.2003 tot verhoging van het gewaarborgd minimumbedrag van het rust- en overlevingspensioen voor werknemers) :
(Jaarbedragen)
Rustpensioen gezinsbedrag :
gezinsbedrag 12.241,07 EUR
bedrag alleenstaande 9.795,94 EUR
Overlevingspensioen : 9.641,91 EUR
2. Inkomensgarantie voor ouderen :
basisbedrag 4.937,76 EUR
basisbedrag x 1,5= 7.406,64 EUR.

22.04.2003 - Wet tot aanvulling van artikel 1410, §2, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 19.05.2003).

11.05.2003 - Wet tot wijziging van diverse bepalingen betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers en zelfstandigen met het oog op de uitvoering van het principe van de eenheid van loopbaan (B.S. van 24.06.2003).

14.05.2003 - Verordening (EG) n°859/2003 van de Raad van de Europese Unie (Publicatieblad van de Europese Unie L 124 van 20.05.2003).
Deze Verordening breidt de toepassing van de bepalingen van de Verordeningen (EG) n°1408/71 en 574/72 uit tot de onderdanen van derde landen die nog niet gedekt zijn door die bepalingen wegens hun nationaliteit én tot hun familieleden en de overlevenden. De rechten die uit die Verordening voortvloeien, worden toegekend met ingang van 01.06.2003. Denemarken, Zwitserland, Ijsland, Noorwegen en Liechtenstein zijn niet gebonden door die Verordening en zullen ze dus niet toepassen.

10.06.2003 - Besluit van het Beheerscomité tot vaststelling van de personeelsformatie van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 20.06.2003).

23.06.2003 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 08.04.2003 tot uitvoering van artikel 1409, §1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de beperking van het beslag wegens kinderen ten laste (B.S. van 26.06.2003).

11.07.2003 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27.07.1971 tot vaststelling voor de beroepsjournalisten, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het recht op pensioen en van de bijzondere toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van 20.07.1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn en van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikels 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 27.08.2003).

11.07.2003 - Koninklijk besluit betreffende de verjaringstermijn inzake de uitbetaling van de pensioenen en de rechtzetting van vergissingen in administratieve beslissingen of in de uitvoering ervan (B.S. van 02.09.2003).
Dit besluit beoogt de uniformering van de verjaringstermijnen in de verschillende regelingen : werknemerspensioenen, zelfstandigenpensioenen, gewaarborgd inkomen, inkomensgarantie voor ouderen en bijkomende toelagen. Het legt een uniforme termijn van 10 jaar vast voor de verjaring in alle regelingen. De huidige administratieve praktijk van de Rijksdienst voor pensioenen is gebaseerd op de toepassing van de artikels 2227 en 2277 van het Burgerlijk wetboek die aan de overheidsinstellingen de vrijheid laten om algemene verjaringsregels toe te passen (5 jaar in dit geval). De nieuwe bepalingen inzake de verjaring verplichten de Rijksdienst voor Pensioenen om de administratieve praktijk te herzien en uniform een verjaringstermijn van 10 jaar toe te passen op de betaling van achterstallen, of ze nu voortvloeien uit een rechtzetting van een administratieve beslissing of uit een rechtzetting in de uitvoering ervan.

01.10.2003 - Koninklijk besluit betreffende de individuele rekening en de aflevering van een bijzonder loopbaanoverzicht (B.S. van 27.11.2003).

17.11.2003 - Koninklijk besluit tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 2001 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 09.12.2003).

04.12.2003 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 12.12.2003).
Dit nieuwe besluit wijzigt de bedragen die vatbaar zijn voor overdracht of beslag door de wettelijke limieten van 857,00 EUR, 921,00 EUR en 1111,00 EUR die van kracht zijn sinds 01.01.2003 respectievelijk op te trekken tot 872,00 EUR, 937,00 EUR en 1130,00 EUR met ingang van 01.01.2004. Vanaf die datum moet de Rijksdienst voor pensioenen bijgevolg de inhoudingen voor rekening van derden, die hem worden betekend op basis van artikel 1409 van het Gerechtelijk wetboek, beperken tot :
0, indien de voor beslag vatbaar zijnde uitkeringen niet meer bedragen dan 872,00 EUR per maand;
1/5 (met een maximum van 13,00 EUR) van de schijf begrepen tussen 872,00 EUR en 937,01 EUR per maand;
2/5 (met een maximum van 77,20 EUR) van de schijf begrepen tussen 937,00 EUR en 1130,01 EUR per maand;
het volledige bedrag van de voor beslag vatbaar zijnde uitkeringen dat meer bedraagt dan 1130,00 EUR per maand
De 4 hierboven vastgelegde schijven zijn enkel van toepassing indien met geen enkel beroepsinkomen of kind ten laste rekening wordt gehouden voor de berekening van het voor beslag of overdracht vatbare zijnde bedrag.

18.12.2003 - Koninklijk besluit tot opheffing van het koninklijk besluit van 08.04.2003 tot uitvoering van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de beperking van het beslag wegens kinderen ten laste (B.S. van 30.12.2003).

22.12.2003 - Programmawet (B.S. van 31.12.2003).
Inzake de pensioenen bepaalt deze wet dat de bedragen van de buitenlandse en Belgische pensioenen die dienen als basis voor de berekening van het bedrag van de pensioenen van de grens- en seizoenarbeiders niet meer worden aangepast aan de verhoging van de kosten van levensonderhoud of aan de schommelingen van het niveau van het algemeen welzijn in het buitenland, eenmaal de pensioenen effectief zijn ingegaan. Ze voorziet tevens in een administratieve vereenvoudiging inzake e-government en wijzigt artikel 1409, § 1 van het Gerechtelijk wetboek.