|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2004

09.03.2004. - Koninklijk besluit betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 17.03.2004).
Dit besluit bepaalt dat de personen aan wie de Rijksdienst voor Pensioenen een of meer uitkeringen betaalt, de uitbetaling van deze prestaties per overschrijving ontvangen. De overschrijving wordt gedaan op een persoonlijke zichtrekening geopend bij een financiële instelling, op voorwaarde dat deze met de Rijksdienst voor Pensioenen een overeenkomst afgesloten heeft. In afwijking van dit principe en op verzoek van de begunstigde ingediend per gewone brief, kan de betaling ook gebeuren door middel van postassignaties waarvan het bedrag persoonlijk aan de gerechtigde ten huize betaalbaar is. Dit besluit treedt in werking op de dag van de publicatie ervan in het Belgisch Staatsblad.

15.03.2004. - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 29, § 4, van het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust -en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 19.03.2004).
Een herwaardering van 2 % van het maandbedrag van het pensioen wordt toegekend aan de gerechtigden op een werknemerspensioen dat effectief voor de eerste maal inging na 31.12.1995 en voor 01.01.1997. Dit besluit treedt in werking op 01.04.2004 en een koninklijk besluit van dezelfde datum voorziet dezelfde herwaardering voor de regeling der zelfstandigen.

17.03.2004. Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust - en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23 03.2004).
Dit besluit verhoogt, vanaf 01.01.2004, het grensbedrag van de toegelaten activiteit met 25 % voor de gepensioneerden die de wettelijke pensioenleeftijd bereikt hebben.

16.01.2004. - Wet houdende instemming met het verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse republiek, Ierland, de Italiaanse republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie, en met de Slotakte, gedaan te Athene op 16.04.2003 (B.S. van 15.04.2004).
Deze wet voorziet dat het Verdrag tussen de lidstaten van de Europese Unie en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de Republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek in verband met de toetreding van deze Staten tot de Europese Unie, en de Slotakte, gedaan te Athene op 16.04.2003, volledig van kracht worden. Het verdrag treedt in werking op 01.05.2004.

16.04.2003. - Verdrag tussen het Koninkrijk België, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, Ierland, de Italiaanse republiek, het Groothertogdom Luxemburg, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Portugese Republiek, de Republiek Finland, het Koninkrijk Zweden, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-ierland (lidstaten van de Europese Unie) en de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen, de republiek Slovenië, de Slowaakse Republiek betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, de Republiek Estland, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, de Republiek Hongarije, de Republiek Malta, de Republiek Polen de Republiek Slovenië en de Slowaakse Republiek tot de Europese Unie (B.S. van 26.04.2004 ).


03.05.2004. - Beslissing van het Beheerscomité houdende vaststelling van het personeelsplan van de Rijksdienst voor pensioenen (B.S. van 05.05.2004).


10.05.2004. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 11.07.1987 tot vaststelling van de samenstelling van de directieraad van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 14.05.2004).


05.06.2004. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 6, § 2, derde lid en van artikel 7, § 1, derde lid en § 2, tweede lid, van de wet van 22.03.2001, tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 21.06.2004).
Voor de toepassing van de wet tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, worden ook niet geacht hetzelfde hoofdverblijf te delen als de aanvrager, de ouders of verwanten in rechtstreeks afdalende lijn die hetzij met de aanvrager, hetzij met de aanvrager en de kinderen samenwonen. Voor de berekening van het bedrag van de inkomensgarantie wordt er geen rekening gehouden met de bestaansmiddelen van deze personen.
Dit besluit treedt in werking op 01.05.2004 en de personen die van deze bepalingen wensen te genieten hebben de mogelijkheid uiterlijk een aanvraag in te dienen op de laatste dag van de maand die volgt op het jaar van de maand van publicatie in het Belgisch Staatsblad.

18.06.2004. - Koninklijk besluit tot verhoging van het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1 van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 28.06.2004).
Het maximum jaarbedrag van de inkomensgarantie voor ouderen, vastgesteld op 4.653,00 euro wordt telkens verhoogd met 120 EUR op 01.09.2004, 01.12.2005, 01.12.2006 en 01.12.2007. Dit laatste bedrag is gekoppeld aan het indexcijfer 111,64 (basis 1996 = 100). Dit besluit treedt in werking op 01.09.2004.

14.06.2004. - Wet betreffende de onvatbaarheid voor beslag en de onoverdraagbaarheid van de bedragen waarvan sprake is in de artikelen 1409, 1409 bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer die bedragen op een zichtrekening gecrediteerd zijn (B.S. van 02.07.2004).


04.07.2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 13.07.2004).
Het forfaitaire dagloon wordt vervangen door het werkelijke loon van de werknemer voor de pensioenberekening, als dit minder voordelig is, voor de werknemers die, ten vroegste vanaf 01.01.2004, na te zijn ontslagen, een andere voltijdse of deeltijdse tewerkstelling hebben aanvaard die ten minste gelijkwaardig is aan hun vorige tewerkstelling, als het werkelijke brutoloon van de werknemer minder bedraagt dan het loon van de vorige tewerkstelling en zonder dat er een gelijkgestelde periode als werknemer van toepassing is. De werknemer moet de leeftijd van 50 jaar bereikt hebben op het ogenblik dat de nieuwe tewerkstelling aanvangt en terzelfder tijd blijk geven van een tewerkstelling als werknemer, gedurende ten minste twintig jaar en voor elk jaar moet deze tewerkstelling ten minste overeenkomen met een derde van een voltijdse werkregeling. Dit besluit heeft uitwerking op 01.01.2004.

09.07.2004. - Programmawet (B.S. van 15.07.2004).
Inzake sociale zekerheid regelt deze wet de bestuursovereenkomst en de statistische opdrachten van de openbare instellingen van sociale zekerheid, de Kruispuntbank voor sociale zekerheid, het pensioenkadaster, de solidariteitsbijdrage en het Tijdskrediet. Inzake de inkomensgarantie voor ouderen, wordt er, voor de personen die in een gemeenschap leven, enkel rekening gehouden met de bestaansmiddelen en de pensioenen waarover de aanvrager persoonlijk beschikt. Overigens, is er voorzien dat om lid te zijn van het Beheerscomité van de Rijksdienst voor Pensioenen, men Belg moet zijn en ten minste 21 jaar oud. Deze wet brengt eveneens wijzigingen aan aan artikel 1410 &1 van het Gerechtelijk wetboek.

28.06.2004. - Besluit van het Beheerscomité tot vaststelling van het personeelsplan van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 15.07.2004).
16.07.2004. - Wet houdende het Wetboek van internationaal privaatrecht (B.S. van 27.07.2004).
Onder voorbehoud van de toepassing van internationale verdragen, van het recht van de Europese Unie of van bepalingen in bijzondere wetten, regelt deze wet voor internationale gevallen de bevoegdheid van de Belgische rechters, de aanwijzing van het toepasselijk recht en de voorwaarden voor de uitwerking in België van buitenlandse rechterlijke beslissingen en authentieke akten in burgerlijke zaken en in handelszaken. Ze treedt in werking op 01.10.2004.

13.09.2004. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 05.10.1994 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor de pensioensector (B.S. van 30.09.2004).
25.10.2004. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 2003 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 10.11.2004).
De dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging, in aanmerking te nemen voor de arbeidsdagen en voor de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen met het oog op de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot is voor het jaar 2003 vastgesteld op 105,37 EUR voor de mannen; 105,37 EUR voor de vrouwen. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 01.01.2004.

09.12.2004. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 15.12.2004).
De bedragen vermeld in artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende de sommen die niet kunnen worden overgedragen of in beslag kunnen worden genomen, worden aangepast en zijn van toepassing met ingang van 01.01.2005.

27.12.2004. - Koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1erbis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn (B.S. van 31.12.2004).
Dit besluit legt de definitie vast van het begrip "kind ten laste".

27.12.2004. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de voorschriften van de bewijsvoering alsook de regels van rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, § 1, vierde lid en § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 31.12.2004).

27.12.2004. - Programmawet (B.S. van 31.12.2004).
Deze wet bevat de wijzigingen in verband met de bijdragen en inhoudingen op de aanvullende uitkeringen, op de bijzondere werkgeversbijdrage en op de inhoudingen ten laste van de werknemer.

Wat betreft de minimumpensioenen binnen het kader van de gemengde loopbanen bedoeld in de herstelwet van 10.02.1981 inzake pensioenen van de sociale sector, voor de werknemers die het bewijs leveren van gelijktijdige of afwisselende prestaties als werknemer en als zelfstandige waarvan de loopbaan tenminste gelijk is aan twee derden van een volledige beroepsloopbaan, bepaalt de Koning wat dient verstaan te worden onder twee derden van een volledige loopbaan en de modaliteiten volgens dewelke deze loopbaan bewezen word, alsook het bedrag op basis waarvan het rustpensioen berekend wordt in functie van de ten laste van de pensioenregeling voor werknemers erkende loopbaanbreuk en de modaliteiten voor de berekening van dat bedrag wanneer het pensioen een vermindering heeft ondergaan. Voor de overlevingspensioenen toegekend op grond van gelijktijdige of afwisselende prestaties als werknemer en als zelfstandige waarvan het totaal een aantal jaren bereikt dat ten minste gelijk is aan twee derden van een volledige beroepsloopbaan, bepaalt de Koning wat dient verstaan te worden onder twee derden van een volledige loopbaan en de modaliteiten volgens dewelke deze loopbaan bewezen wordt, alsook het bedrag op basis waarvan het overlevingspensioen berekend wordt in functie van de ten laste van de pensioenregeling voor werknemers erkende loopbaanbreuk en de modaliteiten voor de berekening van dat bedrag wanneer het pensioen een vermindering heeft ondergaan. Die bepalingen treden in werking op 01.04.2003.

Het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.06.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels bepaalde dat de mogelijkheid om een vervroegd rustpensioen te bekomen ondergeschikt was aan de voorwaarde dat de belanghebbende een loopbaan bewijst van ten minste 35 kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens dit besluit, de wet van 20.06.1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn, het koninklijk besluit n°50, een Belgische regeling voor arbeiders, bedienden, mijnwerkers, zeevarenden of zelfstandigen, een Belgische regeling toepasselijk op het personeel van de overheidsdiensten of van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, iedere andere Belgische wettelijke regeling. Iedere buitenlandse regeling waarop de Europese verordeningen betreffende sociale zekerheid of een door België gesloten overeenkomst betreffende sociale zekerheid van toepassing is, wordt ook bedoeld voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 01.07.1997.

In het koninklijk besluit n°50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, wat betreft de gegevens van de individuele rekening, wordt bepaald, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 01.01.2006, dat het bewijs van een op rustpensioen recht gevende arbeid van de vóór 01.01.1955 gewerkte jaren door alle middelen van recht bewezen kan worden.

Met ingang van 01.05.2004 worden de aanvullende voordelen die tot doel hebben een wettelijk pensioen aan te vullen, in voorkomend geval afgezien van het kapitaal of de rente, voorafgaandelijk verminderd ten belope van 20 pct. van het bedrag voorzien voor de toepassing van de plafonds bepaald door de wet van 05.08.1978 houdende economische en budgettaire hervormingen.