|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2005

24.12.2004 - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 11.07.1987 tot vaststelling van de samenstelling van de directieraad van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 07.01.2005)

22.12.2004 - Koninklijk besluit betreffende de Pensioengegevensbank (B.S. van 10.01.2005)
Gelet op het feit dat de kwartaalstromen inherent aan het beheer van de Pensioengegevensbank een omvangrijke briefwisseling van de instellingen belast met het beheer van de verschillende pensioenregelingen met de sociaal verzekerden veroorzaken, geeft dit besluit de Rijksdienst voor Pensioenen de exclusieve bevoegdheid om in te staan voor de omgang met die sociaal verzekerden, met het oog op de vereenvoudiging die door de programmawet van 09.07.2004 wordt betracht. Deze overdracht gaat in op 01.01.2005 en de verschillende instellingen moeten te gelegener tijd en in onderling overleg de maatregelen nemen die voor de aanpassing van hun computerprogramma’s en de voorafgaande uitvoering van tests nodig zijn. Deze bevoegdheidsoverdracht zal bovendien de regularisaties van bijdrage-inhoudingen tussen instellingen overbodig maken.

14.03.2005 - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 29, §4, van het koninklijk besluit n° 50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 23.03.2005)
Een herwaardering met 2 % van het maandbedrag van het pensioen wordt op 01.09.2005 toegekend aan de gerechtigden op een werknemerspensioen dat effectief voor de eerste maal na 31.12.1996 en voor 01.01.1998 is ingegaan, en op 01.09.2006 aan de gerechtigden op een werknemerspensioen dat effectief voor de eerste maal na 31.12.1997 en voor 01.01.2000 is ingegaan. Bij een overlevingspensioen wordt het jaar van ingang het jaar waarin het rustpensioen van de overleden echtgenoot effectief en voor de eerste maal effectief is ingegaan, als deze bij zijn overlijden op dat pensioen gerechtigd was.

15.04.2005 - Koninklijk besluit houdende benoeming van de voorzitter van de Raad voor uitbetaling van de voordelen, opgericht bij de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 27.04.2005)
Het voorzitterschap van de Raad voor de uitbetaling van de voordelen, opgericht in de Rijksdienst voor Pensioenen, wordt toevertrouwd aan mevrouw Magda De Galan, lid van het parlement van het Brussels hoofdstedelijk gewest, voor een termijn van zes jaar, met ingang op 23.07.2005.

11.05.2005 - Koninklijk besluit houdende nadere omschrijving van het begrip « personen die in gemeenschap leven » ter uitvoering van artikel 7, §4, van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 20.05.2005)
Met “personen die in een gemeenschap leven” in de zin van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen worden de personen bedoeld die om een religieuze of filosofische doelstelling te verwezenlijken dezelfde hoofdverblijfplaats en bestaansmiddelen delen, met uitzondering van die personen die tot gemeenschappen behoren welke een illegale activiteit of een activiteit nastreven die strijdig is met de openbare orde en/of waartegen een strafrechtelijk onderzoek lopende is. Dit besluit gaat in op 01.01.2005.

11.05.2005 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 20.05.2005)
De aanvraag om rustpensioen van personen die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt wordt geacht te zijn ingediend op de eerste dag van de maand waarin zij die pensioenleeftijd hebben bereikt. Dit besluit treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.

30.05.2005 - Wet tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 27.12.2004 tot vaststelling van de voorschriften van de bewijsvoering alsook de regels van rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, §1, vierde lid, en §1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 15.06.2005)
Het koninklijk besluit van 27.12.2004 tot vaststelling van de voorschriften van de bewijsvoering alsook de regels van rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, §1, vierde lid, en §1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek wordt bevestigd, met uitwerking op de dag waarop het in werking treedt.

22.05.2005 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en Australië, ondertekend te Canberra op 20.11.2002 (B.S. van 20.06.2005)
Deze Overeenkomst is van toepassing op personen voor wie de wetgeving van een van de contracterende Staten geldt of heeft gegolden en die onderdaan zijn van een van de contracterende Staten. Zij bepaalt dat als iemand niet alleen aan de Belgische, maar ook aan een Australische pensioenregeling was onderworpen en als aan de voorwaarden van de overeenkomst is voldaan, deze overeenkomst bijzondere regels oplegt voor de berekening van een nationaal pensioen, een theoretisch bedrag en een evenredig bedrag. Het bedrag van het nationaal pensioen wordt vergeleken met dat van het evenredig pensioen en het voordeligste bedrag wordt toegekend. De Overeenkomst legt bijzondere regels op voor de betaling van de uitkeringen, de verantwoordelijkheden van de bevoegde overheden, de administratieve samenwerking, de taksen en de vrijstellingen, de aanvragen, aangiften en rechtsmiddelen, de regeling van de geschillen en de onverschuldigde betalingen. De Overeenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door een van de contracterende Staten worden opgezegd door schriftelijke kennisgeving gericht aan de andere Staat met een vooropzeg van twaalf maanden. Zij gaat in op 01.07.2005.

10.05.2005 - Administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en Australië (B.S. van 08.07.2005)

Met toepassing van artikel 20 van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en Australië hebben de bevoegde overheden van België en Australië in onderlinge overeenstemming een administratieve schikking vastgelegd voor de toepasbare wetgeving, de invoering en de verwerking van de pensioenen, de medische onderzoeken, de betaling van de pensioenen, de terugvordering van de achterstallen, de statistische gegevens, de redactie van de formulieren, de aanvragen krachtens andere overeenkomsten en de herziening van de regeling. Deze schikking treedt in werking op dezelfde datum van de Overeenkomst. Zij duurt even lang als de Overeenkomst.

22.05.2005 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Kroatië, ondertekend te Brussel op 31.10.2001 (B.S. van 08.07.2005)
Deze Overeenkomst is van toepassing op personen voor wie de wetgeving van een van de contracterende Staten geldt of heeft gegolden en die onderdaan zijn van een van de contracterende Staten. Zij bepaalt dat als iemand niet alleen aan de Belgische, maar ook aan een Kroatische pensioenregeling was onderworpen en als aan de voorwaarden van de overeenkomst is voldaan, deze overeenkomst bijzondere regels oplegt voor de berekening van een nationaal pensioen, een theoretisch bedrag en een evenredig bedrag. Het bedrag van het nationaal pensioen wordt vergeleken met dat van het evenredig pensioen en het voordeligste bedrag wordt toegekend. De Overeenkomst legt bijzondere regels op voor de betaling van de uitkeringen, de verantwoordelijkheden van de bevoegde overheden, de administratieve samenwerking, de taksen en de vrijstellingen, de aanvragen, aangiften en rechtsmiddelen, de regeling van de geschillen en de onverschuldigde betalingen. De Overeenkomst wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Zij kan door een van de contracterende Staten worden opgezegd door schriftelijke kennisgeving gericht aan de andere Staat met een vooropzeg van twaalf maanden. Zij gaat in op 01.08.2005.

11.07.2005 - Programmawet (B.S. van 12.07.2005)
In het kader van de controle op de toegelaten arbeid bepaalt de wet dat artikel 39, 1ste lid, van het koninklijk besluit n° 50 van 24.10.1967 betreffende het rust-en het overlevingspensioen voor werknemers door de volgende bepaling wordt vervangen: “De Koning bepaalt de modaliteiten voor de controle van de pensioengerechtigde die zijn beroepsactiviteit voortzet of weer opneemt, alsook de verplichtingen van de werkgever die hem tewerkstelt”. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze bepaling.

03.07.2005 - Wet houdende diverse bepalingen betreffende het sociaal overleg (B.S. van 19.07.2005)
De wet bepaalt dat in artikel 3, 1ste lid van het koninklijk besluit n° 33 van 30.03.1982 betreffende een inhouding op de invaliditeitsuitkeringen gewijzigd bij koninklijk besluit n° 52 van 02.07.1982 en bij wet van 29.04.1996, de woorden “vijf jaar” worden vervangen door de woorden “drie jaar”. Deze bepaling treedt op 01.01.2009 in werking.

20.07.2005 - Wet houdende diverse bepalingen (B.S. van 28.07.2005)
Voor het dienstjaar 2005 wordt de indexering voortvloeiend uit artikel 36 van het koninklijk besluit n° 50 van 24.10.1967 betreffende het rust-en het overlevingspensioen voor werknemers ten laste gelegd van het wettelijk kapitalisatiestelsel ingevoerd in het kader van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood bij de Rijksdienst voor Pensioenen, ten belope van 121,2 miljoen EUR en wel ongeacht elke tegengestelde bepaling. De Koning bepaalt de regels voor de terbeschikkingstelling van het bij dit artikel bedoelde bedrag, en legt de rentevoeten en de terugbetalingsregeling voor het overgemaakte bedrag vast.

19.04.2002 - Administratieve Schikking betreffende de toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Kroatië (B.S. van 29.07.2005)
Met toepassing van artikel 38 van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de republiek Kroatië hebben de bevoegde overheden van België en Kroatië in onderlinge overeenstemming een administratieve schikking vastgelegd voor de toepasbare wetgeving, de invoering en de verwerking van de pensioenen, de medische onderzoeken, de betaling van de pensioenen, de terugvordering van de achterstallen, de statistische gegevens, de opmaak van de formulieren, de aanvragen krachtens andere overeenkomsten en de herziening van de regeling. Deze schikking treedt in werking op dezelfde datum van de Overeenkomst. Zij duurt even lang als de Overeenkomst.

03.07.2005 - Wet betreffende de rechten van vrijwilligers (B.S. van 29.08.2005)
Deze wet regelt het vrijwilligerswerk verricht op Belgisch grondgebied, alsook het vrijwilligerswerk dat buiten België wordt verricht, maar vanuit België wordt georganiseerd, op voorwaarde dat de vrijwilliger zijn hoofdverblijfplaats heeft in België en ongeacht de bepalingen die van toepassing zijn in het land waar het vrijwilligerswerk wordt verricht. Een bruggepensioneerde of een halftijdse bruggepensioneerde kan, onder voorbehoud van de afwijkingen die de Koning bepaalt naargelang hun specifieke statuut, vrijwilligerswerk verrichten met behoud van zijn vergoedingen, als hij maar vooraf en schriftelijk aangifte doet van dat werk aan het werkloosheidsbureau van de Rijksdienst voor arbeidsvoorziening. Voor de berekening van de bestaansmiddelen met het oog op de toekenning van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden ingevoerd bij de wet van 01.04.1969 wordt geen rekening gehouden met de uitkeringen geïnd in het kader van het vrijwilligerswerk, voor zover deze de bedragen vermeld in hoofdstuk VII van de wet van 03.07.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers niet overschrijden. Behalve tegengestelde bepalingen treedt deze wet in werking op de eerste dag van de zesde maand volgend op de maand waarin hij in het Belgisch staatsblad is bekendgemaakt.

07.12.2005 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, §2, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 15.12.2005)
De bedragen vermeld in artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, betreffende de sommen die niet kunnen worden overgedragen of in beslag kunnen worden genomen, worden aangepast en zijn van toepassing met ingang van 01.01.2006.

23.12.2005 - Wet betreffende het generatiepact (B.S. van 30.12.2005)
Inzake de pensioenen handelt deze wet over het bedrag van de bonus, de informatie over de pensioenen, de gedifferentieerde loonplafonds, de tewerkstelling van de jongeren, het minimumrecht per loopbaanjaar en het gewaarborgd minimumpensioen. De nieuwe bedragen van het minimumrecht per loopbaanjaar en van het gewaarborgd minimumpensioen zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 01.10.2006. De titel betreffende de pensioenen treedt in werking de dag waarop hij in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.

23.12.2005 - Wet houdende diverse bepalingen (B.S. van 30.12.2005)
Inzake de inkomensgarantie voor ouderen wordt er bepaald dat in artikel 2, 4° van de wet van 22.03.2001 tot instelling van inkomensgarantie voor ouderen de woorden “artikel 4” vervangen worden door de woorden “artikel 3”. Die bepaling treedt in werking op 01.06.2001.

27.12.2005 - Programmawet (B.S. van 30.12.2005)
Artikel 27 voert sancties in bij fraude inzake de werknemerspensioenen.

De werkgever van een pensioengerechtigde die niet de gegevens heeft meegedeeld aan de instelling die belast is met de inning van de sociale zekerheidsbijdragen vermeld in het koninklijk besluit van 05.11.2002 tot invoering van een onmiddellijke aangifte van tewerkstelling, met toepassing van artikel 38 van de wet van 26.07.996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, is Rijksdienst voor Pensioenen een forfaitaire vergoeding verschuldigd gelijk aan 6 keer het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen vastgesteld door de collectieve arbeidsovereenkomst gesloten in de Nationale Arbeidsraad. Wanneer de daartoe bevoegde ambtenaren vaststellen dat de hierbij betrokken pensioengerechtigde herhaaldelijk of op ernstige wijze in overtreding was met de fiscale en sociale zekerheidsreglementering, wordt het pensioen tevens geschorst voor een termijn van 6 maand. Wanneer de daartoe bevoegde ambtenaren vaststellen dat de pensioengerechtigde in overtreding is met de wet van 06.07.1976 tot beteugeling van het sluikwerk met handels- of ambachtskarakter, wordt het pensioen geschorst voor een termijn van 6 maand. De Koning bepaalt de termijn waarbinnen en de wijze waarop de vergoeding moet worden betaald, alsook de modaliteiten tot instelling van een beroep. Hij stelt eveneens een lijst op van de ambtenaren bedoeld in het eerste lid. De Raad voor uitbetalingen van de voordelen bedoeld bij artikel 60bis van het koninklijk besluit n° 50 van 24.10.1967 kan op verzoek van de pensioengerechtigde geheel of gedeeltelijk afzien van de schorsing van het pensioen. Het in het vorig lid bedoeld verzoek dient, op straffe van verval, binnen de maand te rekenen vanaf de kennisgeving van de schorsing van het pensioen door de Rijksdienst te worden verstuurd. Dit verzoek schorst de uitvoering van de beslissing op totdat de Raad voor uitbetalingen erover uitspraak heeft gedaan. Deze bepaling treedt in werking op 09.01.2006.

27.12.2005 - Wet houdende diverse bepalingen (B.S. van 30.12.2005)
Inzake justitie wijzigt deze wet sommige bepalingen van het Gerechtelijke Wetboek betreffende de beslagen, inzonderheid de artikels 1411bis, ter en quater betreffende de bedragen gecrediteerd op een zichtrekening geopend bij een kredietinstelling bedoeld in artikel 1 van de wet van 22.03.1993 op het statuut van en het toezicht op de kredietinstellingen. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding van die bepalingen, ten laatste op 01.01.2007. Anderzijds wordt de wet van 14.06.2004 betreffende de onvatbaarheid voor beslag en de onoverdraagbaarheid van de bedragen waarvan sprake is in de artikelen 1409, 1409bis en 1410 van het Gerechtelijk Wetboek wanneer die bedragen op een zichtrekening gecrediteerd zijn, opgeheven op 09.01.2006.

Inzake de pensioenen wijzigt de wet de wet van 13.06.1966 betreffende de rust- en overlevingspensioenen voor arbeiders, bedienden, zeevarenden onder Belgische vlag, mijnwerkers en vrijwillig verzekerden. De terugvordering van ten onrechte uitbetaalde prestaties verjaart voortaan na drie jaar wanneer de onverschuldigde sommen werden verkregen door bedrieglijke handelingen of door valse of bewust onvolledige verklaringen. De termijn voor de terugvordering van ten onrechte uitbetaalde prestaties ingevolge de uitoefening van een beroepsbezigheid waarvan de inkomsten de vastgestelde grensbedragen overschrijden of ingevolge het genot van sociale uitkeringen, wordt op drie jaar gebracht. De verjaringstermijn begint, in geval van overschrijding van de vastgestelde grensbedragen echter slechts te lopen vanaf de eerste juni van het kalenderjaar dat volgt op dit waarin deze overschrijding heeft plaatsgevonden. Die bepalingen treden in werking op 01.01.2006.

Inzake sociale zaken worden wijzigingen aangebracht aan sommige bepalingen betreffende de Kruispuntbank van de Sociale Zekerheid. Die bepalingen treden in werking op 01.01.2006.