|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2006

22.12.2005 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 20.01.2006)
Dit besluit breidt de toepassingssfeer van artikel 24bis van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers uit. Wanneer een periode van onvrijwillige werkloosheid tijdelijk onderbroken wordt ten gevolge van de uitoefening van een activiteit als zelfstandige tijdens een termijn die negen jaar niet overtreft, en de periode waarin deze activiteit als zelfstandige werd uitgeoefend onmiddellijk is gevolgd door een nieuwe periode van onvrijwillige werkloosheid, heeft het fictief loon van deze laatste periode als basis het fictief loon dat geldt voor het kalenderjaar waarin de eerste periode van werkloosheid werd beëindigd.Voor de toepassing van het vorige lid, dient de werknemer de leeftijd van 50 jaar te hebben bereikt op het ogenblik dat de activiteit als zelfstandige aanvangt en tegelijk het bewijs te leveren van een tewerkstelling in de hoedanigheid van werknemer gedurende ten minste twintig jaar, waarvan voor elk van die jaren moet aangetoond worden dat de tewerkstelling met ten minste één derde van een voltijdse arbeidsregeling overeenstemt. De bepalingen van dit besluit treden in werking op 30.01.2006 en zijn van toepassing op de pensioenen die effectief en voor de eerste maal op 01.01.2005 ingaan.

20.01.2006 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 7, tiende lid, van het koninklijk besluit nr. 50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 03.02.2006)
Het jaarbedrag bepaald in artikel 7, 3 de lid van het koninklijk besluit nr. 50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemer, zoals het is aangepast door de koninklijke besluiten van 18.03.1999, 26.05.2002 en 31.03.2003 wordt met 1,020 vermenigvuldigd voor de jaren na 2004.

10.02.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 17.02.2006)
In artikel 35, § 1, 1 ste lid, A, 3 de lid van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, vervangen bij koninklijk besluit van 11.09.1989, worden de woorden “zes jaar” vervangen door de woorden “negen jaar”. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de pensioenen die effectief en voor de eerste maal op 01.01.2005 ingaan.

30.01.2006 - Besluit van het Beheerscomité tot vaststelling van het personeelsplan 2006-2008 voor de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 21.02.2006)
Federale overheidsdienst Sociale Zekerheid (B.S. van 22.02.2006)
Wijziging op 01.12.2005 van de bedragen van sommige sociale uitkeringen tegen het spilindexcijfer 116,15 (basis 1996 = 100).

Pensioenen
Inkomensgarantie voor ouderen (jaarbedragen)
Verhoging van de bedragen rekening houdend met het koninklijk besluit van 18.06.2004:

  • basisbedrag (samenwonenden) . . . . . . . 5.489,91 EUR
  • basisbedrag x 1,5 (alleenstaande) . . . . . 8.234,87 EUR


Regeling voor zelfstandigen
Ter uitvoering van artikel 235 van de programmawet van 09.07.2004 (Belgisch Staatsblad van 15.07.2004, 2 de editie) wordt het bedrag van het minimumpensioen gebracht op: 

  • 11.306,45 EUR per jaar (942,20 EUR per maand) voor een gezinspensioen ;
  • 8.537,09 EUR per jaar (711,42 EUR per maand) voor een pensioen als alleenstaande of een overlevingspensioen.


05.03.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 09.03.2006)
In artikel 64 van het koninklijk besluit van 21.12.1967 houdende algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, vervangen bij het koninklijk besluit van 14.11.2002 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 17.03.2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht betreffende de toegelaten grensbedragen voor beroepsinkomsten voor de betaling van een pensioen:

  • in § 2, A., 1°, wordt het bedrag van 13.556,68 EUR vervangen door het bedrag van:
    • 15.590,18 EUR met ingang van 01.01.2006 ;
    • 17.149,20 EUR met ingang van 01.01.2007.
  • in § 2, A., 2°, wordt het bedrag van 10.845,34 EUR vervangen door het bedrag van:
    • 12.472,14 EUR met ingang van 01.01.2006 ;
    • 13.719,35 EUR met ingang van 01.01.2007.
  • in § 2, A., 3° wordt het bedrag van 13.556,68 EUR vervangen door het bedrag van:
    • 15.590,18 EUR met ingang van 01.01.2006 ;
    • 17.149,20 EUR met ingang van 01.01.2007.

Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 01.01.2006.

05.03.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 09.03.2006)
In artikel 34 van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 10.06.2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 

  • in § 1, B, 2°, worden de woorden " de perioden van moederschapsrust " vervangen door de woorden " de perioden van moederschapsbescherming ".
  • in § 2, 2, eerste lid, worden de woorden " de bij de wetgeving inzake ziekte en invaliditeitsverzekering bepaalde uitkeringen geniet " vervangen door de woorden " de bij de wetgeving inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering of inzake moederschapsbescherming bepaalde uitkeringen geniet ";
  • in § 2, 2, eerste lid worden de woorden " uit hoofde van de laatste beroepsarbeid die de periode arbeidsongeschiktheid voorafgaat " vervangen door de woorden " uit hoofde van de laatste beroepsarbeid die de periode arbeidsongeschiktheid, van moederschapsrust of van moederschapsbescherming voorafgaat. "


In artikel 35, § 1, eerste lid, B, 1°, van hetzelfde besluit, vervangen bij het koninklijk besluit van 03.12.1970 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 09.07.1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 

  • de woorden "voor zover de mijnwerker de uitkeringen geniet, in uitvoering van de regeling betreffende de verplichte ziekte- en invaliditeitsverzekering" worden vervangen door de woorden "voorzover de mijnwerker de bij de wetgeving inzake ziekte- en invaliditeitsverzekering of inzake moederschapsbescherming bepaalde uitkeringen geniet"
  • in hetzelfde lid, in fine, worden de woorden "uit hoofde van de laatste beroepsarbeid die de periode arbeidsongeschiktheid voorafgaat" vervangen door de woorden "uit hoofde van de laatste beroepsarbeid die de periode arbeidsongeschiktheid, van moederschapsrust of van moederschapsbescherming voorafgaat".


Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 06.10.1996, met uitzondering van de artikelen 1, 3° en 2, die uitwerking hebben met ingang van 01.07.1997.

22.03.2006 - Koninklijk besluit tot vaststelling van de dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging met betrekking tot het jaar 2004 in aanmerking te nemen voor de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot (B.S. van 08.05.2006)
De dagelijkse forfaitaire en fictieve bezoldiging, in aanmerking te nemen voor de arbeidsdagen en voor de met arbeidsdagen gelijkgestelde dagen met het oog op de berekening van het rustpensioen van de grens- en seizoenwerknemers en van het overlevingspensioen van hun langstlevende echtgenoot, is voor het jaar 2004 vastgesteld op 107,95 EUR voor de mannen en op 107,95 EUR voor de vrouwen. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 01.01.2005.

02.05.2006 - Koninklijk besluit houdende hervorming van de bijzondere loopbaan van sommige personeelsleden van het niveau A in de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 08.05.2006)

01.05.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 03.11.1969 houdende vaststelling voor het vliegend personeel van de burgerlijke luchtvaart, van de bijzondere regelen betreffende het ingaan van het pensioenrecht en van de bijkomende toepassingsmodaliteiten van het koninklijk besluit nr. 50 van 24.10.1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, van de wet van 20.07.1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn en van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 18.05.2006)
Dit besluit wijzigt de percentages van de bijkomende persoonlijke bijdrage en de bijkomende werkgeversbijdrage die bestemd zijn voor de financiering van de speciale voordelen voor het vliegend personeel en die de werkgever moet storten aan de Rijksdienst voor Pensioenen, naast de persoonlijke bijdrage en de werkgeversbijdrage die bestemd zijn voor de pensioenen en die de werkgever moet storten aan de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid. Dit besluit wordt van kracht op 01.07.2005.

12.06.2006 - Koninklijk besluit tot uitvoering van Titel III, hoofdstuk II van de wet van 23.12.2005 betreffende het generatiepact (B.S. van 22.06.2006)
Het eerste artikel bepaalt het toepassingsgebied en definieert de kernbegrippen. Het voorliggende besluit is van toepassing op de Rijksdienst voor Pensioenen, de Pensioendienst voor de Overheidssector en het Rijksinstituut voor Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen. Het kan bij in Ministerraad overlegd besluit worden uitgebreid tot andere pensioeninstellingen die wettelijke pensioenregelingen beheren. Verder wordt bepaald wat moet worden verstaan onder de begrippen “aanvraag", "raming", “loopbaangegevens", “loopbaanoverzicht", "toekomstige gepensioneerde" en " normale pensioenleeftijd ".

Artikel 2 bepaalt dat de pensioeninstellingen op aanvraag of van ambtswege aan de toekomstige gepensioneerden een raming van de opgebouwde en nog te verwezenlijken pensioenrechten verstrekken. Tussen de pensioeninstellingen geldt de polyvalentie van aanvragen..
Conform artikel 3 kan de aanvraag tot raming uitsluitend door de toekomstige gepensioneerde worden ingediend, en dit binnen een termijn die vijf jaar voorafgaat aan de leeftijd waarop het recht op rustpensioen of vervroegde pensioen ontstaat.

De Koning bepaalt de modaliteiten voor het indienen van een aanvraag en de gevallen waarin de aanvraag niet ontvankelijk wordt verklaard.

Overeenkomstig artikel 4 geldt een aanvraag tot raming niet als een pensioenaanvraag.

Krachtens artikel 5 komt het aan de Koning toe om vast te stellen hoe de verzekerde van het loopbaanoverzicht en van de raming in kennis wordt gesteld.

In toepassing van artikel 6 omvat de raming, per wettelijke pensioenregeling, de door de toekomstige gepensioneerde opgebouwde rechten en een voorafspiegeling van de pensioenrechten die tot de normale pensioenleeftijd kunnen worden opgebouwd.

De pensioeninstellingen zijn er in toepassing van artikel 7 toe gehouden een raming af te leveren in het jaar waarin de verzekerde 55 wordt.
Dit artikel verleent aan de Koning eveneens de mogelijkheid om het tijdstip waarop de raming van ambtswege wordt afgeleverd, te wijzigen of in de tijd te spreiden. De Koning mag hierbij een onderscheid maken per pensioenregeling.
De raming van ambtswege ontslaat de pensioeninstelling van de verplichting om, binnen een door de Koning bepaalde termijn een raming op aanvraag af te leveren.

Artikel 8 stipuleert dat de afgeleverde raming niet als kennisgeving van het recht op pensioen geldt. De raming verbindt vanzelfsprekend de pensioeninstelling niet.

De pensioeninstellingen zijn er in toepassing van artikel 9 toe gehouden een loopbaanoverzicht af te leveren in het jaar waarin de verzekerde 55 wordt.
De Koningheeft de mogelijkheid om het tijdstip waarop het overzicht wordt afgeleverd, te wijzigen of in de tijd te spreiden. De Koning mag hierbij een onderscheid maken per pensioenregeling.
Artikel 10 verplicht de pensioeninstellingen er toe om de loopbaangegevens van de toekomstige gepensioneerden elektronisch te bewaren en ter beschikking te stellen. Deze gegevens worden verzameld in een loopbaanoverzicht dat op 55-jarige leeftijd aan de toekomstige gepensioneerde ter beschikking wordt gesteld. Deze heeft het recht een verbetering van de over hem opgenomen gegevens te vragen.
De Koning kan nadere regels vaststellen voor de verbetering van het overzicht en de wijze waarop de toekomstige gepensioneerde hiervan in kennis wordt gesteld.

Krachtens artikel 11 wordt, wanneer de toekomstige gepensioneerde aan verschillende regelingen onderworpen is geweest, één globaal overzicht van de opgebouwde en nog te verwezenlijken pensioenrechten afgeleverd. De pensioeninstellingen sluiten hiertoe onderlinge samenwerkingsakkoorden.
Artikel 12 biedt de pensioeninstellingen de mogelijkheid om in de schoot van de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid een vereniging zonder winstoogmerk op te richten die met het beheer van de informatiesystemen en de ondersteunende opdrachten voor het bijhouden van de loopbaangegevens wordt belast.
De artikels 13 en volgende bevatten de slotbepalingen. Het betreft onder meer een aanpassing van de wet op de Kruispuntbank voor de Sociale Zekerheid; de opheffing van het koninklijk besluit tot instelling van de "Infodienst Pensioenen" ; de machtiging tot het bepalen van de uiterste datum van inwerkingtreding van sommige bepalingen ; de datum van inwerkingtreding van het voorliggende besluit.

04.07.2006 - Koninklijk besluit houdende uitvoering van het artikel 1411bis, § 2 en § 3, van het Gerechtelijk Wetboek en tot vaststelling van de inwerkingtreding van de artikelen 4 tot 8 van de wet van 27.12.2005 houdende diverse bepalingen (B.S. van 14.07.2006)

11.07.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23.05.2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 27.07.2006)
In artikel 1, 5° van het koninklijk besluit van 23.05.2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen, worden de woorden "artikel 4" vervangen door de woorden "artikel 3". Dit besluit wordt van kracht op 01.06.2001.

20.07.2006 - Wet houdende diverse bepalingen (B.S. van 28.07.2006)
Deze wet wijzigt de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, door de niet voor beslag of overdracht vatbare bedragen te vermeerderen in geval van kinderlast, evenals de bepalingen van het koninklijk besluit van 27.12.2004 tot vaststelling van de voorschriften van de bewijsvoering alsook de regels van rechtspleging voor de tenuitvoerlegging van artikel 1409, § 1, vierde lid en § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek. Inzake pensioenen wijzigt de wet de bepalingen van de wet tot vaststelling van de inkomensgarantie voor ouderen inzake de weerslag van de bestaansmiddelen, met ingang van 01.06.2001, en van de wet tot vaststelling van een zeker verband tussen de Belgische pensioenstelsels en die van instellingen van openbaar internationaal recht inzake de overdracht van pensioenrechten naar de gemeenschapsinstellingen, met ingang van 01.05.2004.

11.07.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 07.08.2006)
Dit koninklijk besluit legt de datum van inwerkingtreding van artikel 10 van de programmawet van 11.07.2005 vast op 01.01.2006, te weten de datum waarop de controle van de toegelaten beroepsbezigheid zal gebeuren door een systematische vergelijking tussen de verschillende bestanden van C.I.M.I.R.e en van de Rijksdienst voor Pensioenen, en stelt de gepensioneerden die de leeftijd van 65 jaar bereikt hebben vrij van aangifte.

11.07.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers – Erratum (B.S. van 25.08.2006)

05.08.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 23.05.2001 tot instelling van een algemeen reglement betreffende de inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 04.09.2006)
Bij het berekening van de bestaansmiddelen inzake de inkomensgarantie voor ouderen wordt, in het kader van de vrijstellingen, geen rekening gehouden met de vergoedingen die ontvangen zijn in het kader van het vrijwilligerswerk, voorzover ze de in hoofdstuk VII van de wet van03.07.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers bedoelde bedragen niet overschrijden. Dit besluit wordt van kracht op 01.02.2006.

19.07.2006 - Koninklijk besluit tot goedkeuring van de tweede bestuursovereenkomst van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 06.09.2006 )

15 .09.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 29.09.2006)
Artikel 21quater van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, ingevoegd bij het koninklijk besluit van 08.08.1997 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11.03.2002, wordt aangevuld met het volgende lid:

"De pensioengerechtigde is er evenwel van vrijgesteld de Rijksdienst voor Pensioenen op de hoogte te brengen van elke wijziging van de informatiegegevens bedoeld bij artikel 3, eerste lid, van de wet van 08.08.1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en toegankelijk voor de Rijksdienst, voor zover hij deze wijziging heeft medegedeeld aan de bevoegde gemeentelijke administratie”. Dit besluit wordt van kracht op 01.01.2006.

15 .09.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 17.10.1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 29.09.2006)
In artikel 1, § 2, van het koninklijk besluit van 17.10.1991 betreffende de betaling per overschrijving van de uitkeringen betaald door de Rijksdienst voor Pensioenen, vervangen bij het koninklijk besluit van 09.03.2004, worden de volgende wijzigingen aangebracht: 

  • in het vierde lid, worden de woorden "vijfjaarlijkse verjaring" vervangen door de woorden "driejaarlijkse verjaring" ;
  • § 2 wordt aangevuld met het volgende lid : "De pensioengerechtigde is er evenwel van vrijgesteld de Rijksdienst voor Pensioenen op de hoogte te brengen van elke wijziging van de informatiegegevens bedoeld bij artikel 3, eerste lid, van de wet van 08.08.1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, en toegankelijk voor de Rijksdienst, voorzover hij deze wijziging heeft medegedeeld aan de bevoegde gemeentelijke administratie". Dit besluit wordt van kracht op 01.01.2006.


28 .09.2006 - Koninklijk besluit ter uitvoering van artikel 8, § 10, 1°, van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26.07.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels (B.S. van 06.10.2006)
Het bedrag van het loon, beoogd bij artikel 8, § 1, eerste lid van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van het koninklijk besluit van 23.12.1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels wordt verhoogd met 17 %. Dit heeft als resultaat dat de pensioenopbrengst, voor de jaren waarin het minimum jaarrecht voor een volledig jaar in de plaats komt van het werkelijk loon, op het peil van het gewaarborgd minimumpensioen wordt gebracht. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 01.10.2006

28.09.2006 - Koninklijk besluit tot uitvoering van de artikelen 33, 33bis, 34 en 34bis van de herstelwet van 10.02.1981 inzake de pensioenen van de sociale sector (B.S. van 06.10.2006)
Het nagestreefde doel bestaat er in om de toegang tot het gewaarborgd minimumpensioen als werknemer te versoepelen voor sommige gerechtigden die volgens de bestaande reglementering niet voldoen aan de gestelde voorwaarden. Het is ook de bedoeling om het gewaarborgd minimumpensioen uit te breiden tot de personen die deeltijdse arbeid verricht hebben, wat dus neerkomt op het terugdringen van een zekere vorm van discriminatie, meer in het bijzonder ten opzichte van vrouwelijke gerechtigden, die in grote getale gekozen hebben voor een andere invulling van hun arbeidstijd. Daarom werd het begrip twee derden van een volledige loopbaan opnieuw gedefinieerd. Thans worden die loopbaanjaren in aanmerking genomen, welke ten minste 156 gewerkte en gelijkgestelde dagen omvatten, in voorkomend geval omgezet in voltijdse dagequivalenten, hetgeen met andere woorden voor het pensioen overeenstemt met een halftijdse tewerkstelling. Anderzijds maken de bepalingen, bij de berekening van het gewaarborgd minimum, een onderscheid naargelang de duur van de tewerkstelling. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste ingaan op 01.10.2006.

10.05.2006 - Wet houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Japan betreffende de sociale zekerheid, ondertekend te Brussel op 23.02.2005 (B.S. van 03.11.2006)
De overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Japan betreffende de sociale zekerheid, ondertekend te Brussel op 23.02.2005, zal volledig in werking treden. Deze Overeenkomst is van toepassing op elke persoon die onderworpen was aan de wetgeving van een overeenkomstsluitende Staat en op elke persoon die rechten ontleent aan deze persoon. De bepalingen in verband met de Belgische voordelen inzake rust-en overlevingspensioenen voorzien een stelsel van samentelling en berekening van het bedrag. De Overeenkomst voert de regels in voor de administratieve samenwerking, de kosten of taksen, omgangstalen, de vertrouwelijkheid van de informatie, de aanvragen, beroepen en aangiften, de betaling van de voordelen en de regeling van de geschillen. Deze overeenkomst treedt in werking op 01.01.2007 en wordt gesloten voor een onbepaalde duur. Elke overeenkomstsluitende Staat kan deze Overeenkomst opzeggen door schriftelijke kennisgeving aan de andere overeenkomstsluitende Staat, langs diplomatieke weg.

26.10.2006 - Ministerieel besluit tot aanwijzing van de hiërarchische meerderen die bij de Rijksdienst voor Pensioenen bevoegd zijn om een voorlopig voorstel tot tuchtstraf te doen (B.S. van 16.11.2006)

10.11.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 18.06.2004 tot verhoging van het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, en tot verhoging van het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. van 23.11.2006)
In het artikel 1 van het koninklijk besluit van 18.06.2004 tot verhoging van het bedrag bedoeld in het artikel 6,§1 van de wet van 22.03.2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen ,worden de woorden “01.09.2004, 01.12.2005, 01.12.2006 en 01.12.2007” vervangen door de woorden “01.09.2004 en 01.12.2005”.

Het bedrag bedoeld in het artikel 6, §1 van de wet van 22.03.2001 tot instelling van de inkomensgarantie voor ouderen, wordt respectievelijk gebracht: 

  • op 01.12.2006, op 5.539,87 EUR ;
  • op 01.12.2007, op 5.650,74 EUR.


Dit besluit heeft uitwerking op 01.12.2006, met uitzondering van het artikel 1 dat uitwerking heeft op 01.09.2004.

13.11.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 24bis van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers, in het kader van het generatiepact (B.S. van 30.11.2006)

23.11.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27.12.2004 ter uitvoering van artikelen 1409, § 1, vierde lid, en 1409, § 1bis, vierde lid, van het Gerechtelijk Wetboek inzake de beperking van de inbeslagneming wanneer er kinderen ten laste zijn, alsmede van het koninklijk besluit tot uitvoering van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (B.S. van 30.11.2006)

03.12.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 12.12.2006)
In artikel 57,lid 1, van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers ,vervangen door het koninklijk besluit van 30.11.1978 en gewijzigd door het koninklijk besluit van 11.12.2001, worden de bedragen “20,01 EUR” en “600,40 EUR” respectievelijk vervangen door de bedragen “23,12 EUR” en “693,90 EUR”. Dit besluit treedt in werking op 01.01.2007.

05.12.2006 - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 14.12.2006)
Federale overheidsdienst Sociale Zekerheid (B.S. van 14.12.2006)
Aanpassing buiten de index op 01.12.2006 van het bedrag van sommige sociale uitkeringen.

Aan de spilindex 104,14 (basis 2004=100), het bedrag van de volgende sociale uitkeringen wordt,vanaf 01.12.2006, vastgesteld op:

Pensioenen
Inkomensgarantie voor ouderen (jaarbedragen)
Krachtens het koninklijk besluit van 10.11.2006 :

  • basisbedrag(samenwonenden) . . . . . . . . . 6.363,65 EUR
  • basisbedrag x 1,5 (alleenstaanden) . . . . . .9.545,48 EUR


Stelsel voor zelfstandigen (jaarlijkse bedragen)
Krachtens het artikel 235 van de programmawet van 09.07.2004 :

  • minimum gezinspensioen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . 11.952,59 EUR
  • minimum pensioen alleenstaande of overleving . . . . . . . . 9.051,49 EUR


12.12.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 22.12.2006)
Het genot van de pensioenregeling, zoals bij het koninklijk besluit nr. 50, bij de wet van 20.07.1990 en bij het koninklijk besluit van 23.12.1996, kan door het personeelslid verkregen worden indien hij van de mogelijkheid gebruik maakt om te vragen dat de instelling de stortingen doet voor de vaststelling of het behoud van zijn pensioenrechten in de Belgische regeling der werknemers, in toepassing van artikel 42 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Gemeenschappen opgenomen als bijlage bij de Verordening nr. 31 (E.E.G.), 11 (E.G.A.) tot vaststelling van het statuut van de ambtenaren en de regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie of door analoge bepalingen van het Statuut van een andere instelling. Dit besluit heeft uitwerking op 01.01.2002.

15.12.2006 - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 21.12.1967 tot vaststelling van het algemeen reglement betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. van 22.12.2006)
De betrokkene die uitsluitend een of meer overlevingspensioenen geniet en die,de leeftijd van 65 jaar niet bereikt heeft kan,mits voorafgaande aangifte en onder de voorwaarden die vermeld worden, een beroepsactiviteit uitoefenen voor zover het beroepsinkomen per kalenderjaar niet: 

  • 16.000 EUR overschrijdt voor een beroepsactiviteit geregeld door de wetgeving in verband met de arbeidsovereenkomsten, of door een gelijkaardig wettelijk of reglementair statuut ;
  • 12.800 EUR voor een beroepsactiviteit als zelfstandige of helper die de onderwerping meebrengt aan het koninklijk besluit nr 38 van 27.07.1967 waarbij het sociaal statuut der zelfstandigen wordt ingericht,of die uitgeoefend wordt als helpende echtgenoot (echtgenote) ;
  • 16.000 EUR voor elke andere activiteit,mandaat ,opdracht of functie.


Het gelijktijdig of achtereenvolgend uitoefenen van verschillende bovengenoemde beroepsactiviteiten ,wordt beperkt toegelaten. De genoemde bedragen worden respectievelijk verhoogd met 4.000 en 3.200 EUR als de gerechtigde de hoofdzakelijke last van minstens één kind heeft. Dit besluit heeft uitwerking op 01.01.2007.

18.12.2006 - Koninklijk besluit tot vaststelling van de taalkaders van de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. van 27.12.2006)
Dit besluit heeft uitwerking op 21.07.2006.

27.12.2006. - Programmawet (B.S. van 28.12.2006)
De Rijksdienst voor sociale zekerheid-Globaal Beheer, zoals bedoeld in artikel 5, 2°, van de wet van 27.06.1969 tot herziening van de besluitwet van 28.12.1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders, kan vanaf een datum te bepalen door de Koning de rechten en/of de verplichtingen overnemen van het wettelijk kapitalisatiestelsel, zoals ingericht bij de wet van 28.05.1971 tot verwezenlijking van de eenmaking en de harmonisering van de kapitalisatiestelsels in het raam van de wetten betreffende de verzekering tegen de geldelijke gevolgen van ouderdom en vroegtijdige dood

Inzake indexatie van de renten zullen de periodiek betaalde renten, vanaf de door de Koning vast te stellen datum , gekoppeld worden aan de spilindex van december 2006,overeenkomstig de bepalingen van de wet 02.08.1971 tot inrichting van een stelsel van koppeling aan de index der consumptieprijzen.

Inzake bescheiden pensioenen,kan de Koning de bijzondere betalingsmodaliteiten vaststellen voor de pensioenen waarvan het bedrag lager is dan 86,32 EUR per jaar aan het indexcijfer 103,14 (basis 1996=100).

Inzake overdrachten tussen pensioenstelsels, worden er wijzigingen aangebracht aan de wet van 05.08.1968 waarbij er een zeker verband wordt vastgesteld tussen de pensioenstelsels van de openbare sector en die van de privésector.

Inzake gewaarborgd inkomen voor bejaarden en inkomensgarantie voor ouderen, stelt de Koning de voorwaarden en de andere regels vast waarbij de gemeenten of de Rijksdienst voor Pensioenen de verblijfplaats op het grondgebied van België vaststellen voor de gerechtigden op een gewaarborgd inkomen.

Er worden wijzigingen aan de bepalingen in verband met de aanvullende pensioenen aangebracht.

Deze wet treedt in werking op 06.01.2007.

27.12.2006 - Wet houdende diverse bepalingen (I) (B.S. van 28.12.2006)
Een hoofdstuk behandelt de sociale zekerheidsbijdragen en inhoudingen,verschuldigd op de brugpensioenen, op de aanvullende uitkeringen voor sommige sociale zekerheidsuitkeringen en op de invaliditeitsuitkeringen, en treedt op 01.04.2007 in werking.

13.12.2006 - Koninklijk besluit houdende uitvoering van artikel 1411quater, § 2, 3, van het Gerechtelijk Wetboek (B.S. van 29.12.2006)