|
|
|

Overzicht van de wettelijke en reglementaire beschikkingen van 2011

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID.

28 FEBRUARI 2011. - Besluit van het Beheerscomité tot vaststelling van het personeelsplan 2011 voor de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. 21.03.2011).

16 JUNI 2011. - Besluit van het Beheerscomité tot wijziging van het besluit van het Beheerscomité van 28 februari 2011 tot vaststelling van het personeelsplan 2011 voor de Rijksdienst voor Pensioenen (B.S. 23.06.2011).

21 JUNI 2011. - Koninklijk besluit van 21 juni 2011 tot verhoging van het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen (B.S. 08.07.2011).
Het bedrag bedoeld in artikel 6, § 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen, wordt op 1 september 2011 gebracht op 6.013,54 euro. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2011.

6 JULI 2011. - Koninklijk besluit tot verhoging van sommige pensioenen in de regeling voor werknemers en tot uitvoering van artikel 7, tiende lid, van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (B.S. 22.07.2011).

13 AUGUSTUS 2011. - Koninklijk besluit betreffende de betaling van de door de Rijksdienst voor Pensioenen betaalde uitkeringen (B.S. 24.08.2011).
Dit besluit regelt de betaling per overschrijving op een bankrekening voor gerechtigden met hoofdverblijfplaats op het grondgebied van een lidstaat van de E.E.R. en op het grondgebied van een niet-lidstaat van de E.E.R., de betalingsvoorwaarden op een persoonlijke zichtrekening, het levensbewijs en het verblijfsbewijs.

13 AUGUSTUS 2011. - Koninklijk besluit tot wijziging van artikel 7 van het koninklijk besluit van 9 april 2007 tot verhoging van sommige pensioenen en tot toekenning van een welvaartsbonus aan sommige pensioengerechtigden (B.S. 24.08.2011).

FEDERALE OVERHEIDSDIENST SOCIALE ZEKERHEID (B.S. 26.10.2011).
Aanpassing buiten index op 1 september 2011 van het bedrag van sommige sociale uitkeringen:

Pensioenen

I. Regeling voor werknemers
Krachtens het koninklijk besluit van 6 juli 2011 tot verhoging van sommige pensioenen in de regeling voor werknemers en tot uitvoering van artikel 7, tiende lid, van het koninklijk besluit nr. 50 van 24 oktober 1967 betreffende het rust- en overlevingspensioen voor werknemers (Belgisch Staatsblad van 22 juli 2011).
1. Gewaarborgd minimumpensioen voor een volledige werknemersloopbaan (jaarbedragen):
a) Rustpensioen:
- gezinsbedrag . . . . . 15.989,96 EUR
- bedrag alleenstaande . . . . . 12.796,00 EUR
b) Overlevingspensioen . . . . . 12.594,81 EUR

II. Inkomensgarantie voor oudere (jaarbedragen)
Krachtens het koninklijk besluit van 21 juni 2011 tot verhoging van het bedrag bedoeld in artikel 6, par. 1, van de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen. (Belgisch Staatsblad van 8 juli 2011)
a) Basisbedrag . . . . . 7.626,37 EUR)
b) Basisbedrag x 1,5 . . . . . 11.439,56 EUR

13 NOVEMBER 2011. - Wet tot verlenging van de pensioenbonus voor werknemers en zelfstandigen (B.S. 23.11.2011).

28 DECEMBER 2011. - Wet houdende diverse bepalingen (B.S. 30.12.2011).
In hoofdstuk 2 – Vervroegd pensioen, van Titel 8 – Pensioenen, artikelen 107 en volgende, worden in artikel 4 van het koninklijk besluit van 23 december 1996 tot uitvoering van de artikelen 15, 16 en 17 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenen, de volgende wijzigingen aangebracht:

1° paragraaf 1 wordt vervangen als volgt:
" § 1. In afwijking van artikel 2, § 1, en onverminderd de bepalingen van paragraaf 3 van dit artikel kan het pensioen naar keuze en op verzoek van de belanghebbende vervroegd ingaan. De gekozen ingangsdatum kan niet voorafgaan aan de eerste dag van de maand volgend op deze waarin hij de aanvraag indient noch:
1° aan de eerste dag van de zevende maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2013 en uiterlijk op 1 december 2013;
2° aan de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 61 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2014 en uiterlijk op 1 december 2014;
3° aan de eerste dag van de zevende maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 61 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2015 en uiterlijk op 1 december 2015;
4° aan de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 62 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2016 ingaan.";

2° in paragraaf 2 wordt het eerste lid, vervangen door de wet van 27 december 2004, vervangen als volgt :"De mogelijkheid om overeenkomstig paragraaf 1 een vervroegd rustpensioen te bekomen is onderworpen aan de voorwaarde dat de belanghebbende een loopbaan bewijst van een bepaald aantal kalenderjaren waarvoor pensioenrechten kunnen worden geopend krachtens dit besluit, de wet van 20 juli 1990 tot instelling van een flexibele pensioenleeftijd voor werknemers en tot aanpassing van de werknemerspensioenen aan de evolutie van het algemeen welzijn, het koninklijk besluit nr. 50, een Belgische regeling voor arbeiders, bedienden, mijnwerkers, zeevarenden of zelfstandigen, een Belgische regeling toepasselijk op het personeel van de overheidsdiensten of van de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, iedere andere Belgische wettelijke regeling of iedere buitenlandse regeling waarop de Europese verordeningen betreffende sociale zekerheid of een door België gesloten overeenkomst betreffende sociale zekerheid van toepassing is. De vereiste loopbaanvoorwaarde is :
1° ten minste 38 jaren, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2013 en uiterlijk op 1 december 2013;
2° ten minste 39 jaren, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2014 en uiterlijk op 1 december 2014;
3° ten minste 40 jaren, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2015 ingaan.";

3° paragraaf 3 wordt vervangen als volgt:
" § 3. In afwijking van paragrafen 1 en 2:
1° als de belanghebbende een loopbaan bewijst van ten minste 40 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2, kan zijn vervroegd rustpensioen ingaan op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2013 en uiterlijk op 1 december 2014;
2° als de belanghebbende een loopbaan bewijst van ten minste 41 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2, kan zijn vervroegd rustpensioen ingaan op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 60 jaar bereikt, voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ingaan ten vroegste op 1 januari 2015 en uiterlijk op 1 december 2015;
3° voor de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2016 ingaan,
a) als de belanghebbende een loopbaan bewijst van ten minste 42 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2, kan zijn vervroegd rustpensioen ingaan op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 60 jaar bereikt;
b) als de belanghebbende een loopbaan bewijst van ten minste 41 kalenderjaren zoals bepaald in paragraaf 2, kan zijn vervroegd rustpensioen ingaan op de eerste dag van de maand volgend op deze tijdens welke hij de leeftijd van 61 jaar bereikt.".

De Koning zal, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, overgangsmaatregelen nemen voor de werknemers waarvan de opzegtermijn is ingegaan voor 1 januari 2012 en eindigt na 31 december 2012 alsmede voor de werknemers die buiten het kader van de regeling van het conventioneel brugpensioen, voor 28 november 2011 in onderling overleg met de werkgever een overeenkomst van vervroegde uittreding op de leeftijd van 60 jaar hebben afgesloten voor zover deze werknemers op dat ogenblik minstens een loopbaan van 35 jaren bewijzen.

Deze bepalingen van artikelen 107 et 108 zijn van toepassing op de pensioenen die daadwerkelijk en voor de eerste maal ten vroegste op 1 januari 2013 ingaan.

Dit hoofdstuk treedt in werking op 1 januari 2013.

De hoofdstukken 3 en 6 hebben betrekking op de bijzondere stelsels, de pensioenen van de journalisten en luchtvaart, de gelijkgestelde periodes en de bekrachtigingsbepaling.