|
|
|

Speciale stelsels werknemer

Voor bepaalde beroepscategorieën werknemer geldt een andere berekeningswijze voor het pensioen:

De eerste drie 'speciale stelsels' zijn uitdovend. De journalisten betalen een verhoogde bijdrage.

 

Wanneer ben ik een mijnwerker?

U bent een mijnwerker als u:

  • in een steenkoolmijn werkte;
  • in een ondergrondse groeve werkte (of uw situatie daarmee gelijkgesteld is, bijvoorbeeld door het storten van verzekeringsbijdragen);
  • in een (cokes)fabriek werkte die aan de steenkolenmijnen verbonden was (de tewerkstelling in de cokesfabriek na de sluiting van de steenkoolmijn is gelijkgesteld met de arbeid voordien)
  • in een steenkoolmijn werkte en u na de sluiting ervan hielp bij het buiten gebruik stellen van de installaties en bij de werkzaamheden rond de bewerking en de afzet van de producten van deze mijn;
  • als leerling-mijnwerker of als leerling van een onderwijsinstellingen in het kader van uw opleiding werkte in één van de bovenstaande ondernemingen.

We maken een onderscheid tussen:

  • ondergrondse mijnarbeid;
    en
  • bovengrondse mijnarbeid.

U was ondergronds mijnwerker als u werkte:

  • op gewoonlijke en hoofdzakelijke wijze (185 voltijdse arbeidsdagen per kalenderjaar) in de ondergrond van de mijnen;
  • als ophaalmachinist (ten minste 20 jaren gewoonlijk en hoofdzakelijk als ophaalmachinist en/of als ondergronds mijnwerker);
  • aan het wassen en sorteren van de steenkolen, aan de fabricage van briketten op basis van hars en aan het drogen van schlam (ten minste 20 jaren gewoonlijk en hoofdzakelijk in één van die hoedanigheden en/of als ondergronds mijnwerker).


U werkte als bovengrondse mijnwerker als u geen gewoonlijk en hoofdzakelijk ondergrondse arbeid verrichte.

Bepaalde activiteiten als bovengronds mijnwerker stellen we gelijk met activiteiten in de ondergrond:

  • Uw tewerkstelling vanwege de stopzetting van de opdelving van steenkool in de onderneming waar u als bovengronds mijnwerker werkte, stellen we gelijk met arbeid in de ondergrond als:
    • u op het moment van de stopzetting van de opdelving, ten minste tien jaar gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling had in bovengenoemde ondernemingen;
    • de stopzetting van de opdelving in een steenkolenmijn plaatsvond na 01/07/1957;
    • de stopzetting van de opdelving in een andere onderneming plaatsvond na 31/12/1949;
    • u op het moment van de stopzetting van de opdelving werkte als ondergronds mijnwerker (of u zich in een gelijkgestelde situatie bevond).
  • We stellen bovengrondse activiteit in de mijnbedrijven ook gelijk met ondergrondse arbeid als u door fysieke ongeschiktheid niet langer ondergronds kon werken (na ten minste 10 jaar gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling als mijnwerker, waarvan 5 jaar in de ondergrond).

De volgende perioden stellen we gelijk met de loopbaan van mijnwerker (Nationale Gemengde Mijncommissie):

  • de periode gelegen tussen de algemene stopzetting van het werk als mijnwerker van de steenkolenontginning in het Kempens Bekken en 31/12/1996 (op voorwaarde dat de nodige werkgevers- en werknemersbijdragen als mijnwerker werden betaald);
  • perioden die bovenstaande werknemers hebben uitgeoefend als arbeider of bediende voorafgaand aan of afwisselend met hun tewerkstelling als mijnwerker (na een tewerkstelling als arbeider van ten minste 10 jaar bewijzen en dit voor ten laatste 31/12/1996).

Om te weten of niet-gewerkte perioden meetellen voor uw loopbaan als mijnwerker neemt u best contact op met ons.

Wanneer ben ik een zeevarende?

U bent zeevarende als u ingeschreven bent in het algemeen stamboek van de zeelieden en:

  • onder Belgische of Luxemburgse vlag vaart;
    en
  • met een reder een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.

Shoregangers beschouwen we ook als zeevarende.

U bent shoreganger als:

  • u door een contract van dienstverhuring rechtstreeks met de reder of zijn aangestelde verbonden bent en arbeid aan boord verricht om later mee op zee te gaan (u moet niet ingeschreven zijn in het algemeen stamboek van de zeelieden);
  • u aan boord van een Belgisch koopvaardijschip werkt terwijl het in een Belgische haven ligt;
  • u als zeevarenden-officier voor de sociale zekerheid als bediende wordt beschouwd;
  • u als zeevarenden-lagere zeeman voor de sociale zekerheid als arbeider wordt beschouwd;
  • u als zeevarende in België of Luxemburg woont en onder vreemde vlag vaart, maar er wel werknemers- en werkgeversbijdragen gestort zijn op basis van hun rang onder Belgische of Luxemburgse vlag.

Opgelet: Als u verzekerd bent bij de overzeese sociale zekerheid bij de RSZ dan bent u geen zeevarende.

Vaartdagen zijn altijd vermeld aan 30 dagen per maand. Het sociale zekerheidsstelsel in België is gebaseerd op de 6 dagen-week (26 dagen per maand). We vermenigvuldigen vaartdagen dus voor de berekening met 26/30 (=0.866) om ze terug te brengen naar de 6 dagen week 
Vanaf 1981 gelden dezelfde loongrenzen als voor de andere werknemers. 

Vanaf 01/01/1991 heeft elke zeevarende die ingeschreven is bij de Belgische Pool der Zeelieden en vaart onder Luxemburgse vlag, voor deze prestaties recht op een Belgisch pensioen als zeevarende, ongeacht zijn nationaliteit. 

Om te weten of niet-gewerkte perioden meetellen voor uw loopbaan als zeevarende neemt u best contact op met ons.

Wanneer ben ik lid van het vliegend personeel van de burgerluchtvaart? 

U bent lid van het vliegend personeel als u:

  • een arbeidsovereenkomst hebt met een onderneming waarvan het doel hoofdzakelijk commercieel luchtvervoer of de bouw, het nazicht of het herstel van vliegtuigen is;
    en
  • de hoofdbedrijfszetel van die onderneming moet in België gevestigd zijn (er bestaan enkele uitzonderingen).

Als u al militair piloot bij het Belgisch leger aan de slag was, kunnen we die periode gelijkstellen met het statuut als vliegend personeel op voorwaarde dat:

  • u voor die periode geen ander pensioen ontvangt;
    en
  • er regularisatiebijdragen worden betaald.

Binnen het vliegend personeel maken we onderscheid tussen:

  • stuurpersoneel;
    en
  • cabinepersoneel.

Voor het bepalen van de pensioenleeftijd of het toepassen van de uitzonderlijke berekeningswijze moet de werknemer een aantal kalenderjaren met voldoende gewerkte dagen kunnen voorleggen.

Een tewerkstelling als vliegend lid van de burgerlucht is gewoonlijk en hoofdzakelijk (GHT) als er een tewerkstelling per kalenderjaar is van ten minste:

  • vóór 2012
    • 185 dagen van ten minste 4 uur of
    • 150 vlieguren per kalenderjaar. 
  • vanaf 2012
    • is dit ten minste 104 voltijdse dagen (VTE) per kalenderjaar met minstens 49 vluchtminuten per dag.

Om te weten of niet-gewerkte perioden meetellen voor uw loopbaan als lid van het vliegend personeel van de burgerluchtvaart neemt u best contact op met ons.

Wanneer ben ik een beroepsjournalist?

U bent beroepsjournalist als:

  1. u door een arbeidsovereenkomst als bediende met een werkgever verbonden bent (een activiteit als freelance journalist is dus uitgesloten);
    en
  2. u gemachtigd bent om de titel van beroepsjournalist te dragen. Voorwaarden:
    • u bent minstens 21 jaar oud;
    • u mag niet veroordeeld zijn in België of het buitenland;
    • u neemt in uw hoofdberoep en tegen bezoldiging deel aan de redactie van dagbladen of tijdschriften, radio-, televisie- of filmjournaals, of persagentschappen die algemene berichtgeving verzorgen;
    • u hebt bovenstaande werkzaamheid minstens twee jaar lang als gewoon beroep uitgeoefend en hebt u ze niet langer dan twee jaar gestaakt;
    • u mag geen enkele vorm van handel drijven en geen op reclame gerichte werkzaamheid uitoefenen, behalve als directeur van een blad, een nieuwsuitzending, een filmjournaal of een persagentschap.

Perioden die in aanmerking komen als beroepsjournalist: 

  • Vóór 01/07/1971: een gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling als beroepsjournalist is vereist, d.w.z. een tewerkstelling van minimum 185 dagen van 4 uur of 1 480 uren per jaar.
  • Sinds 01/07/1971: moet u bewijzen dat u de verhoogde bijdragen als beroepsjournalist hebt betaald.
  • Als u na 30/06/1971 niet meer als beroepsjournalist gewerkt hebt, moet u minstens 21 jaar gewoonlijke en hoofdzakelijke tewerkstelling als beroepsjournalist bewijzen.

Om te weten of niet-gewerkte perioden meetellen voor uw loopbaan als beroepsjournalist neemt u best contact op met ons.

 

 

 

Een vraag over uw pensioen

Stel uw vraag online

Vul ons contactformulier in.

Kom langs

U kunt een pensioenexpert spreken in 1 van de 200 Pensioenpunten in uw buurt.

Vind een Pensioenpunt in uw buurt.

Bel de Pensioenlijn 1765

Bel gratis 1765 in België (betalend vanuit het buitenland, bel +32 78 15 1765)

Wanneer belt u ons het best?

Houd uw rijksregisternummer bij de hand!