|
|

FPD in cijfers

De Pensioendienst in enkele kerncijfers

Elk jaar:

  • betaalt de Pensioendienst 47,5 miljard euro aan 2,37 miljoen gepensioneerden, zowel in België als in het buitenland;
  • bellen 845 000 burgers het speciale Pensioennummer 1765;
  • bezoeken 205 000 (toekomstige) gepensioneerden een Pensioenpunt;
  • raadplegen 1,5 miljoen unieke bezoekers (2018) hun online pensioendossier op mypension.be;
  • staan meer dan 2 300 medewerkers van de Pensioendienst tot uw dienst.

 

Onze pensioenstatistieken

Pensioenstatistieken werknemers en zelfstandigen

Evolutie van het aantal personen die recht hebben op een pensioen als werknemer en zelfstandige

Op 1 januari 2018 betaalde de Pensioendienst aan 2 098 197 gerechtigden een pensioen (overgangsuitkering inbegrepen) uit, wat 8,22 % meer is dan op 1 januari 2014. Dit aantal neemt elk jaar toe.

Evolutie van het aantal pensioengerechtigden

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens hun loopbaantype en hun geslacht

  • Verdeling van de pensioengerechtigden volgens hun loopbaantype op 1 januari 2018
     

    64,48 % van onze pensioengerechtigden ontving een pensioen voor een "zuivere" loopbaan (loopbaan als werknemer of als zelfstandige). 35,52 % van hen had dus een "gemengde loopbaan”, met andere woorden, ze waren actief in minstens 2 van de 3 algemene pensioenstelsels.

  • Evolutie van het aantal pensioengerechtigden volgens hun geslacht en loopbaantype
     

    Het totale aantal gepensioneerden met enkel een werknemersloopbaan steeg tussen 2014 en 2018 met 7,58 % en het aantal gemengde loopbanen steeg met 11,77 %. Het aantal gepensioneerden dat alleen als zelfstandige werkte, daalde in dezelfde periode met 7,02 %. Deze tendens doet zich zowel bij de mannen als bij de vrouwen voor.

    Jaar
    Geslacht Stelsel 2014 2015 2016 2017 2018
    Mannen alleen werknemer 555 524 566 740 575 899 582 701 593 415
    alleen zelfstandige 52 718 52 132 51 285 50 111 49 451
    gemengd 322 922 332 855 342 927 349 346 367 399
    Vrouwen alleen werknemer 610 888 623 749 636 299 647 770 661 372
    alleen zelfstandige 52 784 51 936 50 853 49 783 48 641
    gemengd 343 937 352 138 358 643 363 035 377 919
    Algemeen totaal 1 938 773 1 979  550 2 015 906 2 042 746 2 098 197

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen en volgens geslacht

  • Verdeling van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen op 1 januari 2018
     

    Op 1 januari 2018 ontving 56,76 % van de vrouwen en 69,31 % van de mannen een eigen rustpensioen als alleenstaande. Slechts 0,18 % van de vrouwen tegenover 28,80 % van de mannen heeft een gezinspensioen, dit wil zeggen voor beide partners. De andere gerechtigden krijgen een overlevingspensioen, eventueel gecumuleerd met een eigen rustpensioen.

    Het aantal personen dat een overgangsuitkering ontvangt, blijft klein door de specificiteit en het tijdelijk karakter van deze uitkering.

     

  • Evolutie van het aantal pensioengerechtigden volgens hun type pensioen en geslacht
     

    In deze evolutie zien we duidelijk dat vrouwen actiever geworden zijn op de arbeidsmarkt. Dit merken we in onze statistieken aan:

    • een vermindering van het aantal gezinspensioenen bij de mannen (- 9,11 % tussen 2014 en 2018);
    • een verhoging van het aantal pensioenen als alleenstaande (+ 17,77 % bij de mannen en + 20,75 % bij de vrouwen);
    • een vermindering van het aantal overlevingspensioenen bij de vrouwen (- 14,30 %).
    jaar
    geslacht stelsel 2014 2015 2016 2017 2018
    Vrouwen rust bedrag alleenstaande 511 414 536 679 561 607 582 863 617 538
    rust en overleving 277 380 279 228 279 678 280 621 281 171
    overleving 217 340 210 333 202 373 194 317 186 259
    rust gezinsbedrag 1 475 1 558 1 636 1 790 1 925
    overgangsuitkering 25 501 997 1 039
    Mannen rust bedrag alleenstaande 594 547 620 518 646 545 665 350 700 182
    rust gezinsbedrag 320 095 314 071 305 625 298 372 290 947
    rust en overleving 13 189 13 693 14 414 14 783 15 426
    overleving 3 333 3 441 3 460 3 523 3 571
    overgangsuitkering 4 67 130 139

     

Verdeling van de pensioengerechtigden volgens hun verblijfplaats

Op 1 januari 2018 was 90,44 % van de pensioengerechtigden die betaald werden door de Federale Pensioendienst, gedomicilieerd in België. Slechts 9,56 % van hen woonde in het buitenland. U merkt in de onderstaande grafiek dat deze verdeling stabiel blijft in de tijd.

Zoals u ziet in onderstaande tabel, woont het grootste aantal gepensioneerden (voor de werknemers- en zelfstandigenstelsels) die buiten België verblijven, in Frankrijk en Italië. Daarna volgen Spanje en Nederland. Als we de analyse beperken tot de gepensioneerden die buiten Europa verblijven, tellen we het grootste aantal gepensioneerden in Turkije en Marokko, gevolgd door Canada en de Verenigde Staten.

rangschikking continent land aantal
1 EU Frankrijk 51 627
2 EU Italië 32 884
3 EU Spanje 23 517
4 EU Nederland 22 722
5 EU Duitsland 12 200
6 EU Groot-Brittannië 4 740
7 EU Griekenland 4 723
8 EU GH Luxemburg 3 635
9 EU Portugal 3 228
10 EU Polen 994

 

rangschikking continent land aantal
1 buiten EU Turkije 7 221
2 buiten EU Marokko 6 002
3 buiten EU Canada 4 601
4 buiten EU Verenigde Staten 3 769
5 buiten EU Zwitserland 2 770

 

Verdeling en evolutie van onze nieuwe gestorte uitkeringen

In 2018 heeft de Pensioendienst 192 393 nieuwe uitkeringen uitbetaald. Dat zijn er 7 959 meer dan in 2017. Wat bedoelen we met ‘nieuwe uitkeringen’? Dat zijn nieuwe voordelen die in 2018 ingegaan zijn en die in betaling waren op 1 januari van het volgende jaar.

  • Verdeling van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2018
     

    Onze nieuwe uitkeringen voor het jaar 2018 zijn vooral werknemerspensioenen (76,61 %). Verder gaat het om 18,95 % zelfstandigenpensioenen en 4,44 % Inkomensgarantie voor ouderen (IGO).

     

  • Evolutie van de nieuwe gestorte uitkeringen volgens geslacht
     

    Tussen 2014 en 2018 steeg het aantal nieuwe rustpensioenen voor de vrouwen en de mannen met respectievelijk 18,33 % en 13,92 %. Voor de vrouwen is er een dalende tendens voor de overlevingspensioenen (-3,04 %) en de IGO-uitkeringen (-11,26 %).

    Dit is niet alleen het gevolg van de uitgevoerde hervormingen, het toont ook opnieuw dat de vrouwen actiever geworden zijn op de arbeidsmarkt. Voor dezelfde periode stellen we bij de mannen een toename vast van het aantal overlevingspensioenen (+7,60 %) en een daling van het aantal IGO-uitkeringen (-5,41 %).

      Vrouwen Mannen
    rust overleving IGO rust overleving IGO
    2014 61 950 27 192 5 968 71 953 2 053 3 436
    2015 62 942 25 918 5 495 71 004 2 035 3 421
    2016 65 596 26 397 5 504 74 250 2 039 3 289
    2017 69 409 26 217 5 621 77 604 2 106 3 477
    2018 73 307 26 365 5 296 81 966 2 209 3 250

     

Verdeling en evolutie volgens leeftijd op het moment van pensionering

Onderstaande tabel geeft de voorwaarden weer voor de toegang tot het vervroegd pensioen. (We merken op dat de hervormingen in 2011 en 2015 ook overgangsmaatregelen voorzagen).

normale loopbaan lange loopbaan
  Minimumleeftijd minimumloopbaan minimumleeftijd minimumloopbaan
in 2013 60 jaar en 6 maanden 38 jaar 60 jaar 40 jaar
in 2014 61 jaar 39 jaar 60 jaar 40 jaar
in 2015 61 jaar en 6 maanden 40 jaar 60 jaar 41 jaar
in 2016 62 jaar 40 jaar 60 jaar
61 jaar
42 jaar
41 jaar
in 2017 62 jaar en 6 maanden 41 jaar 60 jaar
61 jaar
43 jaar
42 jaar
in 2018 63 jaar 41 jaar 60 jaar
61 jaar
43 jaar
42 jaar
in 2019 63 jaar 42 jaar 60 jaar
61 jaar
44 jaar
43 jaar

Belangrijke opmerking:

Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse van toepassing?

De gepensioneerden:

  • die hun rustpensioen opgenomen hebben in de pensioenregeling voor werknemers en/of zelfstandigen
  • en van wie het rustpensioen betaald werd op 1 januari van het jaar volgend op de ingangsdatum.

 

Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse niet van toepassing?

De gepensioneerden die:

  • een pensioen ontvangen in een speciaal stelsel;
  • een buitenlands pensioen ontvangen;
  • een pensioen ten laste van de openbare sector ontvangen;
  • een pensioen van uit de echtgescheiden huwelijkspartner ontvangen.

De onderstaande tabellen en grafieken tonen de impact van:

  • de geleidelijke optrekking van de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen;
  • de overgangsmaatregelen.

De vermindering van het aandeel gepensioneerden dat hun pensioen na de leeftijd van 65 jaar opneemt, na een loopbaan als zelfstandige of een gemengde loopbaan werknemer- zelfstandige, is waarschijnlijk het gevolg van de hervorming van de toegelaten activiteit (onbeperkt bijverdienen eens de persoon 65 jaar is of na een loopbaan van 45 jaar).

  • Evolutie volgens de leeftijd op de ingangsdatum (enkel loopbaan als werknemer):
     
      60 61 62 63 64 65 66 en ouder
    2014 17,44 % 3,58 % 3,13 % 2,25 % 2,06 % 66,88 % 4,67 %
    2015 19,01 % 4,03 % 4,51 % 2,64 % 1,83 % 63,26 % 4,72 %
    2016 16,85 % 5,06 % 5,73 % 3,05 % 1,78 % 62,93 % 4,59 %
    2017 15,12 % 5,91 % 7,90 % 3,54 % 1,93 % 60,96 % 4,65 %
    2018 17,89 % 9,42 % 5,71 % 3,74 % 2,06 % 56,71 % 4,47 %


      

  • Evolutie volgens de leeftijd op de ingangsdatum (enkel loopbaan als zelfstandige):
     
      60 61 62 63 64 65 66 en ouder
    2014 5,82 % 3,60 % 3,85 % 3,85 % 4,07 % 64,47 % 14,34 %
    2015 5,42 % 2,53 % 3,54 % 2,81 % 3,09 % 64,79 % 17,81 %
    2016 2,46 % 3,03 % 5,08 % 2,85 % 5,79 % 65,81 % 14,99 %
    2017 0,74 % 4,44 % 6,25 % 3,69  % 5,45 % 64,62 % 14,80 %
    2018 1,23 % 7,96 % 5,08 % 4,07 % 5,82 % 62,33 % 13,51 %


     

  • Evolutie volgens de leeftijd op de ingangsdatum (gemengde loopbaan werknemer + zelfstandige):

      60 61 62 63 64 65 66 en +
    2014 14,98 % 6,01 % 5,44 % 5,14 % 3,57 % 60,92 % 3,94 %
    2015 14,93 % 5,08 % 7,86 % 5,00 % 3,50 % 59,36 % 4,28 %
    2016 12,44 % 6,71 % 9,56 % 5,14 % 3,72 % 59,42 % 3,01 %
    2017 10,78 % 7,17 % 11,97 % 6,41 % 4,02 % 56,82 % 2,83 %
    2018 12,89 % 11,54 % 8,55 % 6,51 % 4,42 % 53,42 % 2,66 %


 

Statistieken van onze ambtenarenpensioenen

Algemene evolutie van de begunstigden van onze ambtenarenpensioenen

  • Evolutie van het totaalaantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren
     

    De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal pensioenen voor de periode van 2014 tot 2018. Het aantal rustpensioenen (RP) is in deze periode gestegen van 396 294 naar 435 977 en het aantal overlevingspensioenen (OP) van 91 449 naar 92 251.

    Op 1 januari 2018 bedroeg het totale aantal ambtenarenpensioenen die door de pensioendienst beheerd en uitgekeerd worden 528 228, waarvan 435 977 rustpensioenen en 92 251 overlevingspensioenen.


      

  • Evolutie van het aantal nieuwe rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren
     

    De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Het gaat over de nieuwe pensioenen die geregistreerd zijn in de periode van 2014 tot 2018 en waarvoor de FPD een betaling heeft uitgevoerd.

    In 2018 kende de FPD 25 780 nieuwe pensioenen toe. Het aantal nieuwe rustpensioenen gaat van 23 018 in 2014 naar 20 118 in 2018. Het jaar 2018 kende een lichte daling ten opzichte van de voorgaande jaren door de hervorming van de ambtenarenpensioenen. Het aantal nieuwe overlevingspensioenen is gestegen van 5 526 in 2014 naar 5 662 in 2018.

    In 2018 is het aantal nieuwe pensioendossiers (alle pensioenen samen) met ongeveer 2,74 % toegenomen ten opzichte van 2017.

    Evolutie van de nieuwe rustpensioenen (RP) en overlevingspensioeenn (OP) - ambtenaren

    De evolutie in de tijd van het aantal ambtenarenpensioenen heeft een dubbele oorzaak. Het is het resultaat van een aanwervingsbeleid van verschillende autoriteiten op een gegeven moment en de hervorming van de ambtenarenpensioenen. In tegenstelling tot wat u misschien zou denken, is dit aantal dus niet alleen het gevolg van demografische factoren (leeftijdspiramide, levensverwachting, sterftecijfer).

    De uitzonderlijke pieken kunnen ook te wijten zijn aan het feit dat de instellingen voor het eerst beheerd worden door de FPD (overname van de pensioenen door de FPD). Vanaf 2014 zijn de gevolgen van de nieuwe pensioenhervormingen voor ambtenaren voelbaar. Deze hervormingen droegen bij tot een daling van het aantal nieuwe pensioenaanvragen in vergelijking met de voorgaande jaren.

 

Evolutie van de totale jaarlijkse uitgaven voor de ambtenarenpensioenen

Deze grafieken geven een beeld van de evolutie van de jaarlijkse uitgaven voor rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren.

Voor de periode 2014-2018 stegen de uitgaven:

  • van 11 327 524 167 EUR naar 13 139 111 206 EUR voor rustpensioenen;
  • van 1 413 295 814 EUR naar 1 430 626 005 EUR voor overlevingspensioenen.

Voor 2018 bedragen de uitgaven voor de pensioenen van de ambtenaren, die door de pensioendienst beheerd en betaald worden 14 569 737 211 EUR, waarvan:

  • 13 139 111 206 EUR voor de rustpensioenen;
  • 1 430 626 005 EUR voor de overlevingspensioenen.

De stijging van de jaarlijkse pensioenuitgaven komt vooral door de groei van het totale aantal pensioenen en het daaraan verbonden inkomen. Andere belangrijke factoren zijn de indexering (aanpassing aan de stijging van de consumptieprijzen) en de tweejaarlijkse perequatie (aanpassing aan de stijging van de bezoldiging buiten de index).

We merken dat de impact van de pensioenhervorming op de jaarlijkse uitgaven van 2018 zich langzaam laat voelen. We zien inderdaad dat in 2018 de pensioenuitgaven met 2,92 % gestegen zijn ten opzichte van 2017, terwijl tot 2013, in de jaren vóór de pensioenhervorming, de gemiddelde jaarlijkse stijging in de uitgaven 6% bedroeg ten opzichte van de voorgaande jaren.

Toch zal het effect waarschijnlijk op lange termijn bepalend zijn. Ter herinnering: de hervorming bevat 4 maatregelen die de jaarlijkse pensioenuitgaven moeten doen dalen of op zijn minst het aantal vervroegde pensioenen moeten inperken.

Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag van de ambtenarenpensioenen volgens inkomensschijf

De onderstaande tabellen geven per inkomensschijf en volgens geslacht een overzicht van het gemiddeld maandelijks brutopensioenbedrag (rust-/overlevingspensioen) en van het aantal uitbetaalde pensioenen.

  • Aantal rustpensioenen voor ambtenaren en gemiddeld maandelijks brutobedrag: situatie op 1 januari 2018
     
    Rustpensioenen voor ambtenaren (HR Rail inbegrepen) - Situatie op 1 januari 2018
      MANNEN VROUWEN TOTAAL
    INKOMENSSCHIJF Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag
    < 500 11 429 264,79 EUR 8 198 326,37 EUR 19 627 290,51 EUR
    500 – 1 000 12 505 752,91 EUR 18 154 758,37 EUR 30 659 756,14 EUR
    1 000 – 1 500 22 789 1 293,34 EUR 22 833 1 263,77 EUR 45 622 1  278,54  EUR
    1 500 – 2 000 39 393 1 773,42 EUR 25 316 1 757,20 EUR 64 709 1 767,08 EUR
    2 000 – 2 500 53 627 2 217,78 EUR 27 993 2 253,64 EUR 81 620 2 230,08 EUR
    2 500 – 3 000 51 575 2 753,02 EUR 37 021 2 761,64 EUR 88 596 2 756,47 EUR
    3 000 – 3 500 34 021 3 210,85 EUR 38 232 3 189,27 EUR 72 253 3 199,43 EUR
    3 500 – 4 000 18 441 3 740,78 EUR 10 416 3 730,86 EUR 28 857 3 737,20 EUR
    4 000 – 4 500 12 810 4 198,31 EUR 5 453 4 158,66 EUR 18 263 4 186,47 EUR
    4 500 – 5 000 6 518 4 739,28 EUR 1 325 4 738,51 EUR 7 843 4 739,15 EUR
    > 5 000 11 844 5 844,91 EUR 1 469 5 885,73 EUR 13 313 5 849,41 EUR

     

  • Aantal overlevingspensioenen voor ambtenaren en gemiddeld maandelijks brutobedrag: situatie op 1 januari 2018

    Overlevingspensioenen voor ambtenaren (HR Rail inbegrepen) - Situatie op 1 januari 2018
      MANNEN VROUWEN TOTAAL
    INKOMENSSCHIJF Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag
    < 500 3 136 236,03 EUR 14 846 278,97 EUR 17 982 271,48 EUR
    500 – 1 000 2 158 727,17 EUR 22 038 760,37 EUR 24 196 757,41 EUR
    1 000 – 1 500 1 301 1 207,29 EUR 26 701 1 250,09 EUR 28 002 1 248,10 EUR
    1 500 – 2 000 459 1 721,42 EUR 18 256 1 709,87 EUR 18 715 1 710,15 EUR
    2 000 – 2 500 244 2 163,90 EUR 7 591 2 205,76 EUR 7 835 2 204,45 EUR
    2 500 – 3 000 50 2 664,54 EUR 4 302 2 715,91 EUR 4 352 2 715,32 EUR
    3 000 – 3 500 19 3 211,97 EUR 2 028 3 237,85 EUR 2 047 3 237,61 EUR
    3 500 – 4 000 10 3 727,71 EUR 1 129 3 749,51 EUR 1 139 3 749,32 EUR
    4 000 – 4 500 0 0,00 EUR 473 4 256,06 EUR 473 4 256,06 EUR
    4 500 – 5 000 3 4 656,23 EUR 433 4 641,20 EUR 436 4 641,30 EUR
    > 5 000 0 0,00 EUR 1 5 156,96 EUR 1 5 156,96 EUR

 

Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering en per ingangsjaar voor de periode van 2014 tot 2018.

  Reden van de pensionering
Ingangsjaar Leeftijdsgrens Vervroegd op aanvraag Uitgesteld Lichamelijke ongeschiktheid Ambtshalve Andere
2014 12,88 % 63,96 % 4,99 % 12,68 % 0,04 % 5,45 %
2015 13,84 % 66,24 % 6,31 % 13,34 % 0,07 % 0,21 %
2016 15,59 % 63,92 % 6,56 % 13,12 % 0,15 % 0,66 %
2017 18,33 % 57,54 % 7,13 % 14,60 % 0,41 % 1,98 %
2018 16,42 % 60,62 % 8,60 % 13,73 % 0,21 % 0,42 %

Redenen voor de pensionering:

  • Pensioen wegens leeftijdsgrens: de ambtenaar heeft de leeftijd bereikt waarboven hij statutair niet meer in dienst kan blijven.
  • Vervroegd pensioen: onder bepaalde voorwaarden kon de ambtenaar zijn pensioen vóór de wettelijke leeftijd opnemen. Deze voorwaarden zijn veranderd door de hervorming van 28/12/2011. Vóór de hervorming kon de ambtenaar die in 2012 de leeftijd van 60 jaar bereikt had en die minstens 5 jaar dienst had, waarvan minstens 1 dag aanneembare dienst na 31 december 1976, vervroegd met pensioen gaan. Raadpleeg de nieuwe voorwaarden na de hervorming op onze pagina Vervroegd pensioen.
  • Uitgesteld pensioen: de ambtenaar die zijn loopbaan bij de overheid stopgezet heeft om een andere activiteit uit te oefenen en die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn overheidspensioen aanvraagt.
  • Pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid: de ambtenaar die door de medische dienst tijdelijk of definitief als ongeschikt beschouwd wordt.
  • Ambtshalve: de ambtenaar die vanaf de leeftijd van 60 jaar meer dan 365 dagen afwezig is wegens ziekte.

 

Procentuele verdeling van nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling

Deze tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen (inclusief arbeidsongeschiktheid) volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling en per ingangsjaar voor de periode van 2014 tot 2018.

  Leeftijdsvoorwaarden oppensioenstelling
INGANGSJAAR RUSTPENSIOEN   < 60 60 61 62 63 64 65 > 65
2014 21,33 % 52,39 % 5,34 % 4,08 % 3,00 % 2,38 % 10,18 % 1,30 %
2015 22,22 % 48,22 % 6,63 % 4,98 % 3,38 % 2,48 % 10,91 % 1,17 %
2016 23,00 % 41,63 % 8,94 % 7,07 % 3,64 % 2,55 % 11,49 % 1,67 %
2017 25,28 % 32,12 % 9,85 % 9,76 % 3,97 % 3,03 % 13,00 % 2,99  %
2018 21,67 % 27,87 % 18,85 % 8,21 % 4,44 % 2,83 % 14,44 % 1,69 %

We stellen vast dat voor de periode van 2014 tot 2018 de pensioenleeftijd jaarlijks opgetrokken wordt als gevolg van de nieuwe pensioenhervorming, behalve voor de pensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid.

De oppensioenstelling voor de leeftijd van 60 jaar is mogelijk:

  • wegens definitieve lichamelijke ongeschiktheid (beslissing van MEDEX);
  • overeenkomstig de preferentiële voorwaarden van de pensioengerechtigde leeftijd in bepaalde sectoren.