|
|
|

Wat is de invloed van loopbaanonderbreking en andere afwezigheidsperioden op mijn pensioen als ambtenaar?

Het loopbaankrediet

Het loopbaankrediet omvat:

  • perioden van loopbaanonderbreking;
    en
  • andere afwezigheidsperioden.

De perioden van loopbaanonderbreking en afwezigheid tellen enkel mee voor uw pensioen als ze een bepaald percentage van uw gewerkte perioden niet overschrijden (20 à 25 % in functie van uw geboortedatum). Het kan gaan om de volgende perioden:

  • perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking:
    • gratis gelijkgestelde perioden;
    • geregulariseerde perioden waarvoor u de nodige bijdragen betaald hebt;
    • de gelijkgestelde afwezigheidsperioden in het kader van halftijds werken of de vierdagenweek;
    • Vlaams Zorgkrediet.
  • Onbezoldigde afwezigheidsperioden ná 31 december 1982 die we voor uw pensioen beschouwen als gewerkt:
    • verlof om dwingende redenen van familiaal belang;
    • verlof voor verminderde prestaties om sociale of familiale redenen.
  • afwezigheidsperioden in het kader van de:
    • halftijdse vervroegde uittreding;
    • vrijwillige vierdagenweek.
  • verlofperioden (of terbeschikkingstelling) voorafgaand aan de pensionering, met toekenning van wedde of wachtgeld.

 

Hoe wordt mijn loopbaankrediet bepaald?

Stap 1: Vaststelling van gewerkte diensten en perioden

We tellen al uw effectief gewerkte perioden (en sommige gelijkgestelde perioden) samen. Uw perioden met verminderde arbeidsprestaties tellen mee voor hun werkelijke duur. Werkte u bijvoorbeeld halftijds, dan tellen deze prestaties mee voor de helft van een volledige betrekking.

Stap 2: Vaststelling van uw afwezigheidsperioden

Al uw afwezigheidsperioden die voor de berekening van uw rustpensioen in aanmerking kunnen komen, tellen we op:

  • uw gratis of geregulariseerde perioden van loopbaanonderbreking;
    en
  • uw onbetaalde afwezigheden na 31 december 1982 die gelijkgesteld zijn met tewerkstelling;
    en
  • uw perioden van afwezigheid in het kader van de vierdagenweek;
    en
  • uw perioden van afwezigheid in het kader van het halftijds werken;
    en
  • uw verlof voorafgaand aan het pensioen.

Deze perioden tellen mee voor de werkelijke afwezigheidsduur. Werkte u maar 3/4, dan wordt 1/4 als afwezigheid beschouwd.

Stap 3: Vaststelling van uw niet-betaalde afwezigheidsperioden

Volgende niet-betaalde afwezigheidsperioden tellen mee voor uw pensioenberekening en vallen niet onder het loopbaankrediet:

  • uw gratis gelijkgestelde of geregulariseerde perioden van loopbaanonderbreking voor:
    • palliatieve zorg;
    • ouderschapsverlof;
    • zorg aan een zwaar ziek familielid.
  • uw verlof wegens dienstopdracht of politiek verlof dat gelijkgesteld is aan tewerkstelling;
  • uw volledige of gedeeltelijke perioden van loopbaanonderbreking, geregulariseerd vóór 1 juli 1991;
  • al uw geregulariseerde perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking waarbij u vóór de leeftijd van 60 jaar wegens lichamelijke ongeschiktheid op rust wordt gesteld.

In de 2 laatste gevallen mag de totale duur van alle afwezigheidsperioden die in aanmerking komen niet langer zijn dan 5 jaar.

Stap 4: Vaststelling van uw niet-gelijkgestelde afwezigheidsperioden

Sommige afwezigheidsperioden zijn nooit gelijkgesteld voor de pensioenberekening.

Het gaat vooral om:

  • de perioden van loopbaanonderbreking die:
    • niet gratis waren;
      en
    • U niet regulariseerde;
      en
    • die u niet meer kan regulariseren.
  • de perioden van afwezigheid wegens persoonlijke aangelegenheden die niet gelijkgesteld zijn met tewerkstelling.
    Uitzondering: het verlof toegekend wegens persoonlijke aangelegenheden dat maximaal één maand per kalenderjaar meetelt voor uw pensioen.

 

Stap 5: Vaststelling van uw beperkingspercentage

Dit percentage varieert tussen 20 en 25 % in functie van uw geboortedatum.

  • U bent geboren tussen 1 januari 1951 en 31 december 1955:
    • De totale duur van uw afwezigheden (zie stap 2) mag niet meer bedragen dan een bepaald percentage van uw gewerkte perioden uit stap 1. Dit percentage verschilt naargelang uw geboortedatum. Overzichtstabel
  • U bent geboren ná 31 december 1955:
    • De totale duur van uw afwezigheden (zie stap 2), mag niet meer zijn dan 20% van uw gewerkte perioden uit stap 1.

Uitzondering: Bent u geboren ná 31 december 1950? Dan wordt de 25 %-grens toegepast als u gedurende minstens 12 maanden een vrijstelling van bijdrage kreeg omdat u een kind van minder dan 6 jaar waarvoor u kinderbijslag kreeg.

Stap 6: Vaststelling van uw loopbaanduur

Als we alle stappen doorlopen hebben, dan kunnen we uw loopbaanduur vaststellen die in aanmerking komt voor uw pensioenberekening.

 

Voorbeeld

Personeelslid geboren op 5 augustus 1959

Loopbaan

(van datum tot datum)
 

Loopbaanduur

(prestaties en afwezigheids-perioden)

Duur van de werkelijk

gepresteerde

diensten (STAP 1)

Duur van de

afwezigheidsperioden

(STAP 2)

01/01/1990 – 31/12/2002:

Voltijds
werkelijk gewerkte perioden 156 maanden 156 maanden  

01/01/2003 – 31/01/2003:

verlof om redenen van

dwingend familiaal belang

(gelijkstelling)

Begrensde

Afwezigheidsperioden
1 maand   1 maand

01/02/2003 – 31/12/2003:

Voltijds
werkelijk gewerkte perioden 11 maanden 11 maanden  

01/01/2004 – 31/12/2004:

1e jaar loopbaanonderbreking

(gratis gelijkgesteld)

Begrensde

afwezigheidsperioden
12 maanden   12 maanden

01/01/2005 – 31/12/2007:

vrijwillige vierdagenweek

Werkelijk gewerkte perioden én begrensde

Afwezigheidsperioden
36 maanden 28,8 maanden 7,2 maanden

01/01/2008 – 31/12/2008:

geregulariseerde halftijdse

loopbaanonderbreking

Werkelijk gewerkte perioden én begrensde

afwezigheidsperioden
12 maanden 6 maanden 6 maanden

01/01/2009 – 31/12/2019:

Voltijds
Werkelijk gewerkte perioden 132 maanden 132 maanden  
TOTAAL   360 maanden 333,8 maanden 26,2 maanden

In dit voorbeeld zijn er geen niet-begrensde afwezigheidsperioden (stap 3) of niet-gelijkgestelde afwezigheidsperioden (stap 4).

Het beperkingspercentage voor iemand die geboren is in 1959 bedraagt 20 %.

Het loopbaankrediet is in dit geval:

338,8 maanden (effectief gewerkte perioden) x 20 % (het beperkingspercentage) =  67,76 maanden

Omdat de duur van de afwezigheden (26,2 maanden) het loopbaankrediet van 67,76 maanden niet overschrijdt, tellen ze volledig mee voor het pensioen.

In dit geval is de loopbaanperiode die als basis dient voor de berekening van het pensioen, dus gelijk aan 360 maanden (333,8 maanden + 26,2 maanden).

 

De loopbaanonderbreking

De maximumduur van de gelijkstelling is afhankelijk van het moment waarop uw loopbaanonderbreking gestart is:

Bent u militair? Dan gelden voor u nog altijd de regels van vóór 1 januari 2012.

Uw loopbaanonderbreking startte vanaf 1 januari 2012

Wanneer telt mijn loopbaanonderbreking mee voor mijn pensioenbedrag? Er zijn verschillende mogelijkheden:

Vanaf 50 jaar kunt u genieten van bijkomende perioden van loopbaanonderbreking die meetellen voor uw pensioenberekening.

Algemene regel

ALGEMENE REGEL (van toepassing op de hele loopbaan)

Ofwel 12 maanden GRATIS Ofwel 60 maanden GRATIS
Volledige of gedeeltelijke
loopbaanonderbrekingen
(vermindering van 1/2, 1/3, 1/4 of 1/5*)
Uitsluitend bij
loopbaanonderbrekingen van 1/5
plus 24 maanden als kind < 6 jaar
En GRATIS voor de thematische loopbaanonderbrekingen

* Periode van 1/5 loopbaanonderbreking in combinatie met een ander type loopbaanonderbreking

Ofwel 12 maanden gratis (voor volledige gedeeltelijke loopbaanonderbrekingen)

De volledige of gedeeltelijke perioden van loopbaanonderbreking (vermindering van 1/2, 1/3, 1/4 of 1/5 loopbaanonderbreking in combinatie met een andere type loopbaanonderbreking) tellen gratis mee voor de berekening van uw pensioen:

  • tot maximum 12 maanden;
  • verlengd met 24 bijkomende maanden als u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontvangt voor een kind dat jonger is dan 6 jaar.

Opgelet: De perioden van loopbaanonderbreking die u vóór 1 januari 2012 nam en die gratis meetellen voor uw pensioenberekening, omdat u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontving voor een kind jonger dan 6 jaar, worden afgetrokken van het quotum van 24 maanden (zowel in de algemene regel als in de bijkomende regel vanaf 50 jaar).

Ofwel 60 maanden gratis (enkel voor loopbaanonderbrekingen van 1/5)

De perioden van 1/5 loopbaanonderbreking tellen voor maximum 60 maanden mee voor uw pensioenberekening. Om de periode van 60 maanden vast te stellen, worden de perioden van 1/5 loopbaanonderbreking en de perioden verbonden aan de vierdagenweek opgeteld.

Let op: het is of 12 maanden, of 60 maanden. U kunt de 2 voordelen niet cumuleren. De Pensioendienst berekent voor u de meest voordelige situatie.

Voorbeeld:

U hebt 8 maanden volledige loopbaanonderbreking en 36 maanden 1/5 loopbaanonderbreking genomen.

Toepassing van de regel van 12 maanden: (8 maanden x 1) + (4 maanden x 1/5) = 8,8 maanden afwezigheid.

Toepassing van de regel van de 60 maanden aan 1/5: (36 x 1/5) = 7,2 maanden afwezigheid.

Voor uw pensioen is het dus voordeliger om 8 maanden volledige loopbaanonderbreking en 4 maanden 1/5 loopbaanonderbreking mee te laten tellen.

De perioden van loopbaanonderbreking die u nam vanaf 1 januari 2012 en die onder de algemene regel vallen, kunnen naar eigen keuze over de hele loopbaan verspreid worden.

Thematische loopbaanonderbrekingen

De thematische loopbaanonderbrekingen tellen volledig mee voor uw pensioenberekening:

  • palliatief verlof;
  • verlof voor medische zorg (hulp aan of verzorging van een gezins- of een zwaar ziek familielid tot de 2e graad);
  • ouderschapsverlof.

Bijkomende loopbaanonderbreking vanaf 50 jaar

Vanaf 50 jaar kunt u, naast de eerder genoemde loopbaanonderbrekingen, bijkomende perioden van loopbaanonderbreking nemen die meetellen voor de pensioenberekening. Volgende situaties kunnen zich voordoen:

Bijkomende perioden vanaf 50 jaar die meetellen voor de pensioenberekening

Gedeeltelijke loopbaanonderbreking (LO) 1/2, 1/3 of 1/4

Verschillende gedeeltelijke loopbaanonderbrekingen
LO 1/2 : maximum 84 maanden Weging van de perioden en maximum 180 maanden
LO 1/3 : maximum 96 maanden
LO 1/4 : maximum 108 maanden

Van de gelijkgestelde maanden LO 1/2, 1/3, 1/4:

  • 12 maanden GRATIS gelijkgesteld + 24 maanden als kind < 6 jaar

Van de gelijkgestelde maanden LO 1/2, 1/3, 1/4:

  • 12 maanden GRATIS gelijkgesteld + 24 maanden als kind < 6 jaar
LO 1/5: maximum 180 maanden LO 1/5: GRATIS
Opmerking: de volledige LO telt  niet mee voor de pensioenberekening

 

U nam perioden met enkel 1/2, 1/3 of 1/4 deeltijdse loopbaanonderbreking:

De perioden van gedeeltelijke loopbaanonderbreking die u vanaf de leeftijd van 50 jaar genomen hebt, zijn ook gelijkgesteld volgens de volgende regels:

Maximum:

  • 84 maanden bij vermindering van de prestaties met 1/2;
    Opgelet: om de grens van 84 maanden vast te leggen, worden de perioden van halftijdse loopbaanonderbreking en van halftijds werken samengeteld.
  • 96 maanden bij vermindering van de prestaties met 1/3;
  • 108 maanden bij vermindering van de prestaties met 1/4.

Maximum 12 maanden zijn gratis gelijkgesteld. 24 extra maanden zijn gratis gelijkgesteld als u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontvingen voor een kind jonger dan 6 jaar.
Opgelet: de perioden van loopbaanonderbreking die u vóór 1 januari 2012 nam en die gelijkgesteld waren, omdat u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontving voor een kind jonger dan 6 jaar, worden van die 24 maanden afgetrokken (zowel in de algemene regel als in de bijkomende regel vanaf 50 jaar).

De andere maanden zijn gelijkgesteld als ze geregulariseerd werden.

 

U nam perioden met enkel 1/5 gedeeltelijke loopbaanonderbrekeing

De perioden van gedeeltelijke loopbaanonderbreking van 1/5 zijn gratis gelijkgesteld met een maximum van 180 maanden.

Opgelet: om de grens van 180 maanden vast te stellen, worden de perioden van 1/5 loopbaanonderbreking en de perioden van de vierdagenweek samengeteld.

 

U nam een combinatie van verschillende types van gedeeltelijke loopbaanonderbreking en/of de vierdagenweek en/of halftijds werken:

Het totaal van uw gelijkgestelde perioden is maximum 180 maanden als u volgende vormen van afwezigheid combineerde:

  • gedeeltelijke loopbaanonderbreking;
    en/of
  • de vierdagenweek;
    en/of
  • halftijds werken vanaf de leeftijd van 50 jaar.

Om te kijken of u die 180 maanden overschrijdt, wegen we de verschillende perioden. Voor elke periode gebruiken we een specifieke vermenigvuldigingscoëfficiënt:

1/5 loopbaanonderbreking 1
Vierdagenweek 1
1/4 loopbaanonderbreking 1,6666
1/3 loopbaanonderbreking 1,8750
1/2 loopbaanonderbreking 2,1428
Halftijds werken 2,1428

Hoe groter het afwezigheidspercentage, hoe korter de periode zal zijn waarin uw loopbaanonderbreking gelijkgesteld wordt. Zit u boven de maximumgrens van 180 maanden, dan wordt de vermindering met voorrang toegepast op de periode waarin de vermindering van uw prestaties het minst belangrijk is.
Opgelet: de perioden die u nam in het kader van halftijds werken of de vierdagenweek tellen gratis mee.

Voorbeeld

U bent ouder dan 50 jaar.
U neemt gedeeltelijke loopbaanonderbrekingen:

van 1 januari 2014 tot en met 31 december 2015: halftijdse loopbaanonderbreking;

van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2021: 1/4 loopbaanonderbreking.

Berekening:

24 maanden halftijdse loopbaanonderbreking = 24 x 2,1428 = 51,4272 maanden

72 maanden 1/4 loopbaanonderbreking = 72 x 1,6666 = 119,9952 maanden

TOTAAL = 171,4224 maanden

Gelijkgestelde perioden
In dit geval worden alle perioden gelijkgesteld, want u zit niet boven het maximum van 180 maanden.

12 maanden worden gratis gelijkgesteld;

de andere maanden moeten geregulariseerd worden.

 

Gelijkstelling: uw perioden van loopbaanonderbreking vóór 1 januari 2012

Uw perioden van loopbaanonderbreking vóór 1 januari 2012 blijven gelijkgesteld volgens de regels die op 31 december 2011 van toepassing waren, namelijk:

  • de eerste 12 maanden zijn gratis aanneembaar;
  • de volgende 48 maanden zijn gelijkgesteld als ze geregulariseerd worden.

    Uitzondering: De regularisatie is niet vereist voor maximum 24 maanden als u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontvangt voor een kind dat jonger is dan 6 jaar (deze periode moet niet noodzakelijk overeenkomen met het 2e en 3e jaar van de loopbaanonderbreking).

Om de duur van de hierboven vermelde perioden te bepalen, houden we altijd rekening met volledige kalendermaanden, zowel voor een volledige als voor een deeltijdse loopbaanonderbreking. Dit heeft belangrijke gevolgen: zo wordt bijvoorbeeld voor een halftijdse loopbaanonderbreking van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2009 alleen het eerste jaar (van 1 juli 2007 tot en met 30 juni 2008) gratis gelijkgesteld.

Beperkingen

Uw perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die gelijkgesteld worden voor uw pensioenberekening zijn beperkt tot:

  • bepaalde hierboven vermelde quota;
  • uw loopbaankrediet;
  • over uw hele loopbaan samen worden maar 60 maanden gelijkgesteld voor uw pensioenberekening, hiervoor houden we rekening met:
    • uw perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking vóór 1 januari 2012;
    • uw thematische loopbaanonderbrekingen (ouderschapsverlof, LO voor palliatieve zorg, LO voor medische zorg) vóór 1 januari 2012;
    • uw perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking vanaf 1 januari 2012.

De beperking is echter niet van toepassing op:

  • uw bijkomende perioden van gedeeltelijke loopbaanonderbreking, van de vierdagenweek en van halftijds werken vanaf 1 januari 2012 en vanaf 50 jaar;
  • uw thematische loopbaanonderbrekingen vanaf 1 januari 2012.

Voorbeeld: U bent ouder dan 50 jaar. U hebt vóór 1 januari 2012 5 jaar loopbaanonderbreking genomen. Het eerste jaar was gratis gelijkgesteld en u hebt de volgende 4 jaar geregulariseerd. U kunt niet meer genieten van de maatregelen van de algemene regel omdat de limiet van 60 maanden overschreden is. De perioden van gedeeltelijke loopbaanonderbreking, van de vierdagenweek en van het halftijds werken (stelsel voor 50-plussers) en de thematische loopbaanonderbrekingen die u eventueel in de toekomst neemt, kunnen echter wel in aanmerking komen voor uw pensioen.

 

De regularisatie van uw loopbaanonderbreking

Wanneer u perioden van loopbaanonderbreking hebt die niet in aanmerking komen voor uw pensioenberekening, kunt u deze onder bepaalde voorwaarden laten meetellen door deze te regulariseren. Door de nodige bijdragen te betalen tellen deze perioden mee voor uw pensioenberekening.

Levert regularisatie een hoger pensioen op? Omdat er een aantal factoren zijn waarmee we rekening moeten houden, kunnen we geen pasklaar antwoord geven. We moeten bijvoorbeeld  rekening houden met de beperking tot 60 maanden van de gelijkgestelde perioden van loopbaanonderbreking voor het ambtenarenpensioen. We moeten ook rekening houden met de beperking van bepaalde afwezigheidsperioden voor de berekening van uw pensioen-loopbaankrediet.

Omdat uw perioden van loopbaanonderbreking en bepaalde andere afwezigheidsperioden die in aanmerking komen, beperkt zijn tot een percentage van 20 tot 25% van uw werkelijk gewerkte diensten, hebt u er alle belang bij uw perioden van loopbaanonderbreking te regulariseren zolang u de grens niet bereikt hebt. De regularisatie van deze perioden kan u dan een hoger pensioenbedrag opleveren.

Waar regulariseren?

Via onderstaande schema's komt u te weten  welke instelling zorgt voor de regularisatie van uw loopbaanonderbreking.

Voor:

  • de federale overheidsdiensten;
  • de gemeenschappen en gewesten;
  • de magistratuur;
  • de speciale korpsen:
  • de federale politie;
  • het leger;
  • Bpost;
  • Proximus;
  • De instellingen van openbaar nut  (wet van 24/04/1958).

Contacteer de Pensioendienst

Voor:

  • de gemeenten;
  • de intercommunales;
  • het OCMW;
  • de lokale politie.
Vastbenoemd?
Neen Ja

Contacteer de Pensioendienst

Aangesloten bij het gesolidariseerd pensioenfonds
Neen Ja
OCMW/gemeente Contacteer de Pensioendienst

 

Voor het vrij gesubsidieerd onderwijs:

Contacteer de Pensioendienst

Voor het gemeentelijk onderwijs:

Vastbenoemd?
Neen Ja
Contacteer de Pensioendienst Toelage weddesubsidies?
Neen Ja
Individueel aangesloten voor pensioenmaterie bij het Gesolidariseerd Pensioenfonds Contacteer de Pensioendienst
Neen Ja
OCMW/Gemeente Contacteer de Pensioendienst

 

Voor het provinciaal onderwijs:

Vastbenoemd?
Neen Ja
Contacteer de Pensioendienst Toelage weddesubsidies?
Neen Ja
Provincie Contacteer de Pensioendienst

 

Voor het gemeenschapsonderwijs:

Contacteer de Pensioendienst

Voor het universitair onderwijs:

Vastbenoemd?
Neen Ja
Contacteer de Pensioendienst Betaling uit eigen vermogen
Neen Ja
Contacteer de Pensioendienst Universiteit

 

Loopbaanonderbreking van militairen

De perioden van loopbaanonderbreking worden gelijkgesteld volgens volgende regels:

  • de eerste 12 maanden zijn gratis;
  • de volgende 48 maanden zijn gelijkgesteld als ze geregulariseerd worden, dus als u persoonlijke bijdragen stort.

Uitzondering: de storting van een bijdrage is niet vereist gedurende maximum 24 maanden als u of uw inwonende huwelijkspartner kinderbijslag ontvangen voor een kind jonger dan 6 jaar. Deze periode moet niet noodzakelijk overeenkomen met het 2e en 3e jaar van de loopbaanonderbreking.

 

De loopbaanonderbreking van contractuele personeelsleden

Net als statutaire (vastbenoemde) personeelsleden kunnen  contractuele personeelsleden in de overheidssector perioden van loopbaanonderbreking nemen. Voor contractuele personeelsleden zijn de gevolgen van een loopbaanonderbreking voor het pensioen anders dan voor statutaire personeelsleden.

U beëindigt uw loopbaan als:

  • statutair personeelslid en u bent vastbenoemd vóór 1 december 2017: de pensioenregeling van het ambtenarenstelsel is van toepassing, zelfs als uw loopbaanonderbreking toegekend werd vóór uw vaste benoeming;
  • statutair personeelslid en u bent vastbenoemd vanaf 1 december 2017:
    • op uw loopbaanonderbreking tijdens uw contractuele diensten is de pensioenregeling van het werknemersstelsel van toepassing;
    • op uw loopbaanonderbreking tijdens uw vastbenoemde diensten is de pensioenregeling van het ambtenarenstelsel van toepassing;
  • contractueel personeelslid: de pensioenregeling van het werknemersstelsel is in de meeste gevallen van toepassing.

U was eerst contractueel personeelslid en werd later vast benoemd

Hoe verloopt uw pensioenberekening als u als contractueel perioden van loopbaanonderbreking genomen hebt en daarna vast benoemd wordt?

Wanneer u als contractueel personeelslid vast benoemd werd vóór 1 december 2017, dan zullen de perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die u nam  als contractueel personeelslid, in aanmerking genomen worden voor het ambtenarenpensioen volgens dezelfde regels als de regels voor vastbenoemde personeelsleden.

De perioden van loopbaanonderbreking die u nam als contractueel personeelslid, worden dus niet in aanmerking genomen voor uw ambtenarenpensioen als de perioden:

  • die gratis aanneembaar zijn in het ambtenarenstelsel, overschreden werden;
  • niet gevalideerd werden door u door bijdragen in het werknemersstelsel bij de FPD-Werknemerspensioenen te storten.

Als u uw pensioenaanvraag als statutair ambtenaar indient, dan zal de FPD-Ambtenarenpensioenen onderzoeken of u al dan niet bijdragen hebt gestort aan de FPD-Werknemerspensioenen voor de loopbaanonderbrekingen die u nam als contractueel personeelslid. Als u boven de toegelaten duur van de aanneembare perioden voor het overheidspensioen zit, dan zal de FPD-Ambtenarenpensioenen een beperking gebruiken (in alle gevallen tot 60 maanden). Uw bijdragen worden ambtshalve overgedragen van het pensioenstelsel van de werknemers (FPD-Werknemerspensioenen) en dat van de ambtenaren (FPD-Ambtenarenpensioenen).

Wanneer u als contractueel personeelslid vast benoemd werd vanaf 1 december 2017, dan zullen de perioden van volledige of gedeeltelijke loopbaanonderbreking die u nam, vanaf de datum van uw vaste benoeming in aanmerking genomen worden volgens bovenstaande regels van het ambtenarenstelsel.
Op de loopbaanonderbreking vóór de datum van uw vaste benoeming, tijdens uw contractuele diensten, is de pensioenregeling van het werknemersstelsel van toepassing.

Wat is de invloed van mijn deeltijdse prestaties op mijn pensioenbedrag als ambtenaar?

Algemeen principe

Als u tijdens uw loopbaan deeltijds gewerkt hebt en afwezigheden hebt genomen die niet onder het loopbaankrediet, dan passen we het volgende principe toe:

Globale loopbaanverhouding = Effectieve prestaties gedeeld door voltijdse tewerkstelling

Uw pensioen wordt berekend op basis van de wedden die overeenkomen met de voltijdse tewerkstelling. Het is de duur van uw diensten die proportioneel verminderd wordt in functie van de verhouding tussen de effectieve en de voltijdse  tewerkstelling.

Toepassing KB 206

Het hierboven beschreven principe is de toepassing van KB 206. Dit KB werd ingevoerd om een aantal onevenwichtige situaties te verhelpen.

Vóór de publicatie van KB 206 hield men enkel rekening met de laatste 5 jaar van de loopbaan (ondertussen is dat de laatste 10 jaar geworden). Dit komt omdat de wedde van de laatste 5 jaar in de loopbaan als ambtenaar een belangrijke rol speelt in de berekening van uw pensioenbedrag en proportioneel werd verminderd naar verhouding van de deeltijdse prestatie Dit had tot gevolg dat personen die de laatste 5 jaar van hun loopbaan deeltijdse prestaties hadden, hun pensioen sterk verminderd zagen, zelfs al hadden ze daarvoor altijd voltijds gewerkt. Het pensioenbedrag van personen die de laatste 5 jaar van hun loopbaan voltijds werkten, maar voordien deeltijds gewerkt hadden, werd echter niet beïnvloed.

Bijvoorbeeld:

Wedde die
overeenkomt
met volledige
prestaties

Loopbaan Loopbaanduur Reële duur van de diensten Gemiddelde wedde van de laatste 5 jaar

Pensioenbedrag
vóór KB 206

Pensioenbedrag na KB 206
40 000 EUR/jaar

35 jaar voltijds
5 jaar halftijds

40 jaar 37,5 20 000 EUR

40/60 x 20 000 EUR

= 13 333 EUR

37,5/60 x
40 000 EUR

= 25 000 EUR
40 000 EUR/jaar

35 jaar halftijds
5 jaar voltijds

40 jaar 22,5 40 000 EUR

40/60 x 40 000 EUR

= 26 666 EUR

22,5/60 x
40 000 EUR

= 15 000 EUR

Dankzij de berekeningswijze volgens KB 206 is uw pensioenbedrag hoger wanneer de effectieve prestaties groter zijn. De berekening in het kader van KB 206 is ingewikkeld en moet gecombineerd worden met de berekening van het loopbaankrediet.

De berekeningen vragen om de expertise van pensioenspecialisten en kunnen hier niet in detail toegelicht worden. Onthoud dat wanneer u deeltijds werkte, we de globale loopbaanverhouding zullen berekenen. Met andere woorden, het percentage dat de verhouding weergeeft tussen de effectieve diensten en de voltijdse tewerkstelling.

 

Welke invloed heeft de globale loopbaanverhouding op mijn pensioenbedrag?

De invloed op het relatief maximum

Rustpensioenen van het ambtenarenstelsel kunnen niet hoger zijn dan 3/4 van de gemiddelde wedde. Als tijdens de berekening van uw pensioen het KB 206 moet worden toegepast, dan beïnvloedt de verkregen verhouding ook het relatief maximum.

Bijvoorbeeld:

1) Toepassing van de basisformule voor de pensioenberekening:

Pensioenbedrag = (referentiewedde X loopbaanduur) / loopbaanbreuk

25 000 EUR X 35 / 60 = 14 583,33 EUR

2) Toepassing van de formule voor het relatief maximum:

Relatief maximum = wedde X 0,75 X globale loopbaanverhouding

25 000 EUR X 0,75 X 0,7 = 13  125,00 EUR

De toepassing van de globale loopbaanverhouding zorgt er in dit voorbeeld voor dat het uiteindelijke pensioenbedrag tot 13 125 EUR beperkt zal moeten worden.

De invloed op het gewaarborgd minimum als u een loopbaan van minder dan 20 jaar hebt

  • De globale loopbaanverhouding bedraagt 0,5;
  • Uw loopbaanduur bedraagt 30 jaar halftijds (loopbaanbreuk 1/60) wat overeenkomt met 15 jaar gepresteerde diensten;
  • Uw referentiewedde bedraagt 19 000 EUR.

1) Toepassing van de basisformule van de pensioenberekening:

Pensioenbedrag = (referentiewedde X loopbaanduur) / loopbaanbreuk

19 000 EUR X 15 / 60 = 4 750,00 EUR

2) Toepassing van de globale loopbaanverhouding op het gewaarborgd minimum:

Het gewaarborgd minimum wegens leeftijdsgrens voor een alleenstaande

bedraagt 9 601 EUR.

9 601 EUR X 0,5 = 4 800,50 EUR

Het gewaarborgd minimum dat u kunt krijgen bedraagt in dit geval 4 800,50 EUR.

De invloed op de diplomabonificatie

Als tijdens de berekening van uw pensioen het KB 206 moet worden toegepast, dan beïnvloedt de verkregen verhouding ook de gratis diplomabonificatie.

Bijvoorbeeld:

  • De globale loopbaanverhouding bedraagt 0,5;
  • U kan een diplomabonificatie van 3 jaar laten gelden.

De gratis diplomabonificatie is dus: 3 jaar x 0,5 = 1 jaar en 6 maanden.