|
|
|

Loonplafond

Als het totale loon per jaar hoger is dan een bepaald plafondbedrag, dan beperken we het loon in de pensioenberekening aan dit loonplafond. Het principe ‘meer loon is gelijk aan meer pensioen’ gaat dus op tot aan het bereiken van het loonplafond.

Het loonplafond wordt jaarlijks vastgelegd. Voor 2018 is het loonplafond 57 602,62 EUR voor een volledig jaar.

 

Lager loonplafond voor bepaalde gelijkgestelde perioden vanaf 58 jaar

Voor de fictieve lonen van bepaalde gelijkgestelde perioden vanaf het jaar van de 58ste verjaardag gebruiken we een lager loonplafond . Dit noemen we het ‘gedifferentieerd’ loonplafond. Voor 2018 is dit 54 978,21 EUR voor een volledig jaar.

Vanaf het jaar waarin u 58 jaar wordt, beperken we het fictief loon voor de volgende gelijkgestelde perioden tot het gedifferentieerd loonplafond:

Er zijn geen uitzonderingen voorzien op de toepassing van het ‘gedifferentieerd’ loonplafond.

 

Minimum loonplafond voor bepaalde gelijkgestelde perioden vanaf 2012

Voor jaren vanaf 2012 tellen bepaalde gelijkgestelde perioden minder mee voor het pensioenbedrag door de toepassing van het beperkt fictief loon op basis van het minimum gewaarborgd loonplafond. Voor 2018 is dit 24 730,99 EUR voor een volledig jaar.

Het minimum loonplafond passen we toe bij:

 

Samengevat:

Categorie Welk loon? Welk loonplafond? Waarde in 2018 voor volledig jaar
Gewerkte dagen Werkelijk loon Normaal 57 602,62 EUR
Gelijkgestelde dagen – hoog plafond (bijv. Ziekte) Normaal fictief loon Normaal 57 602,62 EUR
Gelijkgestelde dagen – laag plafond (bijv. Werkloosheid na 58 jaar) Laag fictief loon Gedifferentieerd 54 978,21 EUR
Gelijkgestelde dagen – minimum plafond (bijv. Werkloosheid – derde periode vanaf 2012) Beperkt fictief loon Minimum 24 730,99 EUR

 

En nu concreet: hoe passen we de verschillende loonplafonds toe in één jaar?

Tijdens de berekening van uw pensioen verdelen we per loopbaanjaar uw gewerkte en gelijkgestelde dagen onder in 4 verschillende categorieën:

  • Gewerkte dagen
  • Gelijkgestelde dagen – hoog plafond
  • Gelijkgestelde dagen – laag plafond
  • Gelijkgestelde dagen – minimum plafond

Het loon per categorie beperken we tot aan het bijhorende loonplafond. Daarom vermenigvuldigen we:

  • het loonplafond;
    met
  • het aandeel van de categorie

in vergelijking met een volledig jaar van 312 dagen.

 

Voorbeeld

Florent was 59 jaar in 2018 en heeft in dat jaar 150 gewerkte dagen, 10 dagen ziekte, 40 dagen werkloosheid en 112 dagen SWT.

De volgende tabel illustreert hoe we het loonplafond per categorie bepalen voor Florent.

Voor het jaar 2018 beperken we het loon dat we gebruiken in Florents pensioenberekening per categorie beperkt tot het maximum loon uit de laatste kolom.

Categorie Aantal dagen Aandeel Loonplafond Maximum loon voor pensioenberekening
Gewerkte dagen 150 dagen 150 / 312 = 48,08% Normaal 48,08% x 57 602,62 = 27 695,34 EUR
Gelijkgestelde dagen – hoog plafond 10 dagen ziekte 10 / 312 = 3,21% Normaal 3,21% x 57 602,62 = 1 849,044 EUR
Gelijkgestelde dagen – laag plafond 40 dagen werkloosheid 40 / 312 = 12,82% Gedifferentieerd 12,82% x 54 978,21 = 7 048,21 EUR
Gelijkgestelde dagen – minimum plafond 112 dagen SWT-stelsel 112 / 312 = 35,90% Minimum 35,90% x 24 730,99 = 8 878,43 EUR

 

Evolutie van het loonplafond

In het verleden bestonden er verschillende loonplafonds per beroepscategorie:

  • Sinds 1981 is het loonplafond hetzelfde voor arbeiders, bedienden, mijnwerkers en zeevarenden;
    • Tot 1980 bestond er geen loonplafond voor arbeiders en mijnwerkers.
    • Het loon voor bedienden en vliegend personeel is altijd afgetoetst geweest aan een loonplafond.
  • Sinds 2012 is het loonplafond hetzelfde voor alle werknemers, met uitzondering van de personen geboren vóór 1957 die nog onder het bijzondere regime van de burgerluchtvaart verzekerd zijn.

Overzicht loonplafond voor:

 

Werknemers vanaf 1981

Jaren Loonplafond Gedifferentieerd loonplafond
1981 20.697,62 -
1982 22.503,50 -
1983 24.228,12 -
1984 25.765,90 -
1985 27.020,10 -
1986 27.370,25 -
1987 27.795,38 -
1988 28.118,69 -
1989 28.992,19 -
1990 29.991,70 -
1991 30.954,94 -
1992 31.707,02 -
1993 32.580,35 -
1994 32.859,53 -
1995 33.371,67 -
1996 33.923,29 -
1997 34.371,26 -
1998 34.808,09 -
1999 36.155,20 -
2000 36.835,37 -
2001 38.678,50 -
2002 39.367,70 -
2003 40.898,30 -
2004 41.564,11 -
2005 43.314,93 -
2006 44.081,27 -
2007 44.994,88 44.860,29
2008 46.895,18 46.754,91
2009 47.171,84 47.030,73
2010 47.960,29 47.816,83
2011 49.773,66 49.279,82
2012 51.092,44 50.585,52
2013 52.760,95 51.213,21
2014 52.972,54 51.418,58
2015 53.528,57 51.958,31
2016 54.648,70 53.045,58
2017 55.657,47 54.024,76
2018 57.602,62 54.978,21

 

Burgerluchtvaart

Er zijn verschillende loonplafonds voor stuur- en cabinepersoneel.

Stuurpersoneel

Vanaf 2012 zijn deze loonplafonds enkel op u van toepassing als u:

  1. op 31/12/2011 minstens 55 jaar oud was;
    en
  2. onder het bijzonder regime van de luchtvaart verzekerd was.

Was dit niet het geval? Dan zijn de loonplafonds werknemer op u van toepassing.

Vanaf 1981 gelden deze loonplafonds ook voor de testpiloten. Vóór 1981 gelden de loonplafonds werknemer, behalve als u regularisatiebijdragen hebt betaald.

Voor de jaren tussen 1964 en 1972 berekenen we uw pensioen op basis van het loonplafond vermeerderd met 10%, als uw loon even hoog is als het loonplafond.

Tabel

 

Cabinepersoneel

Vanaf 2012 zijn deze loonplafonds op u van toepassing als u:

  1. op 31/12/2011 minstens 55 jaar oud was;
    en
  2. onder het bijzonder regime van de luchtvaart verzekerd was.

Was dit niet het geval? Dan zijn de loonplafonds werknemer op u van toepassing.

Vanaf 1981 gelden deze loonplafonds ook voor de stewardessen. Vóór 1981 gelden de loonplafonds werknemer, behalve als u regularisatiebijdragen hebt betaald.

Voor de jaren tussen 1964 en 1972 berekenen we uw pensioen op basis van het loonplafond vermeerderd met 10%, als uw loon even hoog is als het loonplafond.

Tabel

 

Bedienden tot 1980

Voor de jaren tussen 1958 en 1972 gebruiken we in uw pensioenberekening het loonplafond vermeerderd met 10%, als uw loon als bediende even hoog of hoger is dan het loonplafond.

Jaren Loonplafond + 10%
1958 2 379,76 EUR 2 617,76 EUR
1959 2 379,76 EUR 2 617,76 EUR
1960 2 469,01 EUR 2 715,92 EUR
1961 2 498,76 EUR 2 748,64 EUR
1962 2 528,52 EUR 2 781,36 EUR
1963 2 558,28 EUR 2 814,08 EUR
1964 2 651,22 EUR 2 916,34 EUR
1965 2 777,66 EUR 3 055,42 EUR
1966 2 885,49 EUR 3 174,04 EUR
1967 2 963,58 EUR 3 259,92 EUR
1968 4 008,44 EUR 4 409,28 EUR
1969 4 714,93 EUR 5 186,42 EUR
1970 5 071,91 EUR 5 579,09 EUR
1971 5 270,82 EUR 5 797,93 EUR
1972 5 572,03 EUR 6 129,27 EUR
1973 7 793,77 EUR -
1974 9 645,53 EUR -
1975 11 623,72 EUR -
1976 13 347,20 EUR -
1977 14 300,96 EUR -
1978 14 955,41 EUR -
1979 15 632,16 EUR -
1980 16 595,23 EUR -

 

Zeevarenden tot 1980

Jaren Loonplafond Jaren Loonplafond
1955 2 974,72 EUR 1956 2 974,72 EUR
1957 2 974,72 EUR 1958 2 974,72 EUR
1959 2 974,72 EUR 1960 3 086,27 EUR
1961 3 123,46 EUR 1962 3 160,64 EUR
1963 3 197,83 EUR 1964 3 316,82 EUR
1965 3 472,99 EUR 1966 3 608,71 EUR
1967 3 707,25 EUR 1968 4 551,33 EUR
1969 4 714,93 EUR 1970 4 925,02 EUR
1971 5 116,52 EUR 1972 5 412,14 EUR
1973 7 752,87 EUR 1974 9 645,53 EUR
1975 11 623,72 EUR 1976 13 347,20 EUR
1977 14 300,96 EUR 1978 14 955,41 EUR
1979 15 632,16 EUR 1980 16 595,23 EUR