|
|
|

De Inkomensgarantie voor ouderen (IGO)

De inkomensgarantie voor ouderen (IGO) is een uitkering voor 65-plussers die niet over voldoende financiële middelen beschikken.

Heb ik recht op een inkomensgarantie voor ouderen (IGO)?

U hebt recht op een IGO als u voldoet aan onderstaande voorwaarden:

  • Uw financiële middelen bedragen per maand minder dan:
    • 1 118,36 EUR voor alleenstaanden (op 01/09/2018 aan index 144,42);
    • 745,57 EUR voor samenwonenden (op 01/09/2018 aan index 144,42).
    De Federale Pensioendienst bepaalt uw financiële middelen na een uitgebreid onderzoek naar de bestaansmiddelen (pensioenen, beroepsinkomsten, sociale uitkeringen, onroerende goederen, geld, … ) waarover u beschikt binnen uw gezin. Meer info over hoe uw financiële middelen worden berekend

  • U bent minstens 65 jaar (vanaf 2025 minstens 66 jaar en vanaf 2030 minstens 67 jaar).

  • U bent Belg (of u bevindt zich in een gelijkgestelde situatie).

  • Uw hoofdverblijfplaats is in België.
    Meer info over deze verblijfsvoorwaarde

 

Hoeveel krijg ik?

Hoeveel u krijgt, hangt af van uw financiële middelen en van uw gezinssituatie.

Voor samenwonenden - basisbedrag = 745,57 EUR

(op 01/09/2018 aan index 144,42)

Bent u samenwonende en bedragen uw financiële middelen minder dan 745,57 EUR per maand? Dan ontvangt u een IGO tot aan dit bedrag van 745,57 EUR per maand.

U bent 'samenwonende' als u:

  • gehuwd of wettelijk samenwonend bent
  • op uw hoofdverblijfplaats samenwoont met een of meerdere andere personen (bijvoorbeeld: u woont samen met een vriend) en deze personen zijn geen:
    • kinderen die recht geven op kinderbijslag;
    • (groot)ouders;
    • eigen (klein)kinderen.
  • als geestelijke of leek in een gemeenschap leeft

Voor alleenstaanden – verhoogd basisbedrag = 1 118,36 EUR

(op 01/09/2018 aan index 144,42)

Bent u alleenstaande en bedragen uw financiële middelen minder dan 1 118,36 EUR per maand? Dan ontvangt u een IGO tot aan dit bedrag van 1 118,36 EUR per maand.

U bent alleenstaande als u als enige gedomicilieerd bent op uw hoofdverblijfplaats.

Uitzonderingen

U wordt ook gezien als 'alleenstaande' als u samenwoont met:

  • minderjarige kinderen;
  • meerderjarige kinderen die recht geven op kinderbijslag;
  • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn ((groot)ouders en (klein)kinderen);
  • personen die in hetzelfde rusthuis, verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis verblijven.

 

Hoe vraag ik een IGO aan?

In de meeste gevallen hoeft u zelf geen aanvraag in te dienen voor uw IGO. Het onderzoek start automatisch als u:

  • een pensioen aanvraagt in België;
  • al een pensioen krijgt in België;
  • een tegemoetkoming aan gehandicapten krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd bereikt;
  • een leefloon krijgt en de wettelijke pensioenleeftijd bereikt.

In alle andere gevallen kunt u zelf uw IGO aanvragen:

Meer informatie over het aanvragen van uw pensioen en/of IGO.

 

Heb ik ook recht op het sociaal tarief als ik recht heb op een IGO?

Ja. Als u recht hebt op een IGO, hebt u ook recht op het sociaal tarief.

De Pensioendienst stuurt uw attest rechtstreeks naar uw energieleverancier (gas- en elektriciteitsmaatschappij). Die past dan het sociaal tarief automatisch toe.

Vraagt uw leverancier toch uitdrukkelijk om een attest of merkt u dat u het sociaal tarief niet krijgt? Neem contact op met de Federale Overheidsdienst Economie via 0800 120 33 of raadpleeg hun website.

 

Gedetailleerde voorwaarden om een IGO te ontvangen

Belgische nationaliteit of een gelijkgestelde situatie

Om recht te hebben op een IGO, moet u Belg zijn of aan één van de volgende voorwaarden voldoen:

Hoofdverblijfplaats in België

Om een IGO te kunnen ontvangen, moet u uw hoofdverblijfplaats in België hebben en er werkelijk en zonder onderbreking verblijven. U mag toch maximaal 29, al dan niet opeenvolgende, dagen per kalenderjaar in het buitenland verblijven. De dagen van vertrek en aankomst tellen mee als 'dagen in het buitenland'.

Als u meer dan 29 dagen in het buitenland verblijft, schorsen we uw IGO voor elke kalendermaand (vanaf de maand van de overschrijding) waarin u in het buitenland verblijft. Ook als u (na die 29 dagen) maar telkens 1 dag per maand in het buitenland blijft, verliest u uw IGO voor die volledige maand.

U moet de Pensioendienst altijd vooraf op de hoogte brengen van een verblijf in het buitenland.

Van die 29 dagen mag afgeweken worden in geval van:

  • een toevallige of tijdelijke opname in een ziekenhuis of een andere instelling voor zorgverstrekking in het buitenland;
  • uitzonderlijke omstandigheden die dit buitenlandse verblijf wettigen en waarvoor het beheerscomité van de Pensioendienst toelating gaf.

Zo'n afwijking moet u schriftelijk (Pensioendienst – Zuidertoren, Europaesplanade 1, 1060 Brussel) aanvragen, met de reden van het verlengd verblijf in het buitenland en de nodige bewijzen.

U moet de Pensioendienst altijd vooraf op de hoogte brengen van:

  • elk verblijf in België van meer dan 21 opeenvolgende dagen op een andere verblijfplaats dan uw hoofdverblijfplaats.
  • elk verblijf in het buitenland, wat de duur ervan ook is. Als u deze voorafgaande melding niet naleeft, dan wordt de IGO voor een maand geschorst. De Pensioendienst houdt elke maand 10% van het maandbedrag van de IGO in tot het bereiken van het bedrag van één maand IGO.

Als u langer dan 6 maanden onafgebroken in het buitenland verblijft, vervalt uw recht op de IGO. Bij een nieuw verblijf in België en als u er uw hoofdverblijfplaats hebt, moet u dus ook een nieuwe aanvraag indienen.

Controle van de verblijfplaats

De Pensioendienst gaat regelmatig na of IGO-gerechtigden hun hoofdverblijfplaats in België hebben en er werkelijk en zonder onderbreking verblijven.

Hoe gebeurt deze controle?

De postbode belt bij u thuis aan:

  • als u thuis bent, geeft hij u op vertoon van uw identiteitskaart een brief af. Dan hoeft u niets meer te doen.
  • als u na 3 verschillende pogingen, die plaatsvinden binnen een termijn van 21 dagen, nooit aanwezig was, steekt hij een verblijfsbewijs in uw brievenbus. Vanaf dat moment hebt u 5 werkdagen om:
    • u persoonlijk te melden bij het gemeentebestuur met dit verblijfsbewijs en uw identiteitskaart.
    • ons het, door u en het gemeentebestuur, ingevulde verblijfsbewijs terug te sturen.

Als u het verblijfsbewijs niet ingevuld terugstuurt binnen de termijn van 5 werkdagen, zal de FPD uw betaling stopzetten. Pas nadat u het verblijfsbewijs hebt teruggestuurd, hervatten wij de betaling.
Deze controle gebeurt niet voor wie in een rusthuis, rust- en verzorgingstehuis (RVT) of in een psychiatrische verzorgingsinstelling verblijft.

 

Beperkte financiële middelen na een onderzoek van uw bestaansmiddelen

Om te bepalen hoeveel IGO u kunt ontvangen, doet de Federale Pensioendienst een onderzoek naar uw gezinssituatie en uw financiële middelen.

Invloed van samenwonen op de berekening van uw financiële middelen

  • Woont u samen met uw partner (gehuwd of wettelijk samenwonend)?
    Dan hebt u recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). We bekijken de financiële middelen van jullie beiden en delen alles door 2.

  • Woont u samen met kinderen of andere bloedverwanten?
    Van deze personen tellen de financiële middelen niet mee:
    • minderjarige kinderen;
    • meerderjarige kinderen die recht geven op kinderbijslag;
    • bloed- of aanverwanten in de rechte lijn: (groot)ouders en (klein)kinderen.

Woont u enkel samen met personen uit één van de bovenstaande categorieën?
Dan hebt u recht op het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden). Uw financiële middelen worden gedeeld door het aantal kinderen waarvoor u kinderbijslag krijgt.

Woont u verder nog samen met uw partner (gehuwd of wettelijk samenwoond) of andere personen?
Dan hebt u recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Het totaal wordt gedeeld door het aantal samenwonenden van wie de financiële middelen meetellen + het aantal kinderen waarvoor u kinderbijslag krijgt.

Kinderbijslag en eventuele bestaansmiddelen van de kinderen worden dus niet meegerekend als financieel middel. Maar er wordt wel in uw voordeel rekening gehouden met het feit dat u kinderen heeft.

  • Woont u samen met één of meerdere andere personen (niet uw huwelijks- of wettelijk samenwonende partner, geen bloed- of aanverwanten in de rechte lijn)?
    We gaan ervan uit dat u geen gezin vormt met deze personen, maar wel de vaste kosten voor het samenwonen deelt. U hebt dus recht op het basisbedrag (voor samenwonenden), maar enkel uw eigen pensioenen en financiële middelen (en die van uw eventuele partner) tellen mee.

  • Verblijft u of uw partner (gehuwd of samenwonend) in een rust- en verzorgingstehuis, maar is dat niet uw hoofdverblijfplaats?
    Dan hebt u recht op het verhoogd basisbedrag (voor alleenstaanden).

    Als één van de partners (gehuwd of wettelijk samenwonen) in een rust- en verzorgingstehuis verblijft maar zijn officiële adres nog het (oude) thuisadres is, dan houden we wel rekening met de financiële middelen van beide partners en eventueel andere personen die hetzelfde adres delen. Voor de berekening gelden dus alle gebruikelijke regels

  • Verblijft u in een rust- en verzorgingstehuis, en is dat ook uw hoofdverblijfplaats?

    Dan hebt u recht op het verhoogd basisbedrag (voor alleenstaanden). In de berekening kijken we alleen naar uw eigen financiële middelen. Er wordt geen rekening gehouden met de financiële middelen van de personen die in hetzelfde rusthuis, verzorgingstehuis of psychiatrisch verzorgingstehuis zijn opgenomen.

  • Woont u in een gemeenschap (als geestelijke of als leek)?
    Dan hebt u recht op het basisbedrag (voor samenwonenden). Maar in de berekening kijken we alleen naar uw financiële middelen.

Overzicht:

U woont samen met Tellen hun financiële middelen mee? U hebt recht op het
Uw (huwelijks)partner Ja Basisbedrag (samenwonenden)
Minderjarige kinderen Nee

Verhoogd basisbedrag (alleenstaanden)

Als u met nog andere personen samenwoont: basisbedrag (samenwonenden)
Meerderjarige kinderen waarvoor u kinderbijslag krijgt Nee
Bloed- of aanverwanten in de rechte lijn Nee

Andere personen (niet uw partner, niet bloed- of aanverwanten)

Nee Basisbedrag (samenwonenden)
Andere personen in een rust- en verzorgingstehuis Nee Verhoogd basisbedrag (alleenstaanden)
Andere personen in een gemeenschap Nee Basisbedrag (samenwonenden)


Wat telt mee voor de berekening van uw financiële middelen?

Stap 1: Uw financiële middelen zijn de som van de financiële middelen van uzelf en uw eventuele partner (gehuwd of wettelijk samenwonend). De volgende componenten worden in rekening gebracht:

  • Belgische en buitenlandse wettelijke pensioenen:
    • 90 % van het bruto jaarbedrag:
      • inclusief pensioenbonus;
      • exclusief vakantiegeld werknemers en bijzondere bijslag zelfstandigen.

  • Beroepsinkomen:
    • 75 % van het bruto jaarsalaris in het geval van een werknemer (ook in het kader van een flexi-job);
    • 75 % van het bruto jaarsalaris in het geval van een ambtenaar;
    • 75% van het werkelijke brutoloon of het fictief loon als zelfstandige helper;
    • 100 % van de netto beroepsinkomsten (= bruto verminderd met de eventuele lasten en verliezen) van het jaar voorafgaand aan de ingangsdatum van de IGO van het vorige of lopende jaar in het geval van een zelfstandige;
    • Van het resterende bedrag wordt daarna nog eens 5 000 EUR afgetrokken (vrijstelling).

  • Sociale uitkeringen (werkloosheid, ziekte of invaliditeit, arbeidsongeval of beroepsziekte):
    • 100 % van het bruto jaarbedrag

  • Vergoedings- en oorlogspensioenen:
    • 100 % van het bruto jaarbedrag

  • Buitenwettelijke renten (bijvoorbeeld periodiek uitbetaald, aanvullend pensioen):
    • 100 % van het bruto jaarbedrag

  • Onderhoudsgeld betaald door de ex-partner:
    • 100 % van het bruto jaarbedrag
    • Onderhoudsgelden die betaald worden door de aanvrager aan de ex-partner, kunnen afgetrokken worden.

  • Kapitalen (liggende of niet-liggende gelden, aandelen, obligaties, staatsleningen, …):
    • 1e schijf van 6 200 EUR: vrijgesteld (dus 0 %);
    • 2e schijf gelegen tussen 6 200 EUR en 18 600 EUR: 4 % van het globaal kapitaal;
    • 3e schijf boven 18 600 EUR: 10 % van het globaal kapitaal.

  • Onroerende goederen (bebouwd of onbebouwd) in volle eigendom of in vruchtgebruik:
    • 100 % van het globaal, niet-geïndexeerde kadastraal inkomen (K.I.). In geval van mede-eigendom houden we rekening met uw aandeel in de eigendom: 1/2, 1/4, ... .
    • Hierop worden gedeeltelijke vrijstellingen toegepast:
      • Bebouwde goederen: 743,68 EUR wordt afgetrokken van het globaal K.I. + nog eens 123,95 EUR voor elk kind waarvoor kinderbijslag wordt ontvangen.
        Het resultaat na aftrek wordt met 3 vermenigvuldigd.
      • Onbebouwde goederen: op voorwaarde dat er geen bebouwd onroerend goed is: 29,75 EUR wordt afgetrokken van het globaal K.I.
        Het resultaat na aftrek wordt met 3 vermenigvuldigd.
    • Onroerende goederen in naakte eigendom worden niet in rekening gebracht.

Belangrijk: Verkocht u minder dan 10 jaar voor de aanvraag van uw IGO uw huis of andere onroerende goederen of schonk u het weg? Dan houden we rekening met de verkoopwaarde van de goederen op het ogenblik van de verkoop of schenking. Meer informatie over de berekening van de verkoopwaarde van uw onroerend goed.

Wat telt niet mee? Er wordt geen rekening gehouden met de volgende uitkeringen:

  • gezinsbijslag toegekend volgens een Belgische regeling;
  • uitkeringen die verband houden met openbare of private bijstand (bijvoorbeeld: uitgekeerd door OCMW's, liefdadigheidsinstellingen, Vlaamse Zorgverzekering, …);
  • onderhoudsgelden tussen bloed- en aanverwanten in de rechte lijn;
  • tegemoetkomingen aan gehandicapten, het Persoonsgebonden Budget (PGB) en het Persoonlijk Assistentiebudget (PAB);
  • verwarmingstoelage voor gepensioneerde werknemers;
  • renten uit het vroegere verplichte kapitalisatiestelsel voor pensioenen;
  • toelagen, uitkeringen of bijslagen voor het onderbrengen van jongeren in opvanggezinnen;
  • oorlogsrenten zoals Frontstrepenrenten, gevangenschapsrenten, …;
  • uitkeringen van de Duitse overheid voor schadeloosstelling voor gevangenschap in de Tweede Wereldoorlog.

Stap 2: Het totaal van de financiële middelen wordt gedeeld door het aantal samenwonenden van wie de financiële middelen meetellen + het aantal kinderen die recht geven op kinderbijslag.

Stap 3:Op het einde van deze volledige berekening gaat van dat totaal nog eens een bedrag af:

  • 625 EUR voor het basisbedrag (voor samenwonenden);
  • 1 000 EUR voor het verhoogde basisbedrag (voor alleenstaanden).

Meer informatie over de berekening van de verkoopwaarde van uw onroerend goed.

 

Verkocht u minder dan 10 jaar voor de aanvraag van uw IGO uw huis of andere onroerende goederen of schonk u het weg? Dan houden we rekening met de verkoopwaarde van de goederen op het ogenblik van de verkoop (al dan niet op lijfrente) of de schenking.

Stap 1: De verkoopwaarde wordt vermenigvuldigd met een breuk die de belangrijkheid van uw zakelijke rechten uitdrukt:

  • volle eigendom: 100 % van de verkoopwaarde;
  • vruchtgebruik: 40 % van de verkoopwaarde;
  • naakte eigendom: 60 % van de verkoopwaarde.

In geval van mede-eigendom houden we rekening met uw aandeel in de eigendom: 1/2, 1/4, ...

Stap 2: De opbrengst van de verkoop kan verminderd worden met:

  1. Forfaitaire verminderingen van de verkoopwaarde (forfaitaire abattementen):
    • vrijstelling van 37 200 EUR op de verkoopprijs, op voorwaarde dat het de verkoop van het enige woonhuis of het enige onbebouwd onroerend goed betreft;
    • als het gaat om de verkoop van het enige woonhuis, wordt een bijkomende vermindering toegepast. Deze vermindering wordt berekend op basis van het aantal maanden tussen de maand die volgt op de verkoop en de ingangsdatum van de IGO.
      Per 12 maanden wordt:
      • 1 250 EUR in mindering gebracht als u recht hebt op het basisbedrag;
      • 2 000 EUR in mindering gebracht als u recht hebt op het verhoogde basisbedrag

      Een voorbeeld:
      Datum verkoop enige woning: 01/12/2010
      Ingangsdatum IGO: 30/11/2017
      Aantal maanden: 84 maanden ofwel 7 jaar
      Bijkomende vermindering van de verkoopprijs:
      Basisbedrag: 7 x 1 250 EUR = 8 750 EUR
      Verhoogd basisbedrag: 7 x 2 000 EUR = 14 000 EUR

  2. Persoonlijke schulden, als aan al de volgende voorwaarden is voldaan:
    • Het zijn persoonlijke schulden van de aanvrager en/of de huwelijkspartner of de wettelijk samenwonende.
    • De schulden zijn aangegaan vóór de verkoop of schenking.
    • De schulden zijn geheel of gedeeltelijk terugbetaald met de opbrengst van de verkoop of schenking.
      De aanvrager en/of de personen met wie de aanvrager dezelfde hoofdverblijfplaats deelt, moet het bewijs hiervan leveren.

  3. Wederbelegging
    Wanneer u de opbrengst van de verkoop gebruikt om een nieuw onroerend goed te kopen of om opnieuw te beleggen in een bestaand eigen onroerend goed (bijvoorbeeld renovatiewerken), dan kan het bedrag van deze nieuwe investering worden afgetrokken van de opbrengst van de verkoop. Dit kan alleen als het bedrag zich daadwerkelijk in uw vermogen bevindt.

Stap 3: Voor het bedrag dat u dan nog overhoudt aan de verkoop van uw onroerende goederen, gelden deze vrijstellingen:

  • 1e schijf van 6 200 EUR: vrijgesteld (dus 0 %);
  • 2e schijf tussen 6 200 EUR en 18 600 EUR: 4 %;
  • 3e schijf boven 18 600 EUR: 10 %.