Pensioenstatistieken 2019
Hierna geven we u een overzicht van de belangrijkste pensioenstatistieken. Onze statistieken zijn momenteel nog opgesplitst in 2 delen:
Pensioenstatistieken werknemers en zelfstandigen
- Globaal overzicht van de uitkeringsgerechtigden en de maandelijkse uitgaven
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens verblijfplaats
- Verdeling en evolutie van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2019
- Verdeling en evolutie volgens leeftijd op moment van pensionering
Globaal overzicht van de uitkeringsgerechtigden en de maandelijkse uitgaven
Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden
Op 1 januari 2019 betaalden we aan 2 150 758 gerechtigden een pensioenuitkering (overgangsuitkering inbegrepen). Dat is 8,65 % meer dan op 1 januari 2015. Dit aantal neemt elk jaar toe.

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Verdeling van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Van de pensioengerechtigden die door ons uitbetaald zijn, ontving 64,32 % een pensioen op basis van een 'zuivere' loopbaan (werknemer of zelfstandige). 35,68 % had dus een 'gemengde loopbaan', dat wil zeggen dat ze in minstens 2 van de 3 algemene pensioenstelsels gewerkt hebben.

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Het totale aantal gepensioneerden met een zuivere werknemersloopbaan steeg tussen 2015 en 2019 met 8,12 % en het aantal gemengde loopbanen steeg met 12,02 %. Het aantal gepensioneerden dat alleen als zelfstandige werkte, daalde in dezelfde periode met 7,48 %. Deze tendens doet zich zowel bij de mannen als bij de vrouwen voor.
| Geslacht | Stelsel | Jaar | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | ||
| Mannen | alleen werknemer | 566 740 | 575 899 | 582 701 | 593 415 | 608 278 |
| alleen zelfstandige | 52 132 | 51 285 | 50 111 | 49 451 | 48 877 | |
| gemengd | 332 855 | 342 927 | 349 346 | 367 399 | 379 897 | |
| Vrouwen | alleen werknemer | 623 749 | 636 299 | 647 770 | 661 372 | 678 890 |
| alleen zelfstandige | 51 936 | 50 853 | 49 783 | 48 641 | 48 641 | |
| gemengd | 352 138 | 358 643 | 363 035 | 377 919 | 387 410 | |
| Algemeen totaal | 1 979 550 | 2 015 906 | 2 042 746 | 2 098 197 | 2 150 758 | |

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen
Verdeling van het aantal pensioengerechtigden volgens het type pensioen
Op 1 januari 2019 ontving 58,37 % van de vrouwen en 70,75 % van de mannen een eigen rustpensioen als alleenstaande. Slechts 0,19 % van de vrouwen, tegenover 27,35 % van de mannen, heeft een pensioen als gezin, dit wil zeggen voor beide partners van het koppel samen (omdat het eigen rustpensioen van de huwelijkspartner te laag of onbestaande is). De anderen ontvangen een overlevingspensioen, eventueel gecumuleerd met een eigen rustpensioen.
Het aantal personen dat een overgangsuitkering ontvangt, blijft gering omdat deze uitkering specifiek en tijdelijk is.

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen
In deze evolutie zien we een duidelijke toename van het aantal vrouwen op de arbeidsmarkt, op basis van verschillende parameters:
- een vermindering van het aantal gezinspensioenen bij de mannen (- 9,71 % tussen 2015 en 2019);
- een verhoging van het aantal 'alleenstaande' pensioenen (+ 18,24 % bij de mannen en + 21,12 % bij de vrouwen);
- een vermindering van het aantal overlevingspensioenen bij de vrouwen (- 15,33 %).
| geslacht | stelsel | jaar | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2015 | 2016 | 2017 | 2018 | 2019 | ||
| Vrouwen | rust bedrag alleenstaande | 536 679 | 561 607 | 582 863 | 617 538 | 650 023 |
| rust en overleving | 279 228 | 279 678 | 280 621 | 281 171 | 282 383 | |
| overleving | 210 333 | 202 373 | 194 317 | 186 259 | 178 096 | |
| rust gezinsbedrag | 1 558 | 1 636 | 1 790 | 1 925 | 2 132 | |
| overgangsuitkering | 25 | 501 | 997 | 1 039 | 1 072 | |
| Mannen | rust bedrag alleenstaande | 620 518 | 646 545 | 665 350 | 700 182 | 733 682 |
| rust gezinsbedrag | 314 071 | 305 625 | 298 372 | 290 947 | 283 589 | |
| rust en overleving | 13 693 | 14 414 | 14 783 | 15 426 | 16 020 | |
| overleving | 3 441 | 3 460 | 3 523 | 3 571 | 3 600 | |
| overgangsuitkering | 4 | 67 | 130 | 139 | 161 | |

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens verblijfplaats
Op 1 januari 2019 was 90,57 % van de pensioengerechtigden die door ons betaald werden, gedomicilieerd in België en slechts 9,43 % van hen verbleef in het buitenland. Deze verdeling blijft nagenoeg stabiel in de tijd.

In Frankrijk en Italië tellen we het grootste aantal gepensioneerden (regeling werknemers en zelfstandigen) die buiten België verblijven. Daarna volgen Spanje en Nederland. Als we de analyse beperken tot de gepensioneerden die buiten Europa verblijven, tellen we het grootste aantal gepensioneerden in Turkije en Marokko, gevolgd door Canada en de Verenigde Staten.
| rangschikking | continent | land | aantal |
|---|---|---|---|
| 1 | EU | Frankrijk | 53 697 |
| 2 | EU | Italië | 31 701 |
| 3 | EU | Spanje | 23 900 |
| 4 | EU | Nederland | 23 093 |
| 5 | EU | Duitsland | 12 334 |
| 6 | EU | Groot-Brittannië | 4 830 |
| 7 | EU | Griekenland | 4 593 |
| 8 | EU | GH Luxemburg | 3 719 |
| 9 | EU | Portugal | 3 481 |
| 10 | EU | Polen | 1 136 |
| rangschikking | continent | land | aantal |
|---|---|---|---|
| 1 | buiten EU | Turkije | 7 025 |
| 2 | buiten EU | Marokko | 5 944 |
| 3 | buiten EU | Canada | 4 430 |
| 4 | buiten EU | Verenigde Staten | 3 668 |
| 5 | buiten EU | Zwitserland | 2 743 |
Verdeling en evolutie van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2019
In 2019 hebben we 189 723 nieuwe uitkeringen uitbetaald. Dat zijn er 2 670 minder dan in 2018. Het gaat om nieuwe voordelen die in 2019 ingegaan zijn en die in betaling waren op 1 januari van het volgende jaar.
Verdeling van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2019
De nieuwe uitkeringen die we uitbetaalden in 2019, zijn vooral werknemerspensioenen (76,67 %) ten opzichte van slechts 17,67 % zelfstandigenpensioenen en 4,67 % IGO-uitkeringen.

Evolutie van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2019
Tussen 2015 en 2019 steeg het aantal nieuwe rustpensioenen voor de vrouwen en de mannen met respectievelijk 12,29 % en 16,54 %.
De tendens is eerder dalend voor de vrouwen: - 2,67 % voor de overlevingspensioenen en - 0,18 % voor de IGO-uitkeringen.
Voor dezelfde periode stellen we bij de mannen een toename vast van het aantal overlevingspensioenen met + 8,16 % en een lichte daling van het aantal IGO-uitkeringen met - 1,67 %.
| Jaar | Vrouwen | Mannen | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| rust | overleving | IGO | rust | overleving | IGO | |
| 2015 | 62 942 | 25 918 | 5 495 | 71 004 | 2 035 | 3 421 |
| 2016 | 65 596 | 26 397 | 5 504 | 74 250 | 2 039 | 3 289 |
| 2017 | 69 409 | 26 217 | 5 621 | 77 604 | 2 106 | 3 477 |
| 2018 | 73 307 | 26 365 | 5 296 | 81 966 | 2 209 | 3 250 |
| 2019 | 70 677 | 25 227 | 5 505 | 82 749 | 2 201 | 3 364 |
Verdeling en evolutie volgens leeftijd op moment van pensionering
De volgende tabel geeft de voorwaarden weer voor toegang tot het vervroegd pensioen. Voor de hervormingen in 2011 en 2015 golden er overgangsmaatregelen.
| Jaar | Voorwaarden | |
|---|---|---|
| Minimumleeftijd | Minimumloopbaan | |
| 2013 | 60 jaar en 6 maanden | 38 jaar |
| 2014 | 61 jaar | 39 jaar |
| 2015 | 61 jaar en 6 maanden | 40 jaar |
| 2016 | 62 jaar | 40 jaar |
| 2017 | 62 jaar en 6 maanden | 41 jaar |
| 2018 | 63 jaar | 41 jaar |
| 2019 | 63 jaar | 42 jaar |
| Jaar | Voorwaarden | |
|---|---|---|
| Minimumleeftijd | Minimumloopbaan | |
| 2013 | 60 jaar | 40 jaar |
| 2014 | 60 jaar | 40 jaar |
| 2015 | 60 jaar | 41 jaar |
| 2016 | 60 jaar | 42 jaar |
| 61 jaar | 41 jaar | |
| 2017 | 60 jaar | 43 jaar |
| 61 jaar | 42 jaar | |
| 2018 | 60 jaar | 43 jaar |
| 61 jaar | 42 jaar | |
| 2019 | 60 jaar | 44 jaar |
| 61 jaar | 43 jaar | |
Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse van toepassing?
De gepensioneerden:
- die hun rustpensioen opgenomen hebben in de pensioenregeling voor werknemers en/of zelfstandigen;
- en van wie het rustpensioen betaald werd op 1 januari van het jaar volgend op de ingangsdatum.
Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse niet van toepassing?
De gepensioneerden die:
- een pensioen ontvangen in een speciaal stelsel;
- een buitenlands pensioen ontvangen;
- een pensioen ten laste van de openbare sector ontvangen;
- een pensioen van uit de echtgescheiden huwelijkspartner ontvangen.
Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan werknemers):
| Jaar | Leeftijd op de ingangsdatum | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en ouder | |
| 2014 | 17,44 % | 3,58 % | 3,13 % | 2,25 % | 2,06 % | 66,88 % | 4,67 % |
| 2015 | 19,01 % | 4,03 % | 4,51 % | 2,64 % | 1,83 % | 63,26 % | 4,72 % |
| 2016 | 16,85 % | 5,06 % | 5,73 % | 3,05 % | 1,78 % | 62,93 % | 4,59 % |
| 2017 | 15,12 % | 5,91 % | 7,90 % | 3,54 % | 1,93 % | 60,96 % | 4,65 % |
| 2018 | 17,89 % | 9,42 % | 5,71 % | 3,74 % | 2,06 % | 56,71 % | 4,47 % |
| 2019 | 13,06 % | 9,60 % | 8,86 % | 7,39 % | 4,26 % | 52,50 % | 4,33 % |

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan zelfstandigen)
| Jaar | leeftijd op de ingangsdatum | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en ouder | |
| 2014 | 5,82 % | 3,60 % | 3,85 % | 3,85 % | 4,07 % | 64,47 % | 14,34 % |
| 2015 | 5,42 % | 2,53 % | 3,54 % | 2,81 % | 3,09 % | 64,79 % | 17,81 % |
| 2016 | 2,46 % | 3,03 % | 5,08 % | 2,85 % | 5,79 % | 65,81 % | 14,99 % |
| 2017 | 0,74 % | 4,44 % | 6,25 % | 3,69 % | 5,45 % | 64,62 % | 14,80 % |
| 2018 | 1,23 % | 7,96 % | 5,08 % | 4,07 % | 5,82 % | 62,33 % | 13,51 % |
| 2019 | 0,04 % | 4,20 % | 4,38 % | 5,73 % | 5,62 % | 65,66 % | 14,38 % |

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (gemengde loopbaan werknemer + zelfstandige)
| Jaar | leeftijd op de ingangsdatum | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en ouder | |
| 2014 | 14,98 % | 6,01 % | 5,44 % | 5,14 % | 3,57 % | 60,92 % | 3,94 % |
| 2015 | 14,93 % | 5,08 % | 7,86 % | 5,00 % | 3,50 % | 59,36 % | 4,28 % |
| 2016 | 4,28 % | 6,71 % | 9,56 % | 5,14 % | 3,72 % | 59,42 % | 3,01 % |
| 2017 | 10,78 % | 7,17 % | 11,97 % | 6,41 % | 4,02 % | 56,82 % | 2,83 % |
| 2018 | 12,89 % | 11,54 % | 8,55 % | 6,51 % | 4,42 % | 53,42 % | 2,66 % |
| 2019 | 8,59 % | 8,30 % | 9,42 % | 9,10 % | 4,94 % | 56,91 % | 2,75 % |

Pensioenstatistieken ambtenaren
- Algemene evolutie van de begunstigden van onze ambtenarenpensioenen
- Evolutie van de totale jaarlijkse uitgaven voor de ambtenarenpensioenen
- Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag van de ambtenarenpensioenen volgens inkomensschijf
- Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering voor de periode 2015-2019
- Procentuele verdeling van nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling voor de periode 2015-2019
De hier vermelde pensioenstatistieken hebben betrekking op alle rust- en overlevingspensioenen die de Federale Pensioendienst beheert en betaalt.
Algemene evolutie van de begunstigden van onze ambtenarenpensioenen
Totaalaantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren
De grafieken tonen de evolutie van het aantal pensioenen voor de periode 2015-2019.
In de periode 2015-2019 steeg het aantal rustpensioenen van 408 349 naar 443 766. Het aantal overlevingspensioenen steeg van 91 675 naar 91 770.
Op 1 januari 2019 beheerden we 535 536 ambtenarenpensioenen: 443 766 rustpensioenen en 91 770 overlevingspensioenen.



Evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen
De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Het gaat om de nieuwe pensioenen die geregistreerd zijn in de periode 2015-2019 en waarvoor we een betaling uitgevoerd hebben.
Het aantal nieuwe rustpensioenen (RP) ging van 23 412 in 2015 naar 18 807 in 2019. In 2019 was er een daling ten opzichte van de vorige jaren door de hervorming van de ambtenarenpensioenen. Het aantal nieuwe overlevingspensioenen (OP) ging van 5 901 in 2015 naar 5 923 in 2019.
In 2019 kenden we 24 730 nieuwe pensioenen toe: 18 807 rustpensioenen en 5 923 overlevingspensioenen.
In 2019 was er een daling van het aantal nieuwe pensioendossiers (RP en OP) ten opzichte van 2018 door de hervorming van de ambtenarenpensioenen.



De evolutie in de tijd van het aantal ambtenarenpensioenen heeft een dubbele oorzaak. Het is het resultaat van een aanwervingsbeleid van verschillende autoriteiten op een gegeven moment en de hervorming van de ambtenarenpensioenen. In tegenstelling tot wat u misschien zou denken, is dit aantal dus niet alleen het gevolg van demografische factoren (leeftijdspiramide, levensverwachting, sterftecijfer).
De uitzonderlijke pieken kunnen ook te wijten zijn aan het feit dat de instellingen voor het eerst beheerd worden door ons (overname van de pensioenen door de FPD). Vanaf 2014 zijn de gevolgen van de nieuwe pensioenhervormingen voor ambtenaren voelbaar. Deze hervormingen droegen bij tot een daling van het aantal nieuwe pensioenaanvragen in vergelijking met de voorgaande jaren.
Evolutie van de totale jaarlijkse uitgaven voor de ambtenarenpensioenen
De volgende grafieken geven een beeld van de evolutie van de jaarlijkse uitgaven voor rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Omwille van de coherentie met de voorbije jaren, bevatten deze cijfers geen cijfers van HR Rail.
De grafieken tonen voor de periode 2015-2019 een normale toename van de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen:
- rustpensioenen: van 11 731 903 807 EUR naar 13 557 381 276 EUR;
- overlevingspensioenen: van 1 410 853 103 EUR naar 1 435 374 677 EUR.
Voor 2019 bedragen de uitgaven voor de ambtenarenpensioenen die de Pensioendienst beheert en betaalt, 14 992 755 953 EUR, waarvan:
- 13 557 381 276 EUR voor de rustpensioenen;
- 1 435 374 677 EUR voor de overlevingspensioenen.



De stijging van de jaarlijkse pensioenuitgaven komt vooral door de groei van het totale aantal pensioenen en het daaraan verbonden inkomen. Andere belangrijke factoren zijn de indexering (aanpassing aan de stijging van de consumptieprijzen) en de tweejaarlijkse perequatie (aanpassing aan de stijging van de bezoldiging buiten de index).
De impact van de pensioenhervorming op de jaarlijkse uitgaven van 2018 laat zich langzaam voelen. We zien inderdaad dat in 2019 de pensioenuitgaven met 2,90 % gestegen zijn ten opzichte van 2018, terwijl tot 2013, in de jaren vóór de pensioenhervorming, de gemiddelde jaarlijkse stijging in de uitgaven 6 % bedroeg ten opzichte van de voorgaande jaren.
Toch zal het effect van de hervorming waarschijnlijk op langere termijn bepalend zijn. Ter herinnering: de hervorming bevat 4 maatregelen die de jaarlijkse pensioenuitgaven moeten doen dalen of op zijn minst het aantal vervroegde pensioenen moeten inperken:
- verhoging van de minimumleeftijd en de minimale duur van de loopbaan om van een vervroegd rustpensioen te kunnen genieten;
- vanaf 1 januari 2012 kan in de pensioenberekening geen voordeligere loopbaanbreuk meer toegekend worden dan 1/48, én er moet rekening gehouden worden met een progressieve vermindering van de duur van de diplomabonificatie voor de bepaling van de pensioendatum;
- hertekening van de gelijkstellingen voor loopbaanonderbrekingen, de vierdagenweek en halftijds werken voor de perioden vanaf 1 januari 2012.
- vervanging van de refertewedde van de laatste 5 dienstjaren in de pensioenberekening door een gemiddelde wedde van de laatste 10 dienstjaren.
Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag van de ambtenarenpensioenen volgens inkomensschijf
De volgende tabellen geven per inkomensschijf en volgens geslacht een overzicht van het gemiddeld maandelijks brutopensioenbedrag voor de rust- en overlevingspensioenen en van het aantal uitbetaalde pensioenen.
Aantal rustpensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2019)
| Inkomensschijf | Mannen | Vrouwen | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | |
| < 500 | 11 257 | 268,60 EUR | 8 072 | 326,68 EUR | 19 329 | 292,85 EUR |
| 500 – 1 000 | 12 398 | 751,55 EUR | 17 814 | 758,56 EUR | 30 212 | 755,68 EUR |
| 1 000 – 1 500 | 21 262 | 1 295,40 EUR | 22 534 | 1 267,24 EUR | 43 796 | 1 280,91 EUR |
| 1 500 – 2 000 | 36 575 | 1 773,38 EUR | 25 310 | 1 757,90 EUR | 61 885 | 1 767,05 EUR |
| 2 000 – 2 500 | 53 757 | 2 222,39 EUR | 27 739 | 2 250,94 EUR | 81 496 | 2 232,11 EUR |
| 2 500 – 3 000 | 50 638 | 2 758,41 EUR | 35 411 | 2 759,57 EUR | 86 049 | 2 758,89 EUR |
| 3 000 – 3 500 | 37 762 | 3 218,99 EUR | 42 806 | 3 217,47 EUR | 80 568 | 3 218,18 EUR |
| 3 500 – 4 000 | 18 675 | 3 740,70 EUR | 11 286 | 3 728,92 EUR | 29 961 | 3 736,26 EUR |
| 4 000 – 4 500 | 14 383 | 4 211,40 EUR | 6 942 | 4 188,76 EUR | 21 325 | 4 204,03 EUR |
| 4 500 – 5 000 | 7 102 | 4 735,19 EUR | 1 555 | 4 740,00 EUR | 8 657 | 4 736,06 EUR |
| > 5 000 | 13 233 | 5 877,56 EUR | 1 817 | 5 883,50 EUR | 15 050 | 15 050 |
Aantal overlevingspensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2019)
| Inkomensschijf | Mannen | Vrouwen | Totaal | |||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | |
| < 500 | 3 192 | 235,40 EUR | 14 687 | 277,38 EUR | 17 879 | 269,88 EUR |
| 500 – 1 000 | 2 226 | 725,23 EUR | 21 294 | 759,79 EUR | 23 520 | 756,52 EUR |
| 1 000 – 1 500 | 1 330 | 1 212,27 EUR | 25 484 | 1 253,47 EUR | 26 814 | 1 251,42 EUR |
| 1 500 – 2 000 | 469 | 1 708,99 EUR | 18 145 | 1 716,76 EUR | 18 614 | 1 716,56 EUR |
| 2 000 – 2 500 | 273 | 2 182,77 EUR | 7 882 | 2 212,31 EUR | 8 155 | 2 211,32 EUR |
| 2 500 – 3 000 | 62 | 2 700,96 EUR | 4 360 | 2 726,81 EUR | 4 422 | 2 726,44 EUR |
| 3 000 – 3 500 | 16 | 3 239,64 EUR | 2 056 | 3 235,23 EUR | 2 072 | 3 235,27 EUR |
| 3 500 – 4 000 | 12 | 3 723,42 EUR | 1 156 | 3 726,44 EUR | 1 168 | 3 726,41 EUR |
| 4 000 – 4 500 | 1 | 4 045,07 EUR | 594 | 4 226,19 EUR | 595 | 4 225,88 EUR |
| 4 500 – 5 000 | 3 | 4 749,41 EUR | 493 | 4 712,40 EUR | 496 | 4 712,62 EUR |
| > 5 000 | 0 | 0,00 EUR | 0 | 0,00 EUR | 0 | 0,00 EUR |
Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering voor de periode 2015-2019
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering en per ingangsjaar voor de periode 2015-2019.
| Ingangsjaar | Reden van de pensionering | |||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Leeftijdsgrens | Vervroegd op aanvraag | Uitgesteld | Lichamelijke ongeschiktheid | Ambtshalve | Andere | |
| 2015 | 13,84 % | 66,24 % | 6,31 % | 13,34 % | 0,07 % | 0,21 % |
| 2016 | 15,59 % | 63,92 % | 6,56 % | 13,12 % | 0,15 % | 0,66 % |
| 2017 | 18,33 % | 57,54 % | 7,13 % | 14,60 % | 0,41 % | 1,98 % |
| 2018 | 16,42 % | 60,62 % | 8,60 % | 13,73 % | 0,21 % | 0,42 % |
| 2019 | 18,35 % | 54,82 % | 12,32 % | 13,93 % | 0,10 % | 0,47 % |
Redenen voor de pensionering:
- Pensioen wegens leeftijdsgrens: de ambtenaar heeft de leeftijd bereikt waarboven hij statutair niet meer in dienst kan blijven.
- Vervroegd pensioen: onder bepaalde voorwaarden kon de ambtenaar zijn pensioen vóór de wettelijke leeftijd opnemen. Deze voorwaarden zijn veranderd door de hervorming van 28.12.2011. Vóór de hervorming kon de ambtenaar die in 2012 de leeftijd van 60 jaar had bereikt en die minstens 5 jaar dienst had, waarvan minstens 1 dag aanneembare dienst na 31.12.1976, vervroegd met pensioen gaan. Raadpleeg de nieuwe voorwaarden na de hervorming op onze pagina Vervroegd pensioenOpent in een nieuw venster.
- Uitgesteld pensioen: de ambtenaar die zijn loopbaan bij de overheid stopgezet heeft om een andere activiteit uit te oefenen en die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn overheidspensioen aanvraagt.
- Pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid: de ambtenaar die door de medische dienst tijdelijk of definitief als ongeschikt beschouwd wordt.
- Ambtshalve: de ambtenaar die vanaf de leeftijd van 60 jaar meer dan 365 dagen afwezig is wegens ziekte.
Procentuele verdeling van nieuwe rustpensioenen voor ambtenaren volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling voor de periode 2015-2019
De volgende tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen (inclusief arbeidsongeschiktheid) volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling en per ingangsjaar voor de periode 2015-2019.
| Ingangsjaar rustpensioen | Leeftijdsvoorwaarden oppensioenstelling | |||||||
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| < 60 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | > 65 | |
| 2015 | 22,22 % | 48,22 % | 6,63 % | 4,98 % | 3,38 % | 2,48 % | 10,91 % | 1,17 % |
| 2016 | 23,00 % | 41,63 % | 8,94 % | 7,07 % | 3,64 % | 2,55 % | 11,49 % | 1,67 % |
| 2017 | 25,28 % | 32,12 % | 9,85 % | 9,76 % | 3,97 % | 3,03 % | 13,00 % | 2,99 % |
| 2018 | 21,67 % | 27,87 % | 18,85 % | 8,21 % | 4,44 % | 2,83 % | 14,44 % | 1,69 % |
| 2019 | 21,19 % | 20,30 % | 16,39 % | 12,60 % | 6,69 % | 3,54 % | 16,78 % | 2,51 % |

We stellen vast dat voor de periode 2015-2019 de pensioenleeftijd jaarlijks opgetrokken wordt als gevolg van de nieuwe pensioenhervorming, behalve voor de pensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid.
De oppensioenstelling voor de leeftijd van 60 jaar is mogelijk:
- wegens definitieve lichamelijke ongeschiktheid (beslissing van MEDEXOpent in een nieuw venster);
- overeenkomstig de preferentiële voorwaarden van de pensioengerechtigde leeftijd in bepaalde sectoren.