Ga naar hoofdinhoud

Pensioenstatistieken 2020

 

Hieronder geven we u een overzicht van de belangrijkste pensioenstatistieken. Onze statistieken zijn momenteel nog opgesplitst in 2 delen:

 

Pensioenstatistieken werknemers en zelfstandigen

Globaal overzicht van de uitkeringsgerechtigden en de maandelijkse uitgaven

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden

Evolutie van het aantal pensioengerechtigden

 

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan

Verdeling van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan

Van de pensioengerechtigden die door de Pensioendienst betaald werden, ontving 64,54 % een pensioen op basis van een "zuivere" loopbaan (werknemer of zelfstandige). 35,46 % ontving dus een pensioen op basis van een "gemengde loopbaan". Dat wil zeggen dat ze actief waren in minstens 2 van de 3 algemene pensioenstelsels.

Verdeling volgens loopbaantype

 

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan

Het totale aantal gepensioneerden met een zuivere werknemersloopbaan steeg tussen 2016 en 2020 met 8,73 % en het aantal gemengde loopbanen steeg met 10,55 %. Het aantal gepensioneerden dat alleen als zelfstandige werkte, daalde in dezelfde periode met 8,36 %. Deze tendens doet zich zowel bij de mannen als bij de vrouwen voor.

Geslacht Stelsel Jaar (op 1 januari)
2016 2017 2018 2019 2020
Vrouwen zuiver werknemers 636 299 647 770 661 372 678 890 694 911
zuiver zelfstandigen 50 853 49 783 48 641 47 406 45 701
gemengd 358 643 363 035 377 919 387 410 389 567
Mannen zuiver werknemers 575 899 582 701 593 415 608 278 623 121
zuiver zelfstandigen 51 285 50 111 49 451 48 877 47 901
gemengd 342 927 349 346 367 399 379 897 386 019
Eindtotaal 2 015 906 2 042 746 2 098 197 2 150 758 2 187 220

 

Evolutie van het aantal pensioengerechtigden per geslacht en per loopbaantype

 

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens type pensioen

Verdeling van het aantal pensioengerechtigden volgens type pensioen

Op 1 januari 2020 ontving 59,87 % van de vrouwen en 72,10 % van de mannen een eigen rustpensioen als alleenstaande. Slechts 0,20 % van de vrouwen tegenover 25,96 % van de mannen heeft een pensioen als gezin, dit wil zeggen voor beide partners van het koppel samen (omdat het eigen rustpensioen van de huwelijkspartner te laag of onbestaande is). De anderen ontvangen een overlevingspensioen, eventueel gecumuleerd met een eigen rustpensioen.

Het aantal personen dat een overgangsuitkering ontvangt, blijft gering omdat deze uitkering specifiek en tijdelijk is.

Verdeling volgens type pensioen

 

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen

In deze evolutie is de groei van de deelname van de vrouwen aan de arbeidsmarkt te zien, aan de hand van verschillende parameters:

  • een vermindering van het aantal gezinspensioenen bij de mannen (-10,22 % tussen 2016 en 2020);
  • een verhoging van het aantal "alleenstaande" pensioenen (+17,88 % bij de mannen en +20,48 % bij de vrouwen);
  • een vermindering van het aantal overlevingspensioenen bij de vrouwen (-16,84 %).

 

geslacht stelsel jaar
2016 2017 2018 2019 2020
Vrouwen Rust - Gezin 1 636 1 790 1 925 2 132 2 239
Rust - Alleenstaande 561 607 582 863 617 538 650 023 676 644
Rust & Overleving 279 678 280 621 281 171 282 383 281 922
Overleving 202 373 194 317 186 259 178 096 168 288
Overgangsuitkering 501 997 1 039 1 072 1 086
Mannen Rust - Gezin 305 625 298 372 290 947 283 589 274 396
Rust - Alleenstaande 646 545 665 350 700 182 733 682 762 178
Rust & Overleving 14 414 14 783 15 426 16 020 16 701
Overleving 3 460 3 523 3 571 3 600 3 587
Overgangsuitkering 67 130 139 161 179

 

Evolutie van het aantal gerechtigden per geslacht en per type pensioen

 

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens verblijfplaats

Op 1 januari 2020 was 90,79 % van de pensioengerechtigden die betaald werden door de Federale Pensioendienst, gedomicilieerd in België en slechts 9,21 % verbleef in het buitenland. Deze verdeling blijft nagenoeg stabiel in de tijd.

Verdeling volgens verblijfplaats

 

In Frankrijk en Italië tellen we het grootste aantal gepensioneerden (werknemers- en zelfstandigenstelsel) die buiten België verblijven. Daarna volgen Spanje en Nederland. Als we de analyse beperken tot de gepensioneerden die buiten Europa verblijven, tellen we het grootste aantal gepensioneerden in Turkije en Marokko, gevolgd door Canada en de Verenigde Staten.

rangschikking continent land aantal
1 EU FRANKRIJK 55 106
2 EU ITALIE 29 901
3 EU SPANJE 24 261
4 EU NEDERLAND 23 221
5 EU DUITSLAND 12 118
6 EU GROOT-BRITTANIE 4 804
7 EU GRIEKENLAND 4 361
8 EU GH LUXEMBURG 3 804
9 EU PORTUGAL 3 738
10 EU POLEN 1 270

 

rangschikking continent land aantal
1 buiten EU TURKIJE 6 456
2 buiten EU MAROKKO 5 653
3 buiten EU CANADA 4 123
4 buiten EU VERENIGDE STATEN 3 491
5 buiten EU ZWITSERLAND 2 700

 

Verdeling en evolutie van de nieuw gestorte uitkeringen in 2020

In 2020 heeft de Federale Pensioendienst 197 983 nieuwe uitkeringen uitbetaald. Dat zijn er 8 260 meer dan in 2019. Het gaat om nieuwe voordelen die in 2020 ingegaan zijn en die in betaling waren op 1 januari van het volgende jaar.

Verdeling van de nieuw gestorte uitkeringen in 2020

De nieuwe uitkeringen betaald in 2020 zijn voornamelijk werknemerspensioenen (77,39 %) in vergelijking met slechts 18,03 % zelfstandigenpensioenen en 4,58 % IGO-uitkeringen.

Verdeling van de nieuwe uitkeringen

 

Evolutie van de nieuw gestorte uitkeringen in 2020

Tussen 2016 en 2020 steeg het aantal nieuwe rustpensioenen voor de vrouwen en de mannen met respectievelijk 15,29 % en 10,56 %. De tendens is positief voor de vrouwen voor de overlevingspensioenen (+8,74 %) en quasi nul voor de IGO-uitkeringen (-0,15 %). Voor dezelfde periode stellen we ook bij de mannen een sterke toename vast van het aantal overlevingspensioenen (+22,12 %) en een stijging van het aantal IGO-uitkeringen (+8,63 %).

Jaar Vrouwen Mannen
rust overleving IGO rust overleving IGO
2016 65 596 26 397 5 504 74 250 2 039 3 289
2017 69 409 26 217 5 621 77 604 2 106 3 477
2018 73 307 26 365 5 296 81 966 2 209 3 250
2019 70 677 25 227 5 505 82 749 2 201 3 364
2020 75 627 28 703 5 496 82 094 2 490 3 573

 

Evolutie van de nieuwe uitkeringen

 

Verdeling en evolutie volgens leeftijd op moment van pensionering

De volgende tabel geeft de voorwaarden weer voor toegang tot het vervroegd pensioen. Voor de hervormingen in 2011 en 2015 golden er overgangsmaatregelen.

Voorwaarden normale loopbaan voor de toegang tot het vervroegd pensioen
Jaar Voorwaarden
Minimumleeftijd Minimumloopbaan
2013 60 jaar en 6 maanden 38 jaar
2014 61 jaar 39 jaar
2015 61 jaar en 6 maanden 40 jaar
2016 62 jaar 40 jaar
2017 62 jaar en 6 maanden 41 jaar
2018 63 jaar 41 jaar
2019 63 jaar 42 jaar
2020 63 jaar 42 jaar

 

Voorwaarden lange loopbaan voor de toegang tot het vervroegd pensioen
Jaar Voorwaarden
Minimumleeftijd Minimumloopbaan
2013 60 jaar 40 jaar
2014 60 jaar 40 jaar
2015 60 jaar 41 jaar
2016 60 jaar 42 jaar
61 jaar 41 jaar
2017 60 jaar 43 jaar
61 jaar 42 jaar
2018 60 jaar 43 jaar
61 jaar 42 jaar
2019 60 jaar 44 jaar
61 jaar 43 jaar
2020 60 jaar 44 jaar
61 jaar 43 jaar

 

Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse van toepassing?

De gepensioneerden:

  • die hun rustpensioen opgenomen hebben in de pensioenregeling voor werknemers en/of zelfstandigen;
  • en van wie het rustpensioen betaald werd op 1 januari van het jaar volgend op de ingangsdatum.

 

Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse niet van toepassing?

De gepensioneerden die:

  • een pensioen ontvangen in een speciaal stelsel;
  • een buitenlands pensioen ontvangen;
  • een pensioen ten laste van de openbare sector ontvangen;
  • een pensioen van uit de echtgescheiden huwelijkspartner ontvangen.

 

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan werknemers)

Jaar Leeftijd op de ingangsdatum
60 61 62 63 64 65 66 en +
2016 16,85 % 5,06 % 5,73 % 3,05 % 1,78 % 62,93 % 4,59 %
2017 15,12 % 5,91 % 7,90 % 3,54 % 1,93 % 60,96 % 4,65 %
2018 17,89 % 9,42 % 5,71 % 3,74 % 2,06 % 56,71 % 4,47 %
2019 13,06 % 9,60 % 8,86 % 7,39 % 4,26 % 52,50 % 4,33 %
2020 14,36 % 12,52 % 6,48 % 6,32 % 2,62 % 52,56 % 5,13 %

 

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van de pensionering zuivere loopbaan werknemers

 

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan zelfstandigen)

Jaar leeftijd op de ingangsdatum
60 61 62 63 64 65 66 en +
2016 2,46 % 3,03 % 5,08 % 2,85 % 5,79 % 65,81 % 14,99 %
2017 0,74 % 4,44 % 6,25 % 3,69 % 5,45 % 64,62 % 14,80 %
2018 1,23 % 7,96 % 5,08 % 4,07 % 5,82 % 62,33 % 13,51 %
2019 0,04 % 4,20 % 4,38 % 5,73 % 5,62 % 65,66 % 14,38 %
2020 0,16 % 4,35 % 5,47 % 5,04 % 4,81 % 64,47 % 15,71 %

 

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering zuivere loopbaan zelfstandigen

 

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (gemengde loopbaan werknemers + zelfstandigen)

Jaar leeftijd op de ingangsdatum
60 61 62 63 64 65 66 en ouder
2016 4,28 % 6,71 % 9,56 % 5,14 % 3,72 % 59,42 % 3,01 %
2017 10,78 % 7,17 % 11,97 % 6,41 % 4,02 % 56,82 % 2,83 %
2018 12,89 % 11,54 % 8,55 % 6,51 % 4,42 % 53,42 % 2,66 %
2019 8,59 % 8,30 % 9,42 % 9,10 % 4,94 % 56,91 % 2,75 %
2020 8,14 % 11,69 % 7,56 % 9,08 % 4,30 % 56,13 % 3,11 %

 

Grafische weergave van de tabel hierboven

 

Pensioenstatistieken ambtenaren

De hier vermelde pensioenstatistieken hebben betrekking op alle rust- en overlevingspensioenen die de Federale Pensioendienst beheert en betaalt.

Totaalaantal en stijging van het aantal pensioenen

Totaalaantal rust- en overlevingspensioenen

De grafieken tonen de evolutie van het aantal pensioenen voor de periode 2016-2020.

In de periode 2016-2020 steeg het aantal rustpensioenen van 419 905 naar 450 200. Het aantal overlevingspensioenen steeg van 91 855 naar 91 712.

Op 1 januari 2020 beheerden we 541 912 ambtenarenpensioenen: 450 200 rustpensioenen en 91 712 overlevingspensioenen.

Aantal rustpensioenen

 

Aantal overlevingspensioen

 

Aantal rust- en overlevingspensioenen

 

Evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen

De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Het gaat om de nieuwe pensioenen die geregistreerd zijn in de periode 2016-2020 en waarvoor de FPD een betaling uitgevoerd heeft.

Het aantal nieuwe rustpensioenen (RP) ging van 21 236 in 2016 naar 20 213 in 2020. Deze daling ten opzichte van 2016 is te wijten aan de gevolgen van de hervorming van de ambtenarenpensioenen. Het aantal nieuwe overlevingspensioenen (OP) ging van 6 063 in 2016 naar 6 552 in 2020.

In 2020 kenden we 26 765 nieuwe pensioenen toe: 20 213 rustpensioenen en 6 552 overlevingspensioenen.

In 2020 was er een daling van het aantal nieuwe pensioendossiers (RP en OP) ten opzichte van 2016 door de hervorming van de ambtenarenpensioenen.

Aantal nieuwe rustpensioenen

 

Aantal nieuwe overlevingspensioenen

 

Aantal nieuwe rust- en overlevingspensioenen

 

De evolutie in de tijd van het aantal ambtenarenpensioenen is het gevolg van:

  • een aanwervingsbeleid van verschillende autoriteiten op een gegeven moment;
  • de hervorming van de ambtenarenpensioenen;
  • demografische factoren (leeftijdspiramide, levensverwachting, sterftecijfer).

De uitzonderlijke pieken kunnen ook te wijten zijn aan het feit dat pensioenen voor het eerst door ons beheerd worden (overname van pensioenen door de FPD).
Sinds 2015 zijn de gevolgen van de nieuwe pensioenhervormingen voor ambtenaren voelbaar. Deze hervormingen droegen bij tot een daling van het aantal nieuwe pensioenaanvragen in vergelijking met de voorgaande jaren.

 

Totale pensioenuitgaven

Evolutie van de jaarlijkse pensioenuitgaven

De volgende grafieken geven een beeld van de evolutie van de jaarlijkse uitgaven voor rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Omwille van de coherentie met de voorbije jaren bevatten deze cijfers geen cijfers van HR Rail.

Deze grafieken tonen, voor de periode 2016-2020, een normale toename van de uitgaven voor de pensioenen in de openbare sector in functie van de evolutie van het aantal pensioenen, van de indexering en van de tweejaarlijkse perequatie:

  • rustpensioenen: van 12 217 523 856 EUR naar 13 957 046 012 EUR;
  • overlevingspensioenen: van 1 416 585 948 EUR naar 1 435 628 686 EUR.

Voor 2020 bedragen de uitgaven voor de pensioenen in de openbare sector die de Federale Pensioendienst beheert en betaalt dus 15 392 674 698 EUR.

jaarlijkse uitgaven rustpensioenen

 

jaarlijkse uitgaven overlevingspensioenen

 

jaarlijkse uitgaven rust- en overlevingspensioenen

 

De stijging van de jaarlijkse pensioenuitgaven komt vooral door de groei van het totale aantal pensioenen en van het daaraan verbonden inkomen. Andere belangrijke factoren zijn:

  • de indexering (aanpassing aan de stijging van de consumptieprijzen);
  • de tweejaarlijkse perequatie (aanpassing aan de stijging van de bezoldiging buiten de index).

In 2020 zijn de pensioenuitgaven gestegen met 2,67 % ten opzichte van 2019.

Het effect van de hervorming zal waarschijnlijk op langere termijn bepalend zijn. Ter herinnering: de hervorming bevat 4 maatregelen die de jaarlijkse pensioenuitgaven moeten doen dalen of op zijn minst het aantal vervroegde pensioenen moeten inperken:

  • verhoging van de minimumleeftijd en de minimale duur van de loopbaan om van een vervroegd rustpensioen te kunnen genieten;
  • vanaf 1 januari 2012 kan in de pensioenberekening geen voordeligere loopbaanbreuk meer toegekend worden dan 1/48, én er moet rekening gehouden worden met een progressieve vermindering van de duur van de diplomabonificatie voor de bepaling van de pensioendatum;
  • hertekening van de gelijkstellingen voor loopbaanonderbrekingen, de vierdagenweek en halftijds werken voor de perioden vanaf 1 januari 2012.
  • vervanging van de refertewedde van de laatste 5 dienstjaren in de pensioenberekening door een gemiddelde wedde van de laatste 10 dienstjaren.

 

Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag volgens inkomensschijf

De volgende tabellen geven, per inkomensschijf en volgens geslacht, een overzicht van het gemiddeld maandelijks brutopensioenbedrag voor de rust- en overlevingspensioenen en van het aantal uitbetaalde pensioenen.

Aantal rustpensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2020)

Inkomensschijf Mannen Vrouwen Totaal
Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag
< 500 12 022 265,17 EUR 8 451 324,08 EUR 20 473 289,49 EUR
500 – 1 000 12 664 749,61 EUR 18 102 758,51 EUR 30 766 754,85 EUR
1 000 – 1 500 21 095 1 294,74 EUR 23 037 1 267,29 EUR 44 132 1 280,41 EUR
1 500 – 2 000 36 246 1 774,25 EUR 26 048 1 757,91 EUR 62 294 1 767,41 EUR
2 000 – 2 500 54 066 2 221,68 EUR 28 551 2 250,70 EUR 82 617 2 231,71 EUR
2 500 – 3 000 51 154 2 759,22 EUR 36 148 2 759,72 EUR 87 302 2 759,43 EUR
3 000 – 3 500 38 166 3 217,91 EUR 43 302 3 216,79 EUR 81 468 3 217,32 EUR
3 500 – 4 000 18 732 3 741,40 EUR 11 542 3 729,44 EUR 30 274 3 736,84 EUR
4 000 – 4 500 14 542 4 210,12 EUR 7 115 4 188,55 EUR 21 657 4 203,03 EUR
4 500 – 5 000 7 229 4 736,12 EUR 1 630 4 739,40 EUR 8 859 5 873,60 EUR
> 5 000 13 491 5 872,51 EUR 1 914 5 881,30 EUR 15 405 5 873,60 EUR

 

Aantal overlevingspensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2020)

Inkomensschijf Mannen Vrouwen Totaal
Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag Aantal pensioenen Gemiddeld bedrag
<=500 3 463 238,35 EUR 15 274 275,93 EUR 18 737 268,98 EUR
500 – 1 000 2 328 724,51 EUR 21 281 757,82 EUR 23 609 754,53 EUR
1 000 – 1 500 1 386 1 209,33 EUR 24 819 1 253,17 EUR 26 205 1 250,85 EUR
1 500 – 2 000 470 1 708,61 EUR 17 614 1 718,31 EUR 18 084 1 718,06 EUR
2 000 – 2 500 261 2 176,36 EUR 7 795 2 212,49 EUR 8 056 2 211,32 EUR
2 500 – 3 000 68 2 696,05 EUR 4 253 2 725,83 EUR 4 321 2 725,36 EUR
3 000 – 3 500 16 3 223,99 EUR 2 025 3 236,83 EUR 2 041 3 236,73 EUR
3 500 – 4 000 12 3 720,36 EUR 1 128 3 724,07 EUR 1 140 3 724,03 EUR
4 000 – 4 500 2 4 226,84 EUR 571 4 224,76 EUR 573 4 224,76 EUR
4 500 – 5 000 3 4 749,41 EUR 488 4 711,75 EUR 491 4 711,98 EUR
> 5 000 0 0,00 EUR 0 0,00 EUR 0 0,00 EUR

 

Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de reden van pensionering voor de periode 2016-2020

De onderstaande tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering en per ingangsjaar (zonder HR Rail) voor de periode 2016-2020.

Ingangsjaar Reden van de pensionering
Leeftijdsgrens Vervroegd op aanvraag Uitgesteld Lichamelijke ongeschiktheid Ambtshalve Andere
2016 15,59 % 63,92 % 6,56 % 13,12 % 0,15 % 0,66 %
2017 18,33 % 57,54 % 7,13 % 14,60 % 0,41 % 1,98 %
2018 16,42 % 60,62 % 8,60 % 13,73 % 0,21 % 0,42 %
2019 18,35 % 54,82 % 12,32 % 13,93 % 0,10 % 0,47 %
2020 17,14 % 55,52 % 16,48 % 8,46 % 0,06 % 2,34 %

Reden van de pensionering:

  • Pensioen wegens leeftijdsgrens: de ambtenaar heeft de leeftijd bereikt waarboven hij statutair niet meer in dienst kan blijven;
  • Vervroegd pensioen: onder bepaalde voorwaarden kon de ambtenaar zijn pensioen vóór de wettelijke leeftijd opnemen. Deze voorwaarden zijn veranderd door de hervorming van 28.12.2011. Vóór de hervorming kon de ambtenaar die in 2012 de leeftijd van 60 jaar had bereikt en die minstens 5 jaar dienst had, waarvan minstens 1 dag aanneembare dienst na 31.12.1976, vervroegd met pensioen gaan. Raadpleeg de nieuwe voorwaarden na de hervorming in de onderstaande tabel 'Schematisch overzicht van de huidige voorwaarden voor het vervroegd pensioen volgens de nieuwe hervorming' of op onze pagina Vervroegd pensioenOpent in een nieuw venster.
  • Uitgesteld pensioen: de ambtenaar die zijn loopbaan bij de overheid stopgezet heeft om een andere activiteit uit te oefenen en die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn overheidspensioen aanvraagt;
  • Pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid: de ambtenaar die door de medische dienst tijdelijk of definitief als ongeschikt beschouwd wordt;
  • Ambtshalve: de ambtenaar die vanaf de leeftijd van 60 jaar (of 63 jaar na de hervorming) meer dan 365 dagen afwezig is wegens ziekte.

 

Schematisch overzicht van de huidige voorwaarden voor het vervroegd pensioen volgens de nieuwe hervorming

Schematisch overzicht huidige voorwaarden vervroegd pensioen volgens nieuwe hervorming
 

Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling voor de periode 2016-2020

De volgende tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen (inclusief arbeidsongeschiktheid) volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling en per ingangsjaar voor de periode 2016-2020.

Ingangsjaar rustpensioen Leeftijdsvoorwaarden oppensioenstelling
< 60 60 61 62 63 64 65 > 65
2016 23,00 % 41,63 % 8,94 % 7,07 % 3,64 % 2,55 % 11,49 % 1,67 %
2017 25,28 % 32,12 % 9,85 % 9,76 % 3,97 % 3,03 % 13,00 % 2,99 %
2018 21,67 % 27,87 % 18,85 % 8,21 % 4,44 % 2,83 % 14,44 % 1,69 %
2019 21,19 % 20,30 % 16,39 % 12,60 % 6,69 % 3,54 % 16,78 % 2,51 %
2020 14,73 % 17,97 % 22,51 % 13,47 % 7,84 % 3,67 % 17,71 % 2,11 %

We stellen vast dat, voor de periode 2016-2020, de pensioenleeftijd jaarlijks opgetrokken wordt als gevolg van de nieuwe pensioenhervorming, behalve voor de pensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid.De oppensioenstelling vóór de leeftijd van 60 jaar is mogelijk:

  • wegens definitieve lichamelijke ongeschiktheid (beslissing van MEDEXOpent in een nieuw venster);
  • overeenkomstig de preferentiële voorwaarden van de pensioengerechtigde leeftijd in bepaalde sectoren.