Pensioenstatistieken 2021
Hieronder geven we u een overzicht van de belangrijkste pensioenstatistieken voor 2021. Onze statistieken zijn momenteel nog opgesplitst in 2 delen:
Pensioenstatistieken werknemers en zelfstandigen
- Globaal overzicht van de uitkeringsgerechtigden en de maandelijkse uitgaven
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen
- Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens verblijfplaats
- Verdeling en evolutie van de nieuwe gestorte uitkeringen in 2021
- Verdeling en evolutie volgens leeftijd op moment van pensionering
Globaal overzicht van de uitkeringsgerechtigden en de maandelijkse uitgaven
Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden
Op 1 januari 2021 betaalde de Pensioendienst aan 2 226 108 gerechtigden een pensioenuitkering (overgangsuitkering inbegrepen), wat 8,98 % meer is dan op 1 januari 2017. Dit aantal neemt elk jaar toe.

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Verdeling van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Van de pensioengerechtigden die door de Pensioendienst betaald werden, ontving 59,63 % een pensioen op basis van een 'zuivere" loopbaan (werknemer of zelfstandige). 36,29 % ontving dus een pensioen op basis van een "gemengde loopbaan”. Dat wil zeggen dat ze actief waren in minstens 2 van de 3 algemene pensioenstelsels.

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type loopbaan
Het totale aantal gepensioneerden met een zuivere werknemersloopbaan steeg tussen 2017 en 2021 met 7,88 % en het aantal gemengde loopbanen steeg met 13,40 %. Het aantal gepensioneerden dat alleen als zelfstandige werkte, daalde in dezelfde periode met 9,08 %. Deze tendens doet zich zowel bij de mannen als bij de vrouwen voor.
| Geslacht | Stelsel | Jaar (op 1 januari) | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | ||
| Vrouwen | zuiver werknemers | 647 770 | 661 372 | 678 890 | 694 911 | 701 636 |
| zuiver zelfstandigen | 49 783 | 48 641 | 47 406 | 45 701 | 43 892 | |
| gemengd | 363 035 | 377 919 | 387 410 | 389 567 | 405 706 | |
| Mannen | zuiver werknemers | 582 701 | 593 415 | 608 278 | 623 121 | 625 833 |
| zuiver zelfstandigen | 50 111 | 49 451 | 48 877 | 47 901 | 46 93 | |
| gemengd | 349 346 | 367 399 | 379 897 | 386 019 | 402 110 | |
| Eindtotaal | 2 042 746 | 2 098 197 | 2 150 758 | 2 187 220 | 2 226 108 | |

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens type pensioen
Verdeling van het aantal pensioengerechtigden volgens type pensioen
Op 1 januari 2021 ontving 61,28 % van de vrouwen en 73,40 % van de mannen een eigen rustpensioen als alleenstaande. Slechts 0,21 % van de vrouwen tegenover 24,59 % van de mannen heeft een pensioen als gezin, dit wil zeggen voor beide partners van het koppel samen (omdat het eigen rustpensioen van de huwelijkspartner te laag of onbestaande is). De anderen ontvangen een overlevingspensioen, eventueel gecumuleerd met een eigen rustpensioen.
Het aantal personen dat een overgangsuitkering ontvangt, blijft gering omdat deze uitkering specifiek en tijdelijk is.

Evolutie van de pensioengerechtigden volgens het type pensioen
In deze evolutie is de groei van de deelname van de vrouwen aan de arbeidsmarkt te zien, aan de hand van verschillende parameters:
- een vermindering van het aantal gezinspensioenen bij de mannen (-11,43 % tussen 2017 en 2021);
- een verhoging van het aantal 'alleenstaande' pensioenen (+18,59 % bij de mannen en
+21,03 % bij de vrouwen); - een vermindering van het aantal overlevingspensioenen bij de vrouwen (-17,18 %).
| Geslacht | Stelsel | Jaar | ||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| 2017 | 2018 | 2019 | 2020 | 2021 | ||
| Vrouwen | Rust- Gezin | 1 790 | 1 925 | 2 132 | 2 239 | 2 445 |
| Rust-Alleenstaande | 582 863 | 617 538 | 650 023 | 676 644 | 705 428 | |
| Rust & Overleving | 280 621 | 281 171 | 282 383 | 281 922 | 281 255 | |
| Overleving | 194 317 | 186 259 | 178 096 | 168 288 | 160 934 | |
| Overgangsuitkering | 997 | 1 039 | 1 072 | 1 086 | 1 172 | |
| Mannen | Rust- Gezin | 298 372 | 290 947 | 283 589 | 274 396 | 264 281 |
| Rust-Alleenstaande | 665 350 | 700 182 | 733 682 | 762 178 | 789 009 | |
| Rust & Overleving | 14 783 | 15 426 | 16 020 | 16 701 | 17 733 | |
| Overleving | 3 523 | 3 571 | 3 600 | 3 587 | 3 685 | |
| Overgangsuitkering | 130 | 139 | 161 | 179 | 166 | |

Verdeling en evolutie van de pensioengerechtigden volgens verblijfplaats
Op 1 januari 2021 was 90,78 % van de pensioengerechtigden die betaald werden door de Federale Pensioendienst, gedomicilieerd in België en slechts 9,22 % verbleef in het buitenland. Deze verdeling blijft nagenoeg stabiel in de tijd.

In Frankrijk en Italië tellen we het grootste aantal gepensioneerden (werknemers- en zelfstandigenstelsel) die buiten België verblijven. Daarna volgen Spanje en Nederland. Als we de analyse beperken tot de gepensioneerden die buiten Europa verblijven, tellen we het grootste aantal gepensioneerden in Turkije en Marokko, gevolgd door Groot-Brittannië, Canada en de Verenigde Staten.
| rangschikking | continent | land | aantal |
| 1 | EU | FRANKRIJK | 57 500 |
| 2 | EU | ITALIE | 29 176 |
| 3 | EU | SPANJE | 24 497 |
| 4 | EU | NEDERLAND | 23 660 |
| 5 | EU | DUITSLAND | 12 387 |
| 6 | EU | GRIEKENLAND | 4 218 |
| 7 | EU | PORTUGAL | 4 015 |
| 8 | EU | GH LUXEMBURG | 3 860 |
| 9 | EU | POLEN | 1 546 |
| 10 | EU | ZWEDEN | 1 091 |
| rangschikking | continent | land | aantal |
| 1 | buiten EU | TURKIJE | 6 589 |
| 2 | buiten EU | MAROKKO | 5 823 |
| 3 | buiten EU | GROOT-BRITTANNIE | 4 878 |
| 4 | buiten EU | CANADA | 3 951 |
| 5 | buiten EU | VERENIGDE STATEN | 3 386 |
Verdeling en evolutie van de nieuw gestorte uitkeringen in 2021
In 2021 heeft de Federale Pensioendienst 201 570 nieuwe uitkeringen uitbetaald. Dat zijn er 3 587 meer dan in 2020. Het gaat om nieuwe voordelen die in 2021 ingegaan zijn en die in betaling waren op 1 januari van het volgende jaar.
Verdeling van de nieuw gestorte uitkeringen in 2021
De nieuwe uitkeringen betaald in 2021, zijn voornamelijk werknemerspensioenen (77,19 %) in vergelijking met slechts 18,25 % zelfstandigenpensioenen en 4,56 % IGO-uitkeringen.

Evolutie van de nieuw gestorte uitkeringen in 2021
Tussen 2017 en 2021 steeg het aantal nieuwe rustpensioenen voor de vrouwen en de mannen met respectievelijk 12,94 % en 9,35 %. De tendens is positief voor de vrouwen voor de overlevingspensioenen (+1,66 %) en negatief voor de IGO-uitkeringen (-2,47 %). Voor dezelfde periode stellen we bij de mannen een toename vast van het aantal overlevingspensioenen (+17,71 %) en een stijging van het aantal IGO-uitkeringen (+6,64 %).

Verdeling en evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering
De volgende tabel geeft de voorwaarden weer voor toegang tot het vervroegd pensioen. Voor de hervormingen in 2011 en 2015 golden er overgangsmaatregelen.
| 'normale' loopbanen | 'lange' loopbanen | |||
| Minimumleeftijd | Minimumloopbaan | Minimumleeftijd | Minimumloopbaan | |
| in 2013 | 60 jaar en 6 maanden | 38 jaar | 60 jaar | 40 jaar |
| in 2014 | 61 jaar | 39 jaar | 60 jaar | 40 jaar |
| in 2015 | 61 jaar en 6 maanden | 40 jaar | 60 jaar | 41 jaar |
| in 2016 | 62 jaar | 40 jaar |
60 jaar 61 jaar |
42 jaar 41 jaar |
| in 2017 | 62 jaar en 6 maanden | 41 jaar |
60 jaar 61 jaar |
43 jaar 42 jaar |
| in 2018 | 63 jaar | 41 jaar |
60 jaar 61 jaar |
43 jaar 42 jaar |
| in 2019 | 63 jaar | 42 jaar |
60 jaar 61 jaar |
44 jaar 43 jaar |
| in 2020 | 63 jaar | 42 jaar |
60 jaar 61 jaar |
44 jaar 43 jaar |
| in 2021 | 63 jaar | 42 jaar |
60 jaar 61 jaar |
44 jaar 43 jaar |
Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse van toepassing?
De gepensioneerden:
- die hun rustpensioen opgenomen hebben in de pensioenregeling voor werknemers en/of zelfstandigen;
- en van wie het rustpensioen betaald werd op 1 januari van het jaar volgend op de ingangsdatum.
Op welke gepensioneerden is deze specifieke analyse niet van toepassing?
De gepensioneerden die:
- een pensioen ontvangen in een speciaal stelsel;
- een buitenlands pensioen ontvangen;
- een pensioen ten laste van de openbare sector ontvangen;
- een pensioen van uit de echtgescheiden huwelijkspartner ontvangen.
Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan werknemers)
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en + | |
| 2017 | 15,12 % | 5,91 % | 7,90 % | 3,54 % | 1,93 % | 60,96 % | 4,65 % |
| 2018 | 17,89 % | 9,42 % | 5,71 % | 3,74 % | 2,06 % | 56,71 % | 4,47 % |
| 2019 | 13,06 % | 9,60 % | 8,86 % | 7,39 % | 4,26 % | 52,50 % | 4,33 % |
| 2020 | 14,36 % | 12,52 % | 6,48 % | 6,32 % | 2,62 % | 52,56 % | 5,13 % |
| 2021 | 12,10 % | 13,91 % | 6,87 % | 7,27 % | 2,48 % | 52,58 % | 4,79 % |

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (zuivere loopbaan zelfstandigen)
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en + | |
| 2017 | 0,74 % | 4,44 % | 6,25 % | 3,69 % | 5,45 % | 64,62 % | 14,80 % |
| 2018 | 1,23 % | 7,96 % | 5,08 % | 4,07 % | 5,82 % | 62,33 % | 13,51 % |
| 2019 | 0,04 % | 4,20 % | 4,38 % | 5,73 % | 5,62 % | 65,66 % | 14,38 % |
| 2020 | 0,16 % | 4,35 % | 5,47 % | 5,04 % | 4,81 % | 64,47 % | 15,71 % |
| 2021 | 0,25 % | 5,75 % | 5,47 % | 5,37 % | 4,16 % | 65,84 % | 13,16 % |

Evolutie volgens de leeftijd op het moment van pensionering (gemengde loopbaan werknemers
+ zelfstandigen)
| 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | 66 en + | |
| 2017 | 10,78 % | 7,17 % | 11,97 % | 6,41 % | 4,02 % | 56,82 % | 2,83 % |
| 2018 | 12,89 % | 11,54 % | 8,55 % | 6,51 % | 4,42 % | 53,42 % | 2,66 % |
| 2019 | 8,59 % | 8,30 % | 9,42 % | 9,10 % | 4,94 % | 56,91 % | 2,75 % |
| 2020 | 8,14 % | 11,69 % | 7,56 % | 9,08 % | 4,30 % | 56,13 % | 3,11 % |
| 2021 | 6,97 % | 11,68 % | 6,77 % | 8,86 % | 4,03 % | 58,90 % | 2,78 % |

Pensioenstatistieken ambtenaren
De hier vermelde pensioenstatistieken hebben betrekking op alle rust- en overlevingspensioenen die de Federale Pensioendienst beheert en betaalt.
- Totaalaantal en stijging van het aantal pensioenen
- Totale pensioenuitgaven
- Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag volgens inkomensschijf
- Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de reden van pensionering voor de periode 2017-2021
- Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling voor de periode 2017-2021
Totaalaantal en stijging van het aantal pensioenen
Totaalaantal rust- en overlevingspensioenen
De grafieken tonen de evolutie van het aantal pensioenen voor de periode 2017-2021.
In de periode 2017-2021 steeg het aantal rustpensioenen van 429 477 naar 455 582. Het aantal overlevingspensioenen daalde van 92 393 naar 91 214.
Op 1 januari 2021 beheerden we 546 696 ambtenarenpensioenen: 455 482 rustpensioenen en 91 214 overlevingspensioenen.



Evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen
De volgende grafieken tonen de evolutie van het aantal rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Het gaat om de nieuwe pensioenen die geregistreerd zijn in de periode 2017-2021 en waarvoor de FPD een betaling uitgevoerd heeft.
Het aantal nieuwe rustpensioenen (RP) ging van 19 127 in 2017 naar 22 136 in 2021. Het aantal nieuwe overlevingspensioenen (OP) ging van 5 966 in 2017 naar 6 256 in 2021.
In 2021 steeg het aantal nieuwe rustpensioenen met 9,51 % ten opzichte van 2020.
In 2021 kenden we 28 392 nieuwe pensioenen toe: 22 136 rustpensioenen en
6 256 overlevingspensioenen.



De evolutie in de tijd van het aantal ambtenarenpensioenen is het gevolg van:
- een aanwervingsbeleid van verschillende autoriteiten op een gegeven moment;
- de hervorming van de ambtenarenpensioenen;
- demografische factoren (leeftijdspiramide, levensverwachting, sterftecijfer).
De uitzonderlijke pieken kunnen ook te wijten zijn aan het feit dat pensioenen voor het eerst door ons beheerd worden (overname van pensioenen door de FPD). Sinds 2016 zijn de gevolgen van de nieuwe pensioenhervormingen voor ambtenaren voelbaar. Deze hervormingen droegen bij tot een daling van het aantal nieuwe pensioenaanvragen in vergelijking met de voorgaande jaren. In 2019 stelden we een sterke daling van het aantal nieuwe pensioenen vast.
Totale pensioenuitgaven
Evolutie van de jaarlijkse pensioenuitgaven
De volgende grafieken geven een beeld van de evolutie van de jaarlijkse uitgaven voor rust- en overlevingspensioenen voor ambtenaren. Omwille van de coherentie met de voorbije jaren bevatten deze cijfers geen cijfers van HR Rail.
Deze grafieken tonen, voor de periode 2017-2021, een normale toename van de uitgaven voor de pensioenen in de openbare sector in functie van de evolutie van het aantal pensioenen, van de indexering en van de tweejaarlijkse perequatie:
- rustpensioenen: van 12 727 614 637 euro naar 14 294 953 188 euro;
- overlevingspensioenen: van 1 428 922 007 euro naar 1 432 651 701 euro.
Voor 2021 bedragen de uitgaven voor de pensioenen in de openbare sector die de Federale Pensioendienst beheert en betaalt dus 15 727 604 889 euro.



De stijging van de jaarlijkse pensioenuitgaven komt vooral door de groei van het totale aantal pensioenen en van het daaraan verbonden inkomen. Andere belangrijke factoren zijn:
- de indexering (aanpassing aan de stijging van de consumptieprijzen);
- de tweejaarlijkse perequatie (aanpassing aan de stijging van de bezoldiging buiten de index).
In 2021 zijn de pensioenuitgaven gestegen met 2,18 % ten opzichte van 2020.
Het effect van de hervorming zal waarschijnlijk op langere termijn bepalend zijn. Ter herinnering: de hervorming bevat 4 maatregelen die de jaarlijkse pensioenuitgaven moeten doen dalen of op zijn minst het aantal vervroegde pensioenen moeten inperken:
- verhoging van de minimumleeftijd en de minimale duur van de loopbaan om van een vervroegd rustpensioen te kunnen genieten;
- vanaf 1 januari 2012 kan in de pensioenberekening geen voordeligere loopbaanbreuk meer toegekend worden dan 1/48, én er moet rekening gehouden worden met een progressieve vermindering van de duur van de diplomabonificatie voor de bepaling van de pensioendatum;
- hertekening van de gelijkstellingen voor loopbaanonderbrekingen, de vierdagenweek en halftijds werken voor de perioden vanaf 1 januari 2012.
- vervanging van de refertewedde van de laatste 5 dienstjaren in de pensioenberekening door een gemiddelde wedde van de laatste 10 dienstjaren.
Verdeling en gemiddeld pensioenbedrag volgens inkomensschijf
De volgende tabellen geven, per inkomensschijf en volgens geslacht, een overzicht van het gemiddeld maandelijks brutopensioenbedrag voor de rust- en overlevingspensioenen en van het aantal uitbetaalde pensioenen.
Aantal rustpensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2021)
| Rustpensioenen, met inbegrip van HR Rail - Situatie op 1 januari 2021 | ||||||
| MANNEN | VROUWEN | TOTAAL | ||||
| INKOMENSSCHIJF | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag |
| <=500 | 13 390 | 253,26 | 8 676 | 317,49 | 22 066 | 278,51 |
| 500 – 1 000 | 12 499 | 747,19 | 17 770 | 758,76 | 30 269 | 753,99 |
| 1 000 – 1 500 | 19 839 | 1 302,42 | 22 666 | 1 271,74 | 42 505 | 1 286,06 |
| 1 500 – 2 000 | 33 610 | 1 777,37 | 26 004 | 1 758,30 | 59 614 | 1 769,05 |
| 2 000 – 2 500 | 52 585 | 2 225,13 | 28 257 | 2 249,45 | 80 842 | 2 233,63 |
| 2 500 – 3 000 | 49 127 | 2 759,85 | 34 706 | 2 760,13 | 83 833 | 2 759,97 |
| 3 000 – 3 500 | 42 378 | 3 220,99 | 46 822 | 3 245,68 | 89 200 | 3 233,95 |
| 3 500 – 4 000 | 19 435 | 3 735,78 | 12 466 | 3 729,95 | 31 901 | 3 733,50 |
| 4 000 – 4 500 | 15 732 | 4 221,60 | 8 147 | 4 207,85 | 23 879 | 4 216,91 |
| 4 500 – 5 000 | 7 846 | 4 726,56 | 2 118 | 4 694,84 | 9 964 | 4 719,82 |
| >5 000 | 15 078 | 5 901,92 | 2 381 | 5 854,63 | 17 459 | 5 895,47 |
Aantal overlevingspensioenen en gemiddeld maandelijks brutobedrag (situatie op 1 januari 2021)
| Overlevingspensioenen, met inbegrip van HR Rail - Situatie op 1 januari 2020 | ||||||
| MANNEN | VROUWEN | TOTAAL | ||||
| INKOMENSSCHIJF | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag | Aantal pensioenen | Gemiddeld bedrag |
| <=500 | 3 566 | 237,20 | 15 430 | 275,48 | 18 996 | 268,29 |
| 500 – 1 000 | 2 423 | 721,89 | 20 697 | 756,61 | 23 120 | 752,97 |
| 1 000 – 1 500 | 1 441 | 1 209,96 | 23 806 | 1 257,17 | 25 247 | 1 254,47 |
| 1 500 – 2 000 | 496 | 1 714,09 | 17 117 | 1 721,34 | 17 613 | 1 721,13 |
| 2 000 – 2 500 | 266 | 2 192,90 | 8 320 | 2 211,93 | 8 586 | 2 211,34 |
| 2 500 – 3 000 | 79 | 2 699,87 | 4 242 | 2 735,11 | 4 321 | 2 734,46 |
| 3 000 – 3 500 | 20 | 3 251,22 | 2 051 | 3 228,06 | 2 071 | 3 228,28 |
| 3 500 – 4 000 | 12 | 3 713,31 | 1 255 | 3 721,51 | 1 267 | 3 721,44 |
| 4 000 – 4 500 | 3 | 4 055,61 | 562 | 4 213,41 | 565 | 4 212,57 |
| 4 500 – 5 000 | 3 | 4 844,40 | 584 | 4 758,38 | 587 | 4 758,82 |
| >5 000 | 0 | 0,00 | 0 | 0,00 | 0 | 0,00 |
Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de reden van pensionering voor de periode 2017-2021
De onderstaande tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de rustpensioenen voor ambtenaren volgens de reden van pensionering en per ingangsjaar (zonder HR Rail) voor de periode 2016-2020.
| Reden van de pensionering* | ||||||
| Ingangsjaar | Leeftijdsgrens | Vervroegd op aanvraag | Uitgesteld | Lichamelijke ongeschiktheid | Ambtshalve | Andere |
| 2017 | 18,33 % | 57,54 % | 7,13 % | 14,60 % | 0,41 % | 1,98 % |
| 2018 | 16,42 % | 60,62 % | 8,60 % | 13,73 % | 0,21 % | 0,42 % |
| 2019 | 18,35 % | 54,82 % | 12,32 % | 13,93 % | 0,10 % | 0,47 % |
| 2020 | 17,14 % | 55,52 % | 16,48 % | 8,46 % | 0,06 % | 2,34 % |
| 2021 | 16,51 % | 52,54 % | 17,04 % | 13,45 % | 0,06 % | 0,40 % |
Reden van de pensionering:
- Pensioen wegens leeftijdsgrens: de ambtenaar heeft de leeftijd bereikt waarboven die statutair niet meer in dienst kan blijven.
- Vervroegd pensioen: onder bepaalde voorwaarden kon de ambtenaar zijn pensioen vóór de wettelijke leeftijd opnemen. Deze voorwaarden zijn veranderd door de hervorming van 28.12.2011. Vóór de hervorming kon de ambtenaar die in 2012 de leeftijd van 60 jaar had bereikt en die minstens 5 jaar dienst had, waarvan minstens 1 dag aanneembare dienst na 31.12.1976, vervroegd met pensioen gaan. Raadpleeg de nieuwe voorwaarden na de hervorming in de onderstaande tabel ‘Schematisch overzicht van de huidige voorwaarden voor het vervroegd pensioen volgens de nieuwe hervorming’ of op onze pagina Vervroegd pensioen.
- Uitgesteld pensioen: de ambtenaar die zijn loopbaan bij de overheid stopgezet heeft om een andere activiteit uit te oefenen en die op de pensioengerechtigde leeftijd zijn overheidspensioen aanvraagt.
- Pensioen wegens lichamelijke ongeschiktheid: de ambtenaar die door de medische dienst tijdelijk of definitief als ongeschikt beschouwd wordt.
- Ambtshalve: de ambtenaar die vanaf de leeftijd van 60 jaar (of 63 jaar na de hervorming) meer dan 365 dagen afwezig is wegens ziekte.
Volgens de nieuwe pensioenhervorming:
Voor het recht op een vervroegd pensioen – tantième 1/60:
- wordt de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen op 60 jaar vanaf 2013 jaarlijks verhoogd met 6 maanden en bedraagt de minimumleeftijd voor het vervroegd pensioen vanaf 2018 dus 63 jaar.
- De minimale loopbaanduur wordt ook verlengd: terwijl deze in 2012 nog 5 jaar bedroeg in het ambtenarenstelsel, werd de minimale loopbaanduur aanzienlijk verlengd. Zo bedroeg deze 40 jaar in 2015 en 41 jaar in 2017, en bedraagt deze 42 jaar sinds 2019 (loopbaan in de openbare sector of gemengde loopbaan).
Schematisch overzicht van de huidige voorwaarden voor het vervroegd pensioen volgens de nieuwe hervorming:
| Algemene regel | Uitzondering lange loopbaan | |||
| Jaar | Minimumleeftijd | Minimumloopbaanduur | Loopbaan op 60 jaar | Loopbaan op 61 jaar |
| 2012 | 60 jaar | 5 jaar | ||
| 2013 | 60 jaar en 6 maanden | 38 jaar | 40 jaar | |
| 2014 | 61 jaar | 39 jaar | 40 jaar | |
| 2015 | 61 jaar en 6 maanden | 40 jaar | 41 jaar | |
| 2016 | 62 jaar | 40 jaar | 42 jaar | 41 jaar |
| 2017 | 62 jaar en 6 maanden | 41 jaar | 43 jaar | 42 jaar |
| 2018 | 63 jaar | 41 jaar | 43 jaar | 42 jaar |
| vanaf 2019 | 63 jaar | 42 jaar | 44 jaar | 43 jaar |
Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling (inclusief arbeidsongeschiktheid) voor de periode 2017-2021
De volgende tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen (inclusief arbeidsongeschiktheid) volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling en per ingangsjaar voor de periode 2017-2021.
| INGANGSJAAR RUSTPENSIOEN | Leeftijd oppensioenstelling | ||||||||
| < 60 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | >65 | ||
| 2017 | 25,28 % | 32,12 % | 9,85 % | 9,76 % | 3,97 % | 3,03 % | 13,00 % | 2,99 % | |
| 2018 | 21,67 % | 27,87 % | 18,85 % | 8,21 % | 4,44 % | 2,83 % | 14,44 % | 1,69 % | |
| 2019 | 21,19 % | 20,30 % | 16,39 % | 12,60 % | 6,69 % | 3,54 % | 16,78 % | 2,51 % | |
| 2020 | 14,73 % | 17,97 % | 22,51 % | 13,47 % | 7,84 % | 3,67 % | 17,71 % | 2,11 % | |
| 2021 | 16,49 % | 13,31 % | 20,01 % | 16,26 % | 10,27 % | 3,46 % | 18,44 % | 1,76 % | |
Procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling (exclusief arbeidsongeschiktheid) voor de periode 2017-2021
De volgende tabel geeft een overzicht van de procentuele verdeling van de nieuwe rustpensioenen (exclusief arbeidsongeschiktheid) volgens de leeftijd bij de oppensioenstelling en per ingangsjaar voor de periode 2017-2021.
| INGANGSJAAR RUSTPENSIOEN | Leeftijd oppensioenstelling | ||||||||
| < 60 | 60 | 61 | 62 | 63 | 64 | 65 | >65 | ||
| 2017 |
13,15 % |
37,25 % | 11,11 % | 11,46 % | 4,56 % | 3,51 % | 15,44 % | 3,52 % | |
| 2018 | 10,40 % | 31,58 % | 21,52 % | 9,33 % | 5,05 % | 3,18 % | 16,95 % | 1,97 % | |
| 2019 | 11,09 % | 22,17 % | 18,36 % | 14,27 % | 7,69 % | 3,88 % | 19,61 % | 2,93 % | |
| 2020 | 8,53 % | 18,79 % | 24,13 % | 14,56 % | 8,50 % | 3,69 % | 19,48 % | 2,32 % | |
| 2021 | 7,75 % | 13,73 % | 21,82 % | 18,12 % | 11,61 % | 3,65 % | 21,31 % | 2,00 % | |
We stellen vast dat, voor de periode 2017-2021, de pensioenleeftijd jaarlijks opgetrokken wordt als gevolg van de nieuwe pensioenhervorming, behalve voor de pensioenen wegens lichamelijke ongeschiktheid.
De oppensioenstelling vóór de leeftijd van 60 jaar is mogelijk:
- wegens definitieve lichamelijke ongeschiktheid (beslissing van MEDEXOpent in een nieuw venster);
- overeenkomstig de preferentiële voorwaarden van de pensioengerechtigde leeftijd in bepaalde sectoren.