Ga naar hoofdinhoud

Arbeidsongevallenrente (AOR)

De arbeidsongevallenrente is een uitkering die door de Pensioendienst wordt uitbetaald aan de personeelsleden van de federale, communautaire of regionale administraties die erkend zijn als slachtoffer van een arbeidsongeval of beroepsziekte.

De rente kan voortkomen uit een arbeidsongeval, een ongeval op weg van of naar het werk of een beroepsziekte.

 

Wie heeft recht op de arbeidsongevallenrente?

  • De personeelsleden (vastbenoemd, stagedoend, tijdelijk of hulppersoneel of personeel aangeworven met een arbeidsovereenkomst) van de federale, communautaire of regionale administraties die erkend zijn als slachtoffer van een arbeidsongeval of beroepsziekte.
  • Als het slachtoffer overlijdt: zijn of haar rechthebbenden:
    • langstlevende huwelijkspartner of wettelijk samenwonende die aan bepaalde voorwaarden voldoet;
    • kinderen;
    • verwanten (ouders, grootouders, broers en zussen die onder hetzelfde dak woonden).

 

Hoe een arbeidsongevallenrente aanvragen?

U (of uw rechthebbenden) moet het ongeval aangeven bij uw werkgever via het formulier arbeidsongeval - aangifteOpent in een nieuw venster.

 

Wat gebeurt er nadat ik mijn aangifte heb gedaan?

Uw werkgever erkent uw arbeidsongeval al dan niet.

  • Als uw werkgever het arbeidsongeval erkent:
    • Geeft hij de informatie door aan Medex, die overgaat tot uw medische expertise om het percentage gedeeltelijke blijvende arbeidsongeschiktheid te bepalen.
    • De conclusie van deze medische expertise wordt vervolgens meegedeeld aan uw werkgever.
    • Als een blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid wordt vastgelegd, zal uw werkgever u een voorstel voor een rente doen.
    • Als u dit voorstel voor de rente aanvaardt, wordt er een ministerieel besluit uitgevaardigd.
    • Het dossier wordt vervolgens door de werkgever naar de Federale Pensioendienst gestuurd, die na de nodige controles de rente in betaling zet. Vanaf het moment dat de Federale Pensioendienst het dossier heeft ontvangen, moet u een termijn van ongeveer 4 maanden rekenen voordat de rente in betaling wordt gezet.
  • Als uw werkgever het arbeidsongeval niet erkent, kunt u zich tot Fedris richten. Fedris bemiddelt en voert onderzoek uit als de werkgever en het slachtoffer het niet eens zijn over de oorzaken en omstandigheden van het ongeval.

 

Hoeveel zal ik ontvangen?

Als slachtoffer:

Als u na uw arbeidsongeval of beroepsziekte een gedeeltelijke blijvende ongeschiktheid (GBO) hebt, dan hebt u recht op een uitkering in de vorm van een levenslange rente. De rente wordt vastgesteld op basis van uw jaarloon op de datum van het ongeval of van de vaststelling van de beroepsziekte.

Sinds 1 januari 2005 bedraagt het plafond van het loon 24 332,08 euro per jaar.

Om de rente te berekenen, moet het jaarloon op de datum van het ongeval worden vermenigvuldigd met het GBO-percentage.

Voorbeeld: als uw loon 24 000 euro bedraagt en uw GBO 10 % bedraagt, dan bedraagt de rente 2 400 euro per jaar (24 000 x 10 %).

 

Jaarlijkse arbeidsongevallenrente (GBO van minder dan 16 %)

Wanneer de blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid minder dan 16 % bedraagt, wordt de vergoeding uitbetaald als een jaarrente. 

  • Als de GBO minder dan 5 % bedraagt, wordt de rente met 50 % verminderd. 
  • Als de GBO tussen 5 en 10 % valt, wordt de rente met 25 % verminderd. 
  • Als de GBO 10 % of meer bedraagt, is er geen vermindering.

Voorbeeld 1: loon = 24 000 euro, GBO = 7 % => rente = 24 000 x 7 % x 75 % = 1 260 euro

Voorbeeld 2: loon = 24 000 euro, GBO = 4 % => rente = 24 000 x 4 % x 50 % = 480 euro

Belangrijk: deze verminderingen zijn niet van toepassing op beroepsziekten.

 

Maandelijkse arbeidsongevallenrente (GBO 16 % of meer)

Als de GBO 16 % of meer is, wordt de vergoeding uitbetaald als een geïndexeerde maandrente. Het slachtoffer of één van zijn rechthebbenden kan vragen dat een derde van de rente in kapitaal wordt uitbetaald na het verstrijken van de herzieningstermijn.

 

Rente beperkt tot 25 % van de GBO (art. 6 van de wet van 3 juli 1967)

Het percentage van de GBO dat het slachtoffer kan verkrijgen blijft beperkt zolang het slachtoffer zijn functies blijft uitoefenen.

 

Rente en rustpensioen (art. 7 van de wet van 3 juli 1967)

Wanneer het slachtoffer met pensioen gaat, is de beperking van het totaalbedrag van de rente(s) tot 25 % niet meer van toepassing en moet de cumulatie van zijn rente en rustpensioen dus worden beperkt tot het bedrag van het laatste loon.

 

Als rechthebbende:

  • Huwelijkspartner of wettelijk samenwonende partner
    De rente voor de huwelijkspartner of wettelijk samenwonende partner bedraagt 30 % van het jaarloon van de overledene. Het gaat om een levenslange rente.
  • Weeskind van vader of moeder
    Het weeskind van vader of moeder ontvangt 15 % van het jaarloon van zijn overleden ouder. Ieder weeskind ontvangt 15 % van het jaarloon; de rente kan niet meer dan 45 % bedragen voor alle weeskinderen samen. Als er meer dan 3 weeskinderen zijn, moet het maximumplafond van 45 % van het jaarloon onder de weeskinderen worden verdeeld.
    Een dergelijke rente wordt aan het weeskind uitbetaald tot ten hoogste de leeftijd van 25 jaar en zolang hij of zij recht heeft op kinderbijslag. In ieder geval wordt de rente aan het weeskind uitbetaald tot hij of zij de leeftijd van 18 jaar bereikt.
  • Weeskind van vader en moeder
    Het weeskind van vader en moeder ontvangt 20 % van het jaarloon, waarbij het totaalbedrag begrensd is tot 60 %. Als er 3 weeskinderen zijn, ontvangen zij ieder 20 %. Als er meer dan 3 weeskinderen zijn, moet het maximumplafond van 60 % van het jaarloon onder de weeskinderen worden verdeeld.
    Een dergelijke rente wordt aan het weeskind uitbetaald tot ten hoogste de leeftijd van 25 jaar en zolang hij of zij recht heeft op kinderbijslag. In ieder geval wordt de rente aan het weeskind uitbetaald tot hij of zij de leeftijd van 18 jaar bereikt.

 

Wat gebeurt er als mijn situatie verandert (verslechtering of verbetering)?

Voor een arbeidsongeval geldt een herzieningstermijn van 3 jaar die ofwel ingaat vanaf de datum van het ministerieel besluit, ofwel vanaf de datum van het vonnis. Tijdens deze termijn kan de blijvende gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van het slachtoffer naar boven (herziening wegens verergering) of naar beneden (herziening wegens vermindering) worden bijgesteld.

Wanneer de herzieningstermijn is verstreken, kan het slachtoffer een verergeringsbijslag aanvragen op voorwaarde dat het nieuwe GBO-percentage ten minste 10 % bedraagt.

Het slachtoffer moet zijn aanvraag voor een herziening of een verergeringsbijslag per aangetekend schrijven naar zijn werkgever sturen.

Voor een beroepsziekte bestaat er geen herzieningstermijn.

 

Procedure voor de herziening wegens verergering

Een dossier voor de aanvraag van een verergering is volledig als het de volgende documenten bevat:

  • de nieuwe conclusies uit de medische expertise van MEDEX die de nieuwe graad van ongeschiktheid vastleggen en de datum waarop deze nieuwe graad van ongeschiktheid ingaat;
  • het nieuwe rentevoorstel;
  • het nieuw ministerieel besluit;
  • het beroep dat werd ingediend door het slachtoffer;
  • een nieuw aanvraagformulier en de voorgaande conclusies uit de medische expertise van MEDEX (in het geval van een erkende ongeschiktheid die aanvankelijk op 0 % werd vastgelegd).

 

Procedure voor de verergeringsbijslag

Wanneer de herzieningstermijn voor de verergering is verstreken, kan het slachtoffer een verergeringsbijslag aanvragen bij zijn werkgever. De werkgever onderzoekt dan of er reden is om de bijslag al dan niet toe te kennen. Als dit zo is, wordt er een nieuw ministerieel besluit opgesteld. Een dossier voor de aanvraag van een verergeringsbijslag is volledig als het de volgende documenten bevat:

  • de aanvraag van het slachtoffer;
  • de nieuwe conclusies uit de medische expertise van MEDEX;
  • de berekening van de werkgever;
  • het nieuw ministerieel besluit.